Over het belang van de nieuwe eigenaar als derdenverzetter tegen een herstelveroordeling (Publius)

Auteur: Dirk Van Heuven (Publius)

De 10e kamer van het hof van beroep te Gent heeft in een merkwaardig arrest van 15 oktober 2021 aan de eigenaar van een kustappartement het belang ontzegd bij diens derdenverzet tegen de herstelvordering die betrekking heeft op de voorbouw waarop zijn terras was gebouwd. In het met derdenverzet bestreden arrest werden de aannemer en de architect veroordeeld tot het verlagen van het dakgebinte van voorbouw, zodanig dat ook het terras van het appartement wegviel (en ook niet meer afgeschermd zou zijn). De herstelvordering was niet overgeschreven op het moment dat de derdenverzetter zijn appartement met bijgaand terras had gekocht. Deze was zodoende te goeder trouw.

Niettemin meent het hof dat de derdenverzetter geen belang heeft bij het derdenverzet:

Volgens eiser zou als gevolg van de opgelegde herstelmaatregelen de houten opstand grotendeels en de houten afsluiting geheel moeten worden afgebroken. Daardoor zou het terras niet langer afgesloten zijn en wordt het geheel onbruikbaar, ondermeer als te gevaarlijk. (…)  De eisers erkennen zelf dat het gebruik van het terras geen wettig genot is. De inrichting van het platte dak tot een terras en aldus het gebruik van het terras steunt op een wederrechtelijke toestand en is in strijd met de openbare orde. De eisers streven aldus het behoud van een wederrechtelijke toestand na, wat geen rechtmatig belang is, zodat hun derdenverzet niet toelaatbaar is. Dat [eiser] zelf geen stedenbouwmisdrijf pleegde dat leidde tot de wederrechtelijke toestand en hij hiervoor gelet op de verjaring zelfs niet meer zou kunnen vervolgd en veroordeeld worden of dat hij strafrechtelijk niet kan vervolgd worden voor de instandhouding van de wederrechtelijke toestand, omdat dit geen misdrijf uitmaakt, doet geen afbreuk aan het feit dat de inrichting van de bovenbouw als terras en het gebruik ervan een wederrechtelijke toestand vormt die in strijd is met de openbare orde. De omstandigheid dat talrijke andere (nieuwe) eigenaars van appartementen op een eerste verdieping van appartementsgebouwen aan de Belgische zeedijken, op eenzelfde wijze gebruik zouden maken van uitbouwen (op de gelijkvloerse verdiepingen), om deze onvergund in te richten en aan te wenden als terras, brengt niet mee dat er geen wederrechtelijke toestand is en dat eiser beschikt over een wettig genot. Deze omstandigheid is verder zonder relevantie voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van de vordering. Ook het feit dat eiser te goeder trouw eigenaar werd en is, is zonder relevantie voor de beoordeling van zijn belang voor deze vordering’.

Referentie: Gent, 15 oktober 2017, nr. C/1352/2011 (ref.: pub508251-2A)

Bron: Publius