Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk
Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen
(Scale / Schoups)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Onvergund wijzigen van een aantal woongelegenheden. Verbeurdverklaring van 250.000 euro. Cass. 10 februari 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 12 maart 2025 en de visie van het Hof van Cassatie
Door te oordelen dat “de incriminatieperiode maar liefst meer dan 33 maanden besloeg, met dien verstande dat er daarin weliswaar een korte tussenperiode was waarin er geen verhuring plaatsvond”, wijzigt het arrest niet het voorwerp van de telastlegging, zoals bewezenverklaard in het beroepen vonnis. Het oordeelt integendeel, na te hebben vastgesteld dat de beroepsgrief van de eiseres en de beroepsgrief van het openbaar ministerie beperkt zijn tot de straf, met inbegrip van de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen, dat de schuldigverklaring van de eiseres aan de feiten definitief vaststaat.
Een vermogensvoordeel is uit een misdrijf verkregen zoals bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek indien er een causaal verband bestaat tussen dat misdrijf en het vermogensvoordeel. Niet vereist is dat het vermogensvoordeel tot stand komt op het ogenblik van of onmiddellijk na het plegen van het misdrijf of in de periode binnen welke het plegen van het misdrijf in de tijd wordt gesitueerd.
Artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat de verbeurdverklaring toepasselijk op de in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken door de rechter kan worden uitgesproken, maar slechts voor zover zij door de procureur des Konings schriftelijk wordt gevorderd. De in die vordering vermelde bedragen aan verbeurd te verklaren vermogensvoordelen of aan ermee overeenstemmende bedragen vormen evenwel geen bovengrens voor de door de rechter uit te spreken verbeurdverklaring.
In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
In zoverre het middel kritiek uit op het oordeel dat de eiseres uit de in het beroepen vonnis bewezenverklaarde misdrijven “vanaf medio 2020 royale winsten (heeft gepuurd)” en meer bepaald op grond daarvan illegale vermogensvoordelen heeft verkregen voor een bedrag van 250.000,00 euro, komt het op tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters over de feiten en is het niet ontvankelijk.
In zoverre het middel opkomt tegen het arrest omdat daarin de verbeurdverklaring wordt bevolen van vermogensvoordelen die niet werden verwezenlijkt op de data waarop de bewezenverklaarde feiten werden gepleegd, kan het niet tot cassatie leiden en is het eveneens niet ontvankelijk.
» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed










