Aansprakelijkheid van hulppersonen
in en buiten de contractketting.
Een analyse in het licht van Boek 6

Prof. dr. Ignace Claeys en mr. Camille Desmet (Eubelius)

Webinar op vrijdag 30 augustus 2024


Recente wetgevende ontwikkelingen
met impact op de bouwsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Vastgoedtransacties
door én met administratieve overheden:
overheidsopdracht of uitgesloten vastgoeddienst?

Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)

Webinar op donderdag 13 juni 2024


Het nieuwe Boek 6 en de impact
voor de bouw- en vastgoedsector:
10 aandachtspunten

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 23 april 2024


Het nieuwe Boek 6 en de impact inzake verzekeringen:
een analyse aan de hand van 10 knelpunten

Mr. Sandra Lodewijckx en mr. Pieter-Jan Van Mierlo (Lydian)

Webinar op vrijdag 26 april 2024

Onroerend goed opdelen in een voor bewoning (appartement) en voor commerciële doeleinden bestemd deel en registratiebelasting. Vlabel spreekt zich uit (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Op 17 november 2023 heeft Vlabel de Voorgaande Beslissing VB 23045 van 23 oktober 2023 gepubliceerd.

De aanvraag

De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

1.1. het opstellen van een basisakte ter opdeling van een onroerend goed niet is ingegeven door fiscale motieven en niet wordt geviseerd door de antimisbruikbepaling van artikel 3.17.0.0.2 VCF;

1.2. het opstellen van deze basisakte net voorafgaandelijk aan de inbreng van het gehele onroerend goed zijnde de onverdeelde delen in blote eigendom toebehorende aan een natuurlijke persoon (zowel het residentieel deel als het commercieel deel) in een Belgische vennootschap niet is ingegeven door fiscale motieven en niet wordt geviseerd door de antimisbruikbepaling van artikel 3.17.0.0.2 VCF;

1.3. het opdelen van het voormelde onroerend goed in een voor bewoning bestemd deel (appartement) en voor commerciële doeleinden bestemd deel (carwash) niet is ingegeven door fiscale motieven en niet wordt geviseerd door de antimisbruikbepaling van artikel 3.17.0.0.2 VCF;

1.4. dat het verkooprecht enkel zal geheven worden op de waarde van het appartement (residentieel deel) en niet op de waarde van het commercieel deel (carwash).

Het standpunt van Vlabel

De inbreng in vennootschap is een rechtshandeling waarbij een persoon goederen overdraagt aan een vennootschap en in ruil daarvoor rechten (onder de vorm van aandelen of deelbewijzen) in de vennootschap verkrijgt.

De wet voorziet dat de inbreng, door een natuurlijke persoon, van een woning in een Belgische vennootschap (art. 1.1.0.0.2, 1ste lid, 24° VCF) fiscaal gezien niet wordt beschouwd als een inbreng maar als een verkoop, ook al wordt de inbreng uitsluitend vergoed door de toekenning van aandelen of deelbewijzen.

Dergelijke inbrengen vallen enkel onder de toepassing van de Vlaamse registratiebelasting indien het gaat om een in het Vlaams Gewest gelegen woning die wordt ingebracht in een in Belgische vennootschap.

Door beschrijving van de verschillende delen van het gebouw in een basisakte zullen de delen van het gebouw die niet als woning worden aanzien niet onderworpen worden aan de Vlaamse registratiebelasting. De delen die echter wel aanzien worden als woning zullen het verkooprecht ondergaan.

Indien de basisakte binnen korte termijn gevolgd door inbreng van de verschillende delen in mede-eigendom in de besloten vennootschap “Z” is tot stand gekomen vanaf xx.xx.2012, zoals in casu, kunnen deze rechtshandelingen afgetoetst worden aan de anti-misbruikbepalingen. De rechtshandelingen maken geen fiscaal misbruik uit indien er ook niet-fiscale motieven aan ten grondslag liggen. Herkwalificatie is mogelijk indien de belastingplichtige niet kan aantonen dat de geviseerde verrichtingen ook niet-fiscale doelstellingen heeft, en dat deze niet-fiscale doelstellingen voldoende opwegen tegen de fiscale motieven.

De opdeling van het onroerend goed via het opstellen van een basisakte gevolgd door de inbreng van het gehele onroerend goed in de besloten vennootschap “Z” maakt op zich bekeken geen fiscaal misbruik uit aangezien deze verrichtingen het werkelijk gebruik van de verschillende delen van het onroerend goed tot uiting brengt en deze delen elk hun eigen fiscaal regime bij de inbreng ondergaan. Aangezien partijen in de aanvraag zelf herhaaldelijk aangeven op korte termijn tot verkoop te willen overgaan, maar dit niet het voorwerp uitmaakt van onderhavige voorafgaande beslissing, willen we er op wijzen dat er geen uitspraak wordt gedaan over fiscaal misbruik indien deze verrichting binnen korte termijn wordt gevolgd door andere verrichtingen zoals de verkoop van de aandelen van vermelde vennootschap.

Deze beslissing heeft alleen betrekking op de registratiebelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen.

Lees verder

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed, Successie & Vermogen