Vastgoedtransacties
door én met administratieve overheden:
overheidsopdracht of uitgesloten vastgoeddienst?

Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)

Webinar op donderdag 13 juni 2024


Het nieuwe Boek 6 en de impact
voor de bouw- en vastgoedsector:
10 aandachtspunten

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 23 april 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Recente wetgevende ontwikkelingen
met impact op de bouwsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Aansprakelijkheid van hulppersonen
in en buiten de contractketting.
Een analyse in het licht van Boek 6

Prof. dr. Ignace Claeys en mr. Camille Desmet (Eubelius)

Webinar op vrijdag 30 augustus 2024


Het nieuwe Boek 6 en de impact inzake verzekeringen:
een analyse aan de hand van 10 knelpunten

Mr. Sandra Lodewijckx en mr. Pieter-Jan Van Mierlo (Lydian)

Webinar op vrijdag 26 april 2024

Kotlabel en wijziging van de regelgeving over de geconventioneerde verhuur. Decreet van 8 maart 2024 (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Kotlabel

Momenteel kiezen de studentensteden en hogeronderwijsinstellingen zelf of ze een kotlabel invoeren.

Ze bepalen ook zelf de voorwaarden voor dat label. Dat maakt het voor studenten weinig transparant om koten met elkaar te vergelijken. Met dit decreet wordt een uniform kotlabel uitgewerkt waarmee de studentensteden aan de slag kunnen. De gemeente kiest zelf om het kotlabel al dan niet in te voeren. Ze is daar niet toe verplicht, maar als ze kiest voor het kotlabel, moet ze daarvoor een verordening aannemen. Daarmee wordt vermeden dat gemeenten die vandaag niet met het systeem werken en dat ook niet van plan zijn, kunnen worden gedwongen om een kotlabel af te leveren. De gemeente die kiest voor het kotlabel bepaalt vervolgens of ze het label al dan niet verplicht. Als ze het verplicht, fungeert het kotlabel ook als een uitbatingsvergunning.
Voor het Vlaamse kotlabel worden de volgende drie criteria gecontroleerd: de woningkwaliteitsnormen, de brandveiligheidsnormen en of het aantal woongelegenheden is vergund of wordt vergund geacht.

Om de uniformiteit te waarborgen, zullen gemeenten geen bijkomende vereisten voor de uitreiking of weigering van het Vlaamse kotlabel kunnen vaststellen. Los van het Vlaamse kotlabel zou een gemeente ervoor kunnen kiezen om extra aspecten te controleren, bijvoorbeeld het EPC, de binnennummering of de studentvriendelijkheid van de verhuurder. Die aspecten kunnen weliswaar geen deel uitmaken van het kotlabel en staan de uitreiking ervan dus niet in de weg, maar de gemeente kan er wel mee aan de slag om te sensibiliseren. Gemeentelijke criteria kunnen dus enkel worden getoetst als een toevoeging aan het Vlaamse kotlabel.

Naast de inhoud van het kotlabel regelt het decreet ook de ontsluiting van die informatie naar het publiek op een website, zodat studenten en hun ouders digitaal kunnen nagaan welke koten een kotlabel hebben.

Vanaf de inwerkingtreding van het Vlaamse kotlabel zullen de gemeentelijke regels over kotlabels en uitbatingsvergunningen niet langer geldig zijn. De gemeente zal vanaf dan moeten kiezen tussen in te stappen in het Vlaamse systeem of geen nieuwe labels en vergunningen meer uit te reiken. Al uitgereikte labels en vergunningen blijven geldig om te vermijden dat men in een vacuüm terechtkomt en er plots geen enkel label meer zou bestaan.

Geconventioneerde verhuur

Het decreet bevat ook een aantal aanpassingen aan het subsidie- en verhuursysteem voor geconventioneerd huren, ook wel budgethuren genoemd. Het bevat een decretale grondslag om automatisch te kunnen controleren of een subsidieaanvrager al een Mijn VerbouwLening heeft verkregen voor de sociale en geconventioneerde huurwoningen in zijn subsidieproject. Om in te spelen op lokale noden krijgen gemeenten en IGS’en de mogelijkheid een voorrang wegens lokale binding te activeren of een gemeentelijk reglement op te stellen. Er wordt ook de mogelijkheid geboden om bepaalde verhuurders te laten verhuren aan een bijzondere doelgroep.

De eerste wijziging betreft het cumulverbod tussen mijn Mijn VerbouwLening en budgethuurprojecten. Een private initiatiefnemer mag immers geen Mijn VerbouwLening hebben verkregen voor de sociale en geconventioneerde huurwoningen van het project waarvoor hij subsidies aanvraagt. Om dat cumulverbod te kunnen controleren, wordt voorzien in een digitale gegevensuitwisseling tussen de energiehuizen die de Mijn VerbouwLening verstrekken en het agentschap Wonen in Vlaanderen dat de subsidie voor sociale en geconventioneerde huurwoningen toekent.

Een tweede aanpassing maakt het mogelijk om geconventioneerde huurwoningen te verhuren aan een bijzondere doelgroep. Daartoe moeten de geconventioneerde huurwoningen deel uitmaken van een projectgebonden oproep tot kandidaatstelling. Het initiatief om aan een bepaalde doelgroep te verhuren ligt bij bepaalde verhuurders, met name woonmaatschappijen, gemeenten, OCMW’s, AGB’s, vzw’s enzovoort. De bijzondere doelgroep moet bestaan uit personen met een geldig attest en de lijst van bijzondere doelgroepen wordt bepaald door de Vlaamse Regering. Het gaat dan bijvoorbeeld over ouderen of mensen met een beperking.

Een andere aanpassing betreft de lokale binding. Om in te spelen op lokale noden kunnen geconventioneerde huurwoningen met voorrang worden toegewezen aan personen met een lokale binding. Daartoe moeten de geconventioneerde huurwoningen deel uitmaken van een projectgebonden oproep tot kandidaatstelling. Het initiatief om de voorrangsregels te activeren ligt bij de gemeente. De gemeenteraad moet daarover een beslissing nemen. De personen met voorrang wegens lokale binding moeten een geldig attest hebben en moeten de voorrangsregel respecteren die wordt bepaald door de Vlaamse Regering.

Tot slot wordt voorzien in de mogelijkheid om geconventioneerde huurwoningen toe te wijzen volgens een gemeentelijk reglement.

Lees de volledige fiche van het decreet

Wijzigingsbesluit

De Vlaamse Regering keurde op 29 maart 2024, na adviezen van de VTC en de GBA, opnieuw principieel het besluit goed dat het uniform Vlaamse kotlabel en de meldingsplicht verder uitwerkt. Het besluit regelt onder meer de aanvraagprocedure, de wijze van behandeling van de aanvragen en de wijze van toekenning van het kotlabel. Daarnaast bevat het bepalingen over de geldigheidsduur van het label, het uitzicht van het label en de wijze van bekendmaking, en regelgeving rond de gemeentelijke verordeningen. Over dit besluit wordt het advies ingewonnen van de Raad van State.

Lees hier het Ontwerpbesluit

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed