Omgevingsrecht:
de laatste evoluties

Mr. Bart De Becker ( De Becker Advocaten)

Webinar op vrijdag 5 juni 2026


Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026


Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen

Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)

Webinar op donderdag 2 juli 2026


Antiwitwasverplichtingen
voor de advocaat

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest Advocaten)

Webinar op vrijdag 12 juni 2026


Bouwcontracten:
20 (problematische) clausules

Mr. Jens Rediers en mr. Jef Feyaerts (Schoups)

Webinar op vrijdag 3 juli 2026


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026

Het lot van huurovereenkomsten bij faillissement. Ondernemingsrechtbank Gent 10 februari 2026 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

Boedelschulden moeten beperkend worden uitgelegd.

De kwalificatie als boedelschuld veronderstelt een beslissing van de curator. Een schuld is een boedelschuld, wanneer de curator verbintenissen heeft aangegaan met het oog op het beheer van de boedel, onder meer door de handelsactiviteit van de gefailleerde voort te zetten, de door laatstgenoemde gesloten overeenkomsten uit te voeren of nog door de roerende of onroerende goederen te gebruiken met het oog op een passend beheer van de failliete boedel. De curator gaat ook schulden aan met het oog op het beheer van het faillissement wanneer die schulden ontstaan door handelingen die de curator voor dit beheer dient te stellen maar niet stelt.

Na hun ambtsaanvaarding beslissen de curatoren onverwijld of zij overeenkomsten – waaronder huurovereenkomsten – die gesloten zijn voor de datum van het vonnis van faillietverklaring en waaraan door dat vonnis geen einde wordt gemaakt, al dan niet verder uitvoeren (artikel XX.139 WER).

De verhuurder kan de curator van de huurder aanmanen om die beslissing binnen vijftien dagen te nemen. Indien geen verlenging van termijn is overeengekomen of indien de curatoren geen uitdrukkelijke beslissing genomen hebben voor de termijn verstreken is, wordt de huurovereenkomst als beëindigd beschouwd.

Indien de curator van de failliete huurder beslist tot voortzetting van de huurovereenkomst, levert dit voor de ganse periode boedelschulden op. Zowel retroactief voor de periode vanaf de faillietverklaring tot aan de beslissing tot voortzetting door de curator, alsook voor de periode na de beslissing tot aan de beëindiging van de overeenkomst.

Indien de curator beslist om de huurovereenkomst niet verder te zetten, maar houdt hij toch na die zelf genomen beslissing tot beëindiging, het goed toch verder bezet voor het beheer van de boedel (bv. opslag goederen), dan levert enkel de periode vanaf de beëindiging boedelschulden op.

De vergoeding met betrekking tot de periode vanaf faillietverklaring tot aan de beëindiging, kwalificeert in dat geval als een schuld in de boedel.

Indien de curator niet reageert op een gerichte aanmaning in de zin van artikel XX.139, § 1, 2de lid WER, doch na het verstrijken van de verleende termijn het goed verder bezet houdt, zullen boedelschulden ontstaan vanaf het verstrijken van die termijn. Of een curator zich na het verstrijken van die termijn dan “heeft gehaast” of “geen actieve handelingen heeft gesteld “ is vanaf dan in beginsel niet meer relevant. De datum van beslissing tot beëindiging is dan gelijk met het verstrijken van de termijn zonder reactie vanwege van de curator.

Hieruit volgt dat wanneer de verhuurder geen aanmaning in de zin van artikel XX.139, § 1, 2de lid WER aan de curator richt, de loutere bezetting van het goed geen boedelschulden oplevert zolang niet ondubbelzinnig kan vastgesteld dat de curator de lopende overeenkomst voortzet. Uit de loutere opslag van te verkopen goederen kan weliswaar bezetting van het huurpand afgeleid worden, doch niet noodzakelijk de voorzetting van de lopende huurovereenkomst.

Anders oordelen zou betekenen dat er boedelschulden kunnen opgebouwd worden, zelfs zonder de curator op de hoogte is van enige opslag van goederen in een huurpand. De verhuurder die beroep wil doen op de kwalificatie van boedelschulden heeft een eigen verantwoordelijkheid om diligent op te treden en moet de curator aanschrijven met een gerichte aanmaning.

De rechtbank oordeelt in casu dat de door eiseres gevraagde bezettingsvergoeding geen boedelschuld uitmaakt.

Lees hier het vonnis

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed, Insolventie & Faillissement

Boeken in de kijker: