Het gemiddeld aantal werklieden in uw erkenningsaanvraag als aannemer: enkel vast personeel of ook interimarbeiders? De Raad van State verschaft duidelijkheid in een arrest van 18 januari 2021 (DLPA Advocaten)

Auteurs: Piet Lombaerts en Louise Van Rentergem (DLPA Advocaten)

In de bouwsector staat erkenning garant voor kwaliteit. Een erkenning vormt een belangrijk kwaliteitslabel en houdt in dat de overheid vaststelt dat u als aannemer over de vereiste bekwaamheid en middelen beschikt voor de uitvoering van bepaalde werkzaamheden.

Erkenningen worden ingedeeld in (onder)categorieën (A t.e.m. V) naargelang de aard van de werkzaamheden, en in klassen (1 t.e.m. 8) naargelang de omvang van de werkzaamheden. Het verkrijgen van een erkenning is vooral van belang in het kader van overheidsopdrachten, waar voor de uitvoering van bepaalde werkzaamheden een erkenning in een bepaalde categorie of klasse wordt vereist.

Een erkenning krijgt u als aannemer uiteraard niet zomaar. Om een erkenning in een bepaalde categorie of klasse te bekomen, moet u een erkenningsaanvraag indienen bij de erkenningscomissie van FOD Economie. Hierbij moet u onder meer verklaren (en bewijzen) hoeveel werklieden en kaderleden er gemiddeld werkzaam zijn in uw onderneming gedurende een periode van drie semesters, vrij te kiezen uit de periode van vijf jaar voor uw erkenningsaanvraag.

Tijdens een procedure voor de Raad van State was de vraag gerezen of er bij de berekening van het gemiddelde aantal werklieden in de onderneming enkel rekening mag worden gehouden met het vaste personeelsbestand, dan wel ook met de interimarbeiders die werkzaam zijn in de onderneming gedurende dezelfde periode.

De onderneming in kwestie had de door haar gevraagde erkenningen slechts in een lagere klasse bekomen aangezien haar gemiddelde aantal werklieden en kaderleden te laag was. Voor de Raad van State voerde zij aan dat deze beslissing niet correct was aangezien de Erkenningscommissie zich bij de berekening van het gemiddelde uitsluitend had gebaseerd op de officiële cijfers van de RSZ en geen rekening had gehouden met haar interimarbeiders.

De Raad van State ging niet mee in deze redenering en oordeelde dat voor de berekening van het gemiddelde aantal werklieden énkel rekening mag worden gehouden met het vaste personeelsbestand van de onderneming. Interimarbeiders vallen hier niet onder aangezien zij niet door de onderneming zelf maar door een uitzendbureau worden tewerkgesteld. Daarnaast mist uitzendarbeid een hoge mate van betrouwbare beschikbaarheid, hetgeen niet strookt met de geest en doelstelling van de erkenningsregelgeving, aldus de Raad van State.

Het volledige arrest kan u hier raadplegen. Heeft u verdere vragen over uw erkenning of erkenningsaanvraag, aarzel dan zeker niet om ons te contacteren.

Bron: DLPA Advocaten