Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Recente wetgevende ontwikkelingen
met impact op de bouwsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Het nieuwe Boek 6:
de impact op de werkvloer

Mr. Chris Persyn (Cautius)

Webinar op donderdag 4 juli 2024


Aansprakelijkheid van hulppersonen
in en buiten de contractketting.
Een analyse in het licht van Boek 6

Prof. dr. Ignace Claeys en mr. Camille Desmet (Eubelius)

Webinar op vrijdag 30 augustus 2024


Het nieuwe Boek 6 en de impact inzake verzekeringen:
een analyse aan de hand van 10 knelpunten

Mr. Sandra Lodewijckx en mr. Pieter-Jan Van Mierlo (Lydian)

Webinar op vrijdag 26 april 2024


Ondernemingsstrafrecht:
wat wijzigt er door boek I en boek II van het Strafwetboek?

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op dinsdag 11 juni 2024

Herstelmaatregel inzake ruimtelijke ordening: moet die in beroep eenparig worden beslist als deze in eerste aanleg niet werd gevonnist? Cassatie-arrest van 30 januari 2024 (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

De reden voor Cassatie

Het hof van beroep te Brussel beveelt op 6 mei 2022 voor het eerst in hoger beroep herstelmaatregelen met betrekking tot de feiten waarvoor er in eerste aanleg vrijspraak was, zonder vast te stellen dat die beslissingen met eenparigheid werden genomen.

Het eerste onderdeel van de voorziening in Cassatie voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: “Is er een vrijsprekend vonnis of een beschikking tot buitenvervolgingstelling, dan kan het gerecht in hoger beroep geen veroordeling of verwijzing uitspreken dan met eenparige stemmen van zijn leden. Dezelfde eenstemmigheid is vereist voor het gerecht in hoger beroep om tegen beklaagde uitgesproken straffen te kunnen verzwaren.”

Het tweede onderdeel voert schending aan van de artikelen 10 en 11 Grondwet en artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: de rechtspraak die geen eenparigheid vereist indien na een vrijsprekend vonnis in eerste aanleg de appelrechters voor wat betreft de burgerlijke rechtsvordering oordelen dat de beklaagde de als misdrijf omschreven feiten heeft gepleegd, kan niet worden doorgetrokken naar de situatie van een vrijspraak in eerste aanleg en een beoordeling door het appelgerecht, na de vaststelling dat de strafvordering is vervallen, van het bewezen zijn van de als misdrijf omschreven feiten als grondslag voor de herstelvordering; de herstelvordering behoort immers tot de strafvordering in ruime zin en ze heeft dus een repressieve draagwijdte in tegenstelling tot de burgerlijke rechtsvordering; het opleggen van een herstelmaatregel is afhankelijk van het daadwerkelijk bewezen verklaren van het misdrijf, ook al kan daaraan gelet op het intreden van de verjaring van de strafvordering geen daadwerkelijke strafsanctie worden gekoppeld; anders oordelen, houdt een miskenning in van het grondwettelijk gewaarborgd gelijkheidsbeginsel.

Aan het Grondwettelijk Hof moet de volgende prejudiciële vraag worden gesteld: “Schendt artikel 211bis Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 Grondwet wanneer deze bepaling wordt geïnterpreteerd in die zin dat eenparigheid niet is vereist wanneer de appelrechter die enkel uitspraak dient te doen over de stedenbouwkundige herstelvordering, na een vrijspraak voor een feit door de eerste rechter, beslist dat dit als een misdrijf omschreven feit bewezen is lastens de beklaagde en op die grond een herstelmaatregel oplegt, terwijl eenparigheid wel is vereist wanneer de appelrechter na een vrijspraak voor een feit door de eerste rechter, beslist dat de eiser op strafgebied schuldig is aan dit feit en op die grond hem een herstelmaatregel oplegt?”

De visie van het Hof van Cassatie

De herstelmaatregel inzake ruimtelijke ordening is als bijzondere vorm van teruggave een maatregel van civielrechtelijke aard, die niettemin onder de strafvordering valt. Zij beoogt niet de bestraffing van de overtreder, maar het in het algemeen belang ongedaan maken van de gevolgen van het misdrijf. Zij heeft dan ook geen repressieve draagwijdte. De vordering van de herstelvorderende overheid valt niet vergelijken met de door het openbaar ministerie uitgeoefende strafvordering.

Uit artikel 211bis Wetboek van Strafvordering volgt dan ook niet dat de appelrechters die anders dan de eerste rechter een herstelmaatregel bevelen dit eenparig moeten beslissen. Het is daarbij zonder belang dat de eerste rechter de beklaagde had vrijgesproken en dat het appelgerecht na het verval van de strafvordering te hebben vastgesteld, oordeelt dat de beklaagde de als misdrijf omschreven feiten heeft gepleegd en vervolgens op grond daarvan de herstelmaatregel beveelt. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.

De rechtstoestand van een beklaagde die in eerste aanleg wordt vrijgesproken en die in hoger beroep schuldig wordt verklaard en aan wie een strafsanctie wordt opgelegd, valt niet te vergelijken met de rechtstoestand van een beklaagde die in eerste aanleg wordt vrijgesproken en waarbij in hoger beroep wordt geoordeeld dat de strafvordering is vervallen door verjaring, wordt vastgesteld dat de betrokkene het als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd en aan wie een herstelmaatregel wordt opgelegd. Bij de eerste wordt vastgesteld dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf en daarvoor tot straf moet worden veroordeeld, terwijl voor wat betreft de tweede enkel wordt vastgesteld dat hij een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd en gehouden is tot herstel, zonder dat hem enige strafsanctie kan worden opgelegd. De prejudiciële vraag wordt niet gesteld.

Lees het Cassatie-arrest van 30 januari 2024

Webinars on demand

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed, Geschillen & Procedure