Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk

Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen

(Scale / Schoups)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Mededingingsrecht:
recente ontwikkelingen

Mr. Melissa Van Schoorisse (Covington)

Webinar op vrijdag 25 september 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille

Handelshuur. Termijn voor de huurder om afstand te doen van de huurhernieuwing. Cass. 26 maart 2026 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

Het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel van 24 juni 2024

De appelrechter stelt vast en oordeelt dat:

  • C&A een handelspand huurt van S;
  • de rechtsvoorgangster van C&A en de rechtsvoorgangster van S deze verhuurovereenkomst sloten op 30 mei 1994;
  • C&A op 23 september 2021 S verzocht om een derde handelshuurhernieuwing met een verlaging van de huurprijs naar 100.000 euro per jaar in plaats van de toen geldende huurprijs van 208.662,63 euro per jaar;
  • S op 5 oktober 2021 haar voorwaarden voor een derde huurhernieuwing mededeelde aan C&A;
  • C&A op 20 oktober 2021 S in verzoening heeft laten oproepen omdat zij meende dat de houding van de verhuurster met betrekking tot de huurhernieuwing dubbelzinnig en onduidelijk was;
  • op de verzoeningszitting van 27 oktober 2021 een niet-verzoening werd geacteerd;
  • S in de pers vernam dat C&A haar winkel op 26 november 2022 zou sluiten;
  • C&A op 23 november 2022 S op officiële wijze op de hoogte bracht dat zij afstand deed van haar aanvraag tot derde huurhernieuwing en meldde dat de huurovereenkomst op 31 december 2022 een einde zal nemen;
  • het laattijdig op de hoogte brengen van S als fout aan de zijde van C&A wordt beschouwd;
  • het pand zes maanden na het einde van de huurovereenkomst nog steeds leegstond;
  • S recht heeft op een schadevergoeding naar analogie met een wederverhuringsvergoeding, gelijk aan zes maanden huur, zoals bepaald in artikel 17 van de huurovereenkomst.
De visie van het Hof van Cassatie

Artikel 1142 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat iedere verbintenis om iets te doen of niet te doen wordt opgelost in schadevergoeding, in geval de schuldenaar de verbintenis niet nakomt.

Krachtens artikel 20 Handelshuurwet wordt de huur hernieuwd tegen de prijs en de voorwaarden door de rechter vastgesteld indien geen beroep is ingesteld tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis of indien de huurder, binnen vijftien dagen na de betekening van het in hoger beroep gewezen vonnis, van zijn vraag tot hernieuwing geen afstand heeft gedaan.

De termijn voor de huurder om afstand te doen van de huurhernieuwing in artikel 20 Handelshuurwet is een uiterste termijn. Zo kan de huurder op elk ogenblik afstand doen van zijn huurhernieuwingsaanvraag tot het ogenblik dat de verhuurder de huurhernieuwingsaanvraag van de huurder zonder voorbehoud en ondubbelzinnig aanvaardt, het vonnis over de huurhernieuwing in eerste aanleg kracht van gewijsde heeft gekregen, dan wel uiterlijk 15 dagen na de betekening van het in hoger beroep gewezen vonnis.

Aldus begaat een huurder die vóór de voormelde tijdstippen afstand doet van zijn huurhernieuwingsaanvraag geen contractuele wanprestatie die aanleiding geeft tot contractuele aansprakelijkheid, behoudens in geval van rechtsmisbruik.

De appelrechter die op grond van deze redenen oordeelt dat de verweerster foutief handelde door afstand te doen van haar huurhernieuwingsaanvraag zonder hierbij na te gaan of de uiterste termijnen zoals vooropgesteld in artikel 20 Handelshuurwet waren verstreken, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed, Handel & Consument

Boeken in de kijker: