Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk
Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen
(Scale / Schoups)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies
Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Erfdienstbaarheid. Kan een recht van overgang stilzwijgend eindigen als de noodzaak ervan verdwijnt? Cass. 15 mei 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
In 1923 werd via een notariële akte een erfdienstbaarheid (recht van doorgang) gevestigd tussen twee eigendommen. Deze doorgang was destijds absoluut noodzakelijk omdat de achterliggende woning destijds volledig ingesloten was en geen directe toegang had tot de straat, de tuin of het toilet.
Jaren later veranderde de feitelijke situatie drastisch en is het perceel niet langer ingesloten.
De rechters in eerste aanleg en in hoger beroep oordeelden dat het recht van doorgang hierdoor is komen te vervallen.
Verweermiddelen
De huidige eigenaars van het heersend erf zijn het daar niet mee eens en stappen naar het Hof van Cassatie.
Zij stellen dat een contractueel vastgelegde erfdienstbaarheid niet zomaar kan worden opgeheven, enkel en alleen omdat het nut of de noodzaak ervan na verloop van tijd is verdwenen.
Volgens hen laat het toepasselijke (oude) Burgerlijk Wetboek absoluut niet toe dat een rechter een ‘stilzwijgende ontbindende voorwaarde’ inleest in een authentieke akte om zo een erfdienstbaarheid definitief te beëindigen.
Principes
Het Hof van Cassatie oordeelt dat het oude Burgerlijk Wetboek van toepassing blijft op de verdere gevolgen van deze overeenkomst uit 1923.
Volgens de wet staat het partijen destijds volledig vrij om een erfdienstbaarheid naar eigen goeddunken in te stellen en vorm te geven.
Geen enkele wettelijke bepaling verbiedt echter dat partijen hierbij een stilzwijgende ontbindende voorwaarde koppelen aan dit recht. De feitenrechter mag soeverein de werkelijke, gemeenschappelijke bedoeling van de partijen achterhalen, los van de louter letterlijke bewoordingen in de akte. Als uit de fysieke configuratie van destijds overduidelijk blijkt dat de doorgang enkel diende om een specifieke noodsituatie (de insluiting) op te lossen, mag de rechter wettig besluiten dat het recht automatisch uitdooft zodra die noodzaak verdwijnt.
Besluit
Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep van de eisers over de hele lijn. De beslissing van de lagere rechter dat de erfdienstbaarheid een einde nam door het in vervulling gaan van een contractuele stilzwijgende ontbindende voorwaarde, is juridisch volkomen wettig. Het recht van doorgang is voor de eisers dus definitief uitgedoofd. Zij draaien ten slotte op voor de gerechtskosten, die door het Hof worden begroot op 842,17 euro.
» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed, Verbintenissen & Goederen














