Bouwcontracten:
20 (problematische) clausules
Mr. Jens Rediers en mr. Jef Feyaerts (Schoups)
Webinar op vrijdag 3 juli 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen
Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)
Webinar op donderdag 2 juli 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Einde van een huurovereenkomst na het verstrijken van het opstalrecht. Cass. 7 mei 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Aan de eiser en twee andere verweerders werd een opstalrecht verleend voor een specifieke duurtijd op bepaalde gronden. Zij richtten hierop bouwwerken op en verhuurden deze aan de eerste verweerster. Dit opstalrecht is vervolgens tenietgegaan door het verstrijken van de overeengekomen duurtijd. Noch in de opstalovereenkomst, noch in de huurovereenkomsten was een regeling opgenomen over het lot van de huur bij het einde van dit opstalrecht. De appelrechter oordeelde dat de eiser bijgevolg geen huurprijs meer kon vorderen en veroordeelde hem bovendien tot de betaling van een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding aan elk van de drie verweerders.
Verweermiddelen
De eiser stelt in zijn eerste cassatiemiddel dat een huurovereenkomst niet automatisch eindigt bij het tenietgaan van het opstalrecht. In zijn derde middel voert hij aan dat de appelrechter zijn beslissing niet naar recht verantwoordt door meervoudige rechtsplegingsvergoedingen toe te kennen, zonder voorafgaand te onderzoeken of de diverse procesverhoudingen tezamen één geschil of afzonderlijke geschillen uitmaken.
Principes
Een opstalhouder kan de opgerichte bouwwerken binnen de grenzen van zijn recht aan een derde verhuren voor de duurtijd van zijn opstalrecht. Bij het tenietgaan van dit opstalrecht door het verstrijken van de duurtijd, eindigt de bijhorende huurovereenkomst met de derde van rechtswege. Inzake de gerechtskosten is de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming die in beginsel is gekoppeld aan een procesverhouding. Wanneer echter door eisers bij eenzelfde akte onderscheiden vorderingen op eenzelfde grondslag worden ingesteld tegen meerdere verweerders, dient de rechter dit specifieke kader af te wegen. De rechter moet nagaan of de samengevoegde zaken in hun geheel beschouwd geen eenzelfde geschil uitmaken alvorens afzonderlijke vergoedingen toe te kennen.
Een rechter die tot meervoudige vergoedingen veroordeelt zonder dit feitelijk te onderzoeken, schendt de wet.
Besluit
Het Hof van Cassatie vernietigt het bestreden vonnis uitsluitend in zoverre het uitspraak doet over de toekenning van de rechtsplegingsvergoedingen in hoger beroep. De beslissing inzake het beëindigen van de huurovereenkomst blijft behouden en de aldus beperkte zaak wordt ter verdere behandeling verwezen naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg, zitting houdend in hoger beroep. De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden tot het verdere verloop.
» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed













