Een verwittigd architect is er twee waard (Schoups)

Auteurs: Bob Goedemé en Robbe Pelgrims (Schoups)

Met de Wet van 31 mei 2017 m.b.t. de verplichte verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid van architecten, aannemers en andere dienstverleners in de bouwsector (zie hier voor meer informatie) respectievelijk de Wet van 9 mei 2019 betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van architecten, landmeters-experten, veiligheids- en gezondheidscoördinatoren en andere dienstverleners in de bouwsector (zie hier voor meer informatie) introduceerde de wetgever de voorbije jaren twee nieuwe verplichte verzekeringen in de bouwsector.

Op het vlak van de handhaving van de verzekeringsplicht maken beide wetten een onderscheid al naargelang de inbreuk begaan wordt door een architect, dan wel door andere actoren in de bouw. Voor beide categorieën was voorzien dat de handhaving zou worden uitgevoerd door ambtenaren die daartoe nog zouden worden aangesteld, hetzij door de minister bevoegd voor Economie (voor de architecten), dan wel door de Koning (voor de andere actoren in de bouw). Tot voor kort was dat niet gebeurd. Daardoor werd de naleving van de verzekeringsplicht in de praktijk zelden tot niet gecontroleerd.

Recent kwam hieraan (voor de architecten) een einde. Het Ministerieel Besluit van 19 augustus 2021 maakt de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie bevoegd voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken door architecten op de verzekeringsplicht(en). Voor de controle op de naleving van de verzekeringsplicht door de andere actoren in de bouw zijn door de Koning nog geen ambtenaren aangesteld.

Hetzelfde Ministerieel Besluit verleent de directeur-generaal van de Algemene Directie Economische Inspectie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie – of in zijn afwezigheid of als hij verhinderd is, een adviseur-generaal – de bevoegdheid om transacties voor te stellen aan architecten die in overtreding zijn met hun verzekeringsplicht. De mogelijkheid om een transactie te sluiten met in overtreding zijnde architecten was al voorzien in beide wetten (art. 18 in de Wet van 31 mei 2017 en art. 19 in de Wet van 9 mei 2019). Ook die bevoegdheid moest evenwel nog bij Ministerieel Besluit worden vastgelegd. Dergelijke transactie komt neer op een minnelijke schikking:  de vrijwillige betaling van een voorgestelde geldsom doet de strafvordering tegen de architect vervallen.

Het Ministerieel Besluit van 19 augustus 2021 is in werking getreden op 9 september 2021. Als gevolg hiervan zal in principe, in eerste instantie ten aanzien van de architecten, nauwer worden toegezien op de naleving van de verzekeringsplicht.

Bron: Schoups