Overheidsopdrachten
anno 2022
(Incl. Jaarboek Overheidsopdrachten
2021 – 2022)

Studiedag op 2 december 2022

 

Het nieuwe verbintenissenrecht:
de impact voor de bouw- en vastgoedsector

Webinar op 20 oktober 2022

Privaatrechtelijke erfdienstbaarheden in het oud en nieuw Burgerlijk Wetboek

Webinar on demand

Het nieuwe goederenrecht en de vastgoedpraktijk – 10 relevante nieuwigheden onder de loep

Webinar on demand

50 jaar Wet Breyne – Een overzicht aan de hand van rechtspraak

Webinar on demand

Buitencontractuele aansprakelijkheid in het bouwgebeuren

Webinar on demand

Een overheid trekt mijn bouwvergunning in? Over de intrekkingsleer bij vergunningen (Gevaco Advocaten)

Auteur: Lars Motmans (Gevaco Advocaten)

Bij arrest van 7 juli 2022 heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) zich gebogen over een vernietigingsberoep tegen de intrekking van een stedenbouwkundige vergunning. De RvVb nam deze opportuniteit om de principes rond de intrekkingsleer nog eens uiteen te zetten, waardoor dit een interessant arrest uitmaakt voor het omgevingsrecht. Deze bijdrage bespreekt de intrekkingsleer zelf en de uitkomst hieromtrent in deze zaak

De aanleiding naar het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen

Het betreft een langdurig feitenrelaas waarbij de RvVb al eens had geoordeeld omtrent de omgevingsvergunningsaanvraag.

Nadat reeds de administratieve procedure was doorlopen, vernietigde de RvVb de beslissing van de deputatie van de provincieraad die een vergunning toekende aan de aanvrager. De deputatie neemt een nieuwe beslissing en levert opnieuw een vergunning af aan de aanvrager. Hiertegen werden twee vorderingen tot vernietiging ingediend. Door deze vorderingen besloot de deputatie haar beslissing tot het toekennen van een vergunning in te trekken.

Het is tegen deze intrekkingsbeslissing dat de vergunningsaanvrager een vordering tot vernietiging heeft ingediend bij de RvVb.

Kan een beslissing zomaar worden ingetrokken?

Een vergunningverlenende overheid heeft de mogelijkheid om een bestuursbeslissing in te trekken, doch onder enkele strikte voorwaarden.

De RvVb  stelt dat volgens de klassieke intrekkingsleer een rechtshandeling die geen rechten verleent aan derden te allen tijde kan worden ingetrokken door de vergunningverlenende overheden en dit ongeacht of deze rechtshandeling wettig dan wel onwettig is.  Dit slaat dan bijvoorbeeld op de weigering van een stedenbouwkundige vergunning.

Een beslissing die wel rechten verleent aan derden, kan maar in enkele gevallen worden ingetrokken. Denk dan aan de beslissing waar een vergunning wel wordt toegekend, zoals in deze zaak het geval was. De beslissing van de vergunningverlenende overheid die een vergunning toekent, kan maar worden ingetrokken onder de volgende voorwaarden:

  1. De vergunningsbeslissing moet onwettig zijn
  2. De intrekking moet plaatsvinden hetzij binnen de beroepstermijn die voorzien is om een jurisdictioneel beroep tegen deze rechtshandeling in te stellen, hetzij voor de sluiting van de debatten van het vernietigingsberoep indien een ontvankelijk vernietigingsberoep reeds aanhangig is.
Is er sprake van een onwettigheid?

In dit concrete geval was de beslissing tot het toekennen van de vergunning tijdig ingetrokken, waardoor dit alvast geen probleem kon vormen.

De discussie bestond vooral om de vraag of de beslissing tot het verlenen van de vergunning wettig was of niet.

De RvVb heeft uiteindelijk geoordeeld dat er een probleem was omtrent de wettigheid van vergunningsbeslissing op grond van een onzorgvuldige besluitvorming door de deputatie zelf. Zelfs ongeacht of de deputatie op de hoogte was van de onwettigheid ten tijde van het nemen van de intrekkingsbeslissing, mocht zij dus rechtsgeldig de vergunningsbeslissing intrekken.

Helaas voor de deputatie werd de intrekkingsbeslissing zelf toch nog vernietigd doordat deze getroffen was door een schending van de hoorplicht als beginsel van behoorlijk bestuur. De vergunningaanvrager was niet op nuttige wijze in staat gesteld om voor zijn/haar belangen op te komen bij de herbeoordeling van de vergunningsaanvraag na de intrekkingsbeslissing.

De deputatie diende dus opnieuw een beslissing te treffen omtrent de vergunningsaanvraag.

Conclusie

Het is een vergunningverlenende overheid dus wel degelijk toegelaten om een beslissing die een vergunning toekent, in te trekken. Hiervoor dient zij enkele voorwaarden na te leven.  Vooreerst dient de beslissing getroffen te zijn door een onwettigheid. Ten tweede moet de intrekking plaatsvinden hetzij binnen de beroepstermijn die voorzien is om jurisdictioneel beroep tegen deze rechtshandeling in te stellen, hetzij voor de sluiting van de debatten van het vernietigingsberoep. Dit laatste geval duidt op de situatie waar er reeds een ontvankelijk jurisdictioneel beroep is ingediend.

Het feit dat de beslissing rechtsgeldig was ingetrokken, wil niet zeggen de vergunningverlenende overheid de vergunningsaanvraag zonder meer kan weigeren. Zij dient nog steeds de beginselen van behoorlijk bestuur na te leven.

Bron: Gevaco Advocaten