Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen

Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)

Webinar op donderdag 2 juli 2026


Bouwcontracten:
20 (problematische) clausules

Mr. Jens Rediers en mr. Jef Feyaerts (Schoups)

Webinar op vrijdag 3 juli 2026

Een afsluiting plaatsen: wanneer is een omgevingsvergunning nodig? (Gevaco Advocaten)

Auteur: Andreas Oversteyns (Gevaco Advocaten)

Vrijgesteld van vergunning?

Wie een afsluiting of omheining wil plaatsen, gaat er vaak van uit dat daarvoor geen vergunning nodig is. Juridisch ligt dat iets genuanceerder. In principe is het plaatsen van een afsluiting namelijk een vergunningsplichtige handeling op grond van artikel 4.2.1, 1° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO).

Toch voorziet het Vlaamse Vrijstellingsbesluit[1] in een aantal belangrijke uitzonderingen op deze vergunningsplicht. Bij woningen geldt onder meer dat geen omgevingsvergunning nodig is voor:

  • afsluitingen tot 2 meter hoogte in de zij- en achtertuin;
  • open afsluitingen en toegangspoorten tot 2 meter hoogte;
  • gesloten afsluitingen in de voortuin tot 1 meter hoogte.[2]

Gelijkaardige vrijstellingen bestaan ook bij gebouwen die geen woning zijn.[3]

Die vrijstelling geldt echter niet onbeperkt. Zo moet de afsluiting onder meer binnen een straal van 30 meter van een hoofdzakelijk vergunde woning of gebouw worden geplaatst. Daarnaast mogen er geen andere stedenbouwkundige bezwaren zijn, zoals een verkavelingsvoorschriften of voorschriften in een RUP of een vergunningsplichtige functiewijziging of een wijziging van het aantal woongelegenheden. Er mogen ook geen afsluitingen zonder vergunning in ruimtelijk kwetsbaar gebied worden geplaatst, met uitzondering van parkgebied.

In de praktijk merken wij regelmatig dat eigenaars ervan uitgaan dat elke afsluiting automatisch vrijgesteld is van vergunning. Dat is dus niet altijd het geval. Zodra één van de voorwaarden ontbreekt — bijvoorbeeld omdat de afsluiting verder dan 30 meter van de woning ligt — kan alsnog een omgevingsvergunning vereist zijn.

Een afsluiting in parkgebied: mag dat?

Een bijzonder interessante vraag stelt zich wanneer een afsluiting wordt voorzien in zogenaamd “parkgebied” volgens het gewestplan.

Parkgebieden hebben volgens het gewestplan immers een sociale functie. De bestemming bepaalt dat deze gebieden in hun staat moeten worden bewaard of ingericht zodat zij hun sociale functie kunnen vervullen. Dat roept de vraag op of een private eigenaar zijn perceel daar wel mag afsluiten.

Recent traden wij op in een dossier waarbij een omgevingsvergunning werd aangevraagd voor een open afsluiting rond een private, zonevreemde woning in parkgebied. Omdat de afsluiting zich verder dan 30 meter van de woning bevond, kon geen beroep worden gedaan op de vrijstelling van vergunning.

De provinciale omgevingsambtenaar stelde aanvankelijk dat een omheining “ten behoeve van een zonevreemde woning” niet verenigbaar zou zijn met de bestemming parkgebied. Daartegen hebben wij onder meer aangevoerd dat parkgebied niet noodzakelijk volledig publiek toegankelijk moet zijn. Ook private domeinen kunnen (en zijn in de praktijk ook vaak) bestemd als parkgebied.

Daarnaast argumenteerden wij dat een afsluiting op zich niet strijdig hoeft te zijn met de sociale functie van parkgebied. Ook publieke parken worden vaak omgeven door afsluitingen en poorten om vandalisme, sluikstorten of ongewenst gebruik tegen te gaan. Een afsluiting kan net bijdragen aan een ordelijk beheer van een groen domein.

De deputatie volgde uiteindelijk deze redenering. Zij oordeelde dat een omheining een normale aanhorigheid is bij een woning, ook wanneer die woning zonevreemd is gelegen in parkgebied. Volgens de deputatie bestaat in parkgebied geen absoluut bouwverbod en moet de sociale functie geval per geval worden beoordeeld.

Belangrijk was ook dat de deputatie expliciet bevestigde dat de voorziene afsluiting als “bestemmingsneutraal” kon worden beschouwd: de afsluiting participeerde volgens haar niet aan de bestemming van het gebied zelf.

Conclusie

Een afsluiting plaatsen lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar stedenbouwkundig kunnen toch heel wat nuances spelen. Vaak is geen vergunning nodig, maar dat hangt sterk af van de concrete situatie: de locatie, de hoogte, het type afsluiting en de bestemming van het perceel.

Ook in ruimtelijk gevoelige gebieden, zoals parkgebied, is een afsluiting niet noodzakelijk uitgesloten. Een goede juridische motivering en een zorgvuldige beoordeling van de concrete context blijven daarbij essentieel.

[1] Besluit van 16 juli 2010 van de Vlaamse Regering tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is (“Vrijstellingsbesluit”).

[2] Artikel 2.1 Vrijstellingsbesluit.

[3] Artikel 3.1 Vrijstellingsbesluit.

Bron: Gevaco Advocaten

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed

Boeken in de kijker: