Checklist bij koop-verkoop van onroerend goed (incl. boek)

Webinar op 20 april 2023

Fiscale aspecten van het vruchtgebruik na het
nieuwe goederenrecht

Webinar op 9 februari 2023

Appartementsrecht :
een update in het licht van recente evoluties
(Incl. ‘Handboek Goederenrecht’)

Webinar op 10 februari 2023

Het nieuwe verbintenissenrecht:
de impact voor de bouw- en vastgoedsector

Webinar on demand

Samenwerken met andere ontwerpers in de bouw:
contractuele en vennootschapsrechtelijke
tips en valkuilen

Webinar op 12 mei 2023

Bouwovertredingen anno 2022

Webinar on demand

De zaak der wegen in de geïntegreerde procedure… to be continued (Gevaco Advocaten)

Auteur: Lars Motmans (Gevaco Advocaten)

In haar tussenarrest van 24 november 2022 stelt de Raad voor Vergunningsbetwistingen twee prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof. Het voorwerp van beide vragen is de geïntegreerde procedure bij een omgevingsvergunningsaanvraag in graad van administratief beroep. Wat met uw vergunningsaanvraag indien de Vlaamse regering de beslissing van de gemeenteraad omtrent een gemeenteweg vernietigt?

De omgevingsvergunning en wegenis

De verzoekende partij in deze zaak, tevens de vergunningaanvrager, wenst een verkaveling te realiseren voor 21 kavels voorzien van vrijstaande ééngezinswoningen. De aanvraag voorziet een nieuw aan te leggen wegenis.

Dit laatste doet onmiddellijk een alarmbel rinkelen. Van zodra er immers sprake is van wegenis moet men kijken naar art. 31 Omgevingsvergunningsdecreet (OVD). Uit dit artikel volgt dat wanneer de aanvraag een aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) de gemeenteraad samenroept om te beslissen over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg en eventueel over de opname ervan in het openbaar domein.

In de praktijk gebeurde het vroeger vaak dat deze bevoegdheid van de gemeenteraad de ontwikkeling van een woongebied blokkeerde. Tot 1 september 2009 was er immers geen administratieve beroepsmogelijkheid tegen een weigeringsbeslissing van de gemeenteraad.

Met de invoering van de artikelen 31/1 en 66, §6 OVD kwam daar verandering in. Voortaan kan een vergunningaanvrager administratief beroep instellen bij de Vlaamse regering wanneer de gemeenteraad een weigeringsbeslissing neemt over een gemeenteweg.

Wat met de vergunningsaanvraag na een vernietiging door de Vlaamse regering?

De Raad voor Vergunningsbetwistingen moest zich in deze zaak buigen over de situatie waar de gemeenteraad haar goedkeuring heeft gegeven over de aanleg van een nieuwe gemeenteweg, maar waartegen door derden administratief beroep werd aangetekend bij de Vlaamse regering. Tegelijkertijd werd er ook administratief beroep aangetekend bij de deputatie van de provincie tegen de vergunningsbeslissing van het CBS, waarbij aan de aanvrager een omgevingsvergunning werd afgeleverd.

De Vlaamse regering vernietigde de goedkeuring van de gemeenteraad over de gemeenteweg, waardoor de deputatie van de provincie moest oordelen over een vergunning die in eerste aanleg werd verleend tezamen met een goedkeuring door de gemeenteraad van de gemeenteweg, maar waarvan de goedkeuring over de gemeenteweg achteraf  werd vernietigd door de Vlaamse regering.

Kan de deputatie nog oordelen over het beroep tegen de verleende omgevingsvergunning, nu de beslissing van de gemeenteraad over de gemeenteweg in administratief beroep is vernietigd?

Het is deze situatie die de aanzet was voor de prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof.

Wettekst vs parlementaire voorbereiding

Art. 66, §6 OVD stelt duidelijk het volgende:

“Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in beroep pas verleend worden na de goedkeuring van de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad, met toepassing van artikel 31.

Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurdof als de Vlaamse Regering de beslissing heeft vernietigd met toepassing van artikel 31/1, wordt de omgevingsvergunning in beroep geweigerd.”

Er lijkt op grond van dit artikel m.a.w. geen herstel meer mogelijk te zijn. De vergunning moet immers geweigerd worden in graad van administratief beroep wanneer de beslissing van de gemeenteraad omtrent de gemeenteweg wordt vernietigd.

De verwarring en tegenstrijdigheid ontstaat evenwel door enkele zinnen in de parlementaire voorbereidingen van de wetsartikelen (MvT, Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1847/1, 45-47). De memorie van toelichting zegt namelijk dat de gemeenteraad na een vernietiging door de Vlaamse regering, opnieuw een beslissing kan nemen over de gemeenteweg. Hierdoor zou de mogelijkheid herleven om naderhand een beslissing te nemen over de vergunningaanvraag. Deze herstelmogelijkheid staat evenwel niet in het omgevingsvergunningsdecreet.

Prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof

De letterlijke tekst van art. 66, §6 OVD staat de gemeenteraad in de weg om een nieuwe beslissing te nemen over de gemeenteweg, zodat de Raad voor Vergunningsbetwistingen twee prejudiciële vragen stelde aan het Grondwettelijk Hof inzake de mogelijke strijdigheid van dit artikel met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

De redenen?

  1. Wanneer er geen beslissing voorligt van de gemeenteraad omtrent een gemeenteweg, moet de provinciegouverneur in graad van administratief beroep  alsnog de gemeenteraad samenroepen om hierover een beslissing te nemen. Indien de gemeenteraad de aanvraag over de gemeenteweg dan vervolgens zou goedkeuren, kan de deputatie wel nog een beslissing over de vergunningsaanvraag overeenkomstig art. 65 OVD.

Terwijl, wanneer de beslissing van de gemeenteraad over de gemeenteweg wordt vernietigd door de Vlaamse regering, art. 66, §6 OVD stelt dat de vergunning moet   worden geweigerd.

  1. Wanneer de gemeenteraad een beslissing neemt over een gemeenteweg in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag, kan zij geen nieuwe beslissing meer nemen na een vernietiging door de Vlaamse regering.

Terwijl, wanneer de gemeenteraad een beslissing neemt in het kader van de autonome procedure in het Gemeentewegendecreet (los van een vergunningsaanvraag), zij wel nog een beslissing kan nemen over het gemeentelijk rooilijnplan.

Besluit

Dit zijn twee interessante juridische vragen die gesteld worden aan het Grondwettelijk Hof, aangezien wel degelijk een verschil in behandeling onderscheiden kan worden. Of er sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel, moet worden overgelaten aan het oordeel van het Grondwettelijk Hof.

Nadien zal de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich kunnen uitspreken in deze zaak.

Of de decreetgever nog gaat moeten ingrijpen, is nog maar de vraag.

To be continued.

Bron: Gevaco Advocaten