Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk

Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen

(Scale / Schoups)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Boek 7 BW en de impact
voor IT-contracten

Mr. Stefan Van Camp (Timelex)

Webinar op vrijdag 2 oktober 2026


Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies

Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)

Webinar op vrijdag 25 september 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Boek 7 BW:
15 zaken die u moet herbekijken
in bouw- en vastgoedcontracten

Mr. Jef Feyaerts, mr. Els op de Beeck
en mr. Jens Rediers (Scale)

Webinar op donderdag 24 september 2026

De wederkerigheid in aannemings-overeenkomsten: een of-of-verhaal (Advocaat Tim Dierynck)

Auteur: Advocaat Tim Dierynck

In een recent arrest van 8 november 2024 verduidelijkte het Hof van Cassatie de wederkerigheid in aannemingsovereenkomsten.

De feiten speelden zich als volgt af. Tussen een bouwheer en een aannemer werd een aannemingsovereenkomst afgesloten voor een totaal bedrag van bijna € 300.000. Omwille van problemen met de waterdichtheid van het dak weigerde de bouwheer betaling van het saldo van de aannemingsprijs t.b.v. € 30.000. Na aanhangigmaking van de zaak bij de rechtbank oordeelde de rechtbank dat de bouwheer een totale schade had geleden van bijna € 20.000.

Zowel de eerste rechter als de rechter in hoger beroep oordeelden dat de aannemer bovendien geen aanspraak meer kon maken op het openstaand factuursaldo.  De aannemer tekende daartegen cassatieberoep aan stellende dat de beide openstaande bedragen, met name het openstaand factuursaldo van bijna € 30.000 moest worden gecompenseerd met de schadevergoeding van € 20.000 waarop de bouwheer recht. Indien dit immers niet zou gebeuren, wordt de aannemer tweemaal gestraft, of wordt de bouwheer tweemaal vergoed voor dezelfde schade.

Het principe hiervoor is gebaseerd op artikel 1149 Oud Burgerlijk Wetboek.

Krachtens artikel 1149 Oud Burgerlijk Wetboek, is, ingeval van foutieve niet-nakoming van een contractuele verbintenis, de schuldenaar verplicht de schade die de schuldeiser hierdoor lijdt te vergoeden. Deze schade bestaat, in het algemeen, uit het geleden verlies en de gederfde winst.

De schadevergoeding wegens contractuele wanprestatie heeft tot doel de schuldeiser te plaatsen in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de schuldenaar zijn verbintenis zou zijn nagekomen.

In voormelde casus oordeelde het Hof van Cassatie uiteindelijk in het voordeel van de aannemer :

De schuldeiser kan niet terzelfdertijd (i) vergoeding verkrijgen voor het herstel van de schade veroorzaakt door de foutieve niet-nakoming door de schuldenaar van zijn contractuele verbintenis, en (ii) weigeren zijn eigen verbintenissen ten aanzien van de schuldenaar na te komen.

Heel concreet betekent dit dat het recht op een schadevergoeding in hoofde van de schuldeiser het recht op betaling van de facturen in hoofde van de aannemer niet uitsluit. Een andere benadering zou immers neerkomen op het toekennen van een bovenmatige schadevergoeding aan de schuldeiser.

Één en ander schijnt een logisch en normaal standpunt te zijn, doch het bleek dat lagere rechtbanken dit nog niet consequent toepasten. Het principe werd nog eens duidelijk geschetst door het Hof van Cassatie.

Bron: Advocaat Tim Dierynck

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed, Verbintenissen & Goederen

Boeken in de kijker: