Wet Breyne: de laatste ontwikkelingen
in (komende) wetgeving en rechtspraak

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven

(Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 26 mei 2026


Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies

Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)

Webinar op vrijdag 25 september 2026


Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen

Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)

Webinar op donderdag 2 juli 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Buitencontractuele aansprakelijkheidsregelingen:
een kritische benadering na de
invoering van Boek 6 BW

Prof. dr. Britt Weyts (UAntwerpen)

Webinar op vrijdag 5 juni 2026


Omgevingsrecht:
de laatste evoluties

Mr. Bart De Becker ( De Becker Advocaten)

Webinar op vrijdag 5 juni 2026

De architect en de aansprakelijkheid voor de beroepsbekwaamheid van de aannemer – Cass.19 december 2025 (Gevaco Advocaten)

Auteur: Maarten Broekx (Gevaco Advocaten)

1. De plichten van de architect

Artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 verplicht de tussenkomst van een architect voor het opstellen van plannen en het toezicht op de uitvoering van vergunningsplichtige werken. Deze wettelijke verplichting brengt een duidelijke advies- en bijstandsplicht met zich mee: de bouwheer moet kunnen rekenen op de deskundige begeleiding van de architect tijdens het volledige bouwproces.

Daarnaast bepaalt artikel 22 van het deontologisch reglement van de Nationale Orde van Architecten (KB 18 april 1985) dat de architect de bouwheer moet bijstaan bij de keuze van de aannemer. Daarbij moet hij waken over de prijs-kwaliteitverhouding én over de waarborg en betrouwbaarheid die de aannemer biedt.

Uit deze bepalingen volgt dat de architect niet alleen technisch en esthetisch adviseert, maar ook moet controleren of de aannemer voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor toegang tot het beroep. Hij moet de bouwheer hierover correct informeren vóór de aannemingsovereenkomst wordt gesloten.

2. Het arrest van het Hof van Beroep te Bergen (15 oktober 2024)

In deze zaak sloot F. BV een volledige architectenopdracht af met een architectenbureau voor de afbraak en heropbouw van een gebouw. Op uitnodiging van het architectenbureau bracht een aannemer een offerte uit, waarna F. BV op 29 juli 2019 met hem een aannemingscontract sloot.

Het architectenbureau had in een prijsoffertevergelijking nochtans gewezen op abnormaal lage prijzen en de bouwheer uitdrukkelijk afgeraden om met deze aannemer samen te werken, omdat het vermoedde dat hij het project niet tot een goed einde zou kunnen brengen.

Later bleek dat de aannemer niet voldeed aan de voorwaarden voor toegang tot het beroep, waardoor het aannemingscontract nietig was.

Het hof van beroep oordeelde echter dat het architectenbureau geen fout had begaan die in causaal verband stond met de nietigheid van het contract.

3. Het oordeel van het Hof van Cassatie (19 december 2025)

Het Hof van Cassatie vernietigt dit oordeel. Het verwijt het hof van beroep dat het niet heeft onderzocht of de architect:

  • had moeten nagaan of de aannemer beroepsbekwaam was, en
  • de bouwheer daarover had moeten informeren.

Deze controleplicht vloeit rechtstreeks voort uit de wet en het deontologisch reglement. Cassatie benadrukt dat deze verplichting autonoom is: ze blijft bestaan, zelfs wanneer de architect de bouwheer al om andere redenen heeft afgeraden om met een bepaalde aannemer te werken.

Met andere woorden:

Het nalaten van deze verificatie kan aanleiding geven tot aansprakelijkheid.

4. Belang voor de praktijk

Dit arrest bevestigt en verduidelijkt de rol van de architect als bewaker van de kwaliteit én de juridische conformiteit van het bouwproces. De architect moet:

  • actief controleren of de aannemer beroepsbekwaam is,
  • de bouwheer hierover informeren,
  • en dit doen vóór de aannemingsovereenkomst wordt gesloten.

Waarschuwen voor andere risico’s volstaat niet. De controle op de toegang tot het beroep is een verplichte en afzonderlijke plicht.

5. Relevantie voor Vlaanderen?

Hoewel de wettelijke verplichting voor aannemers om hun beroepsbekwaamheid te bewijzen in Vlaanderen is afgeschaft, blijft het cassatiearrest van 19 december 2025 toch betekenisvol voor de Vlaamse praktijk. De kern van het arrest — de bevestiging van de advies- en bijstandsplicht van de architect — geldt immers in heel België.

Architecten moeten in Vlaanderen dus niet langer controleren of een aannemer formeel voldoet aan de regels over toegang tot het beroep, maar blijven wél verplicht om de bouwheer zorgvuldig te begeleiden bij de keuze van de aannemer. Dat houdt in dat zij moeten waken over de betrouwbaarheid, geschiktheid en kwaliteit van de aannemer, en de bouwheer moeten informeren en waarschuwen wanneer er aanwijzingen zijn dat de aannemer het project mogelijk niet aankan.

Het arrest benadrukt dat deze plicht autonoom is: zelfs wanneer de architect al om andere redenen waarschuwt, blijft hij verantwoordelijk voor een volledige en correcte begeleiding van de bouwheer bij de aannemerskeuze.

Bron: Gevaco Advocaten

Boeken in de kijker: