Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Bouwcontracten:
20 (problematische) clausules
Mr. Jens Rediers en mr. Jef Feyaerts (Schoups)
Webinar op vrijdag 3 juli 2026
Wet Breyne: de laatste ontwikkelingen
in (komende) wetgeving en rechtspraak
Prof. dr. Kristof Uytterhoeven
(Caluwaerts Uytterhoeven)
Webinar op dinsdag 26 mei 2026
Overheidsopdrachten:
de meest voorkomende fouten
die Belgische ondernemingen maken
Mr. Elke Casteleyn (Casteleyn Advocaten)
Webinar op donderdag 7 mei 2026
Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen
Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)
Webinar op donderdag 2 juli 2026
Omgevingsrecht:
de laatste evoluties
Mr. Bart De Becker ( De Becker Advocaten)
Webinar op vrijdag 5 juni 2026
Caute, caute overheid! De bouwpauze dreigt: van hitte-eiland naar groene oase (GD&A Advocaten)
Auteur: Liesa Vosch i.s.m. Tom Swerts (GD&A Advocaten)
Internationale en Europese engagementen hebben een impact op het lokale bodemgebruik. De recente Brusselse klimaatuitspraak toont haarscherp aan dat ruimtelijke planning en vergunningenbeleid niet langer klimaat-ongevoelig kunnen zijn. Besturen die het klimaat mee in rekening brengen en werk maken van robuuste planinstrumenten, beperken aansprakelijkheidsrisico’s, verhogen rechtszekerheid en beschermen hun inwoners tegen reële klimaatimpact.
Een verwittigd (zorgvuldig) bestuur is er twee waard
Op 29 oktober 2025 oordeelde de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) de algemene zorgvuldigheidsnorm (art. 1382 oud BW) heeft geschonden. Het BHG heeft nagelaten de noodzakelijke maatregelen te nemen om natuurlijke koolstofputten te behouden en te versterken en de voortgaande verharding en verstedelijking tijdig te keren om schadelijke gevolgen van klimaatverandering te voorkomen.
Volgens de rechter in casu vormen de internationaalrechtelijke instrumenten en Europese verordeningen inzake klimaat uitingen van een grote politieke en wetenschappelijke consensus, die een voldoende precieze invulling geeft aan de zorgvuldigheidsnorm.
Elke openbare macht, nationaal, regionaal of lokaal, die niet op redelijke wijze rekening houdt met de voorschriften van internationaal en Europees recht, kan niet als een normaal voorzichtige en zorgvuldige overheid beschouwd worden.
De rechter beval het BHG om de noodzakelijke maatregelen te nemen om de verstedelijking en verharding te schorsen van terreinen groter dan 0,5 ha op haar grondgebied en dat tot wanneer het gewijzigde Gewestelijke Bestemmingsplan is aangenomen, dat klimaatadaptatie en -mitigatie mee in rekening neemt, of ten laatste tot 31 december 2026. Zo’n schorsing vermindert het risico op verdere klimaatschade. Het BHG behoudt hierbij de beoordelingsvrijheid om de middelen te kiezen waarmee ze deze maatregel uitvoert.
Internationale en Europese impact op Brusselse bodem
Volgens het zesde IPCC-rapport (2023) en het European Climate Risk Assessment worden dichtbebouwde steden extra bedreigd door hittegolven en extreme neerslag; vergroening biedt lokale verkoeling en vermindert overstromingsrisico’s. De EU-verordening 2018/841 (LULUCF) en verordening 2023/839 verplichten België tot bijkomende netto-opslag van broeikasgassen tegen 2030. De Europese Klimaatwet beoogt klimaatneutraliteit tegen 2050, wat betekent dat de emissie en absorptie van koolstof in evenwicht zijn. Hiertoe moeten lidstaten natuurlijke koolstofputten versterken. Het EU-Milieuactieprogramma (besluit 2022/591) vereist dat regionale en lokale autoriteiten de milieu- en klimaatwetgeving van de EU effectief, snel en volledig uitvoeren en handhaven en dat zij het duurzaam gebruik van de bodem waarborgen.
Goede intenties en mooie woorden absorberen geen koolstof
De rechter verwijst naar de Klimaatzaak, waarin ook het Brusselse beleid werd veroordeeld wegens schending van artikelen 2 en 8 EVRM door het uitblijven van maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen voldoende te verminderen.
Het BHG beschikt niet over een geactualiseerde inschatting van de absorptiecapaciteit van broeikasgassen door natuurlijke putten en kan daardoor niet bijdragen aan de verplichte LULUCF-monitoring.
Minstens sinds 2015 had het BHG kennis van het verband tussen verharding en de gevolgen van overstromingen en droogte. Het Waterbeheerplan 2016-2021 en 2022-2027 omvat de intentie om verharding te beperken en duurzaam waterbeheer te integreren in de ruimtelijke ordening. Sinds 2016 erkent het BHG de urgente noodzaak om de vegetatiebedekking van de regio te versterken en uit te breiden. Het Lucht-Klimaat-Energieplan voorziet om adaptatiemaatregelen te integreren in de ruimtelijke ordening. Het comité van klimaatexperten heeft in 2024 het onvolledige karakter van het Lucht-Klimaat-Energieplan aangekaart en aanbevolen om groene ruimte niet meer te verminderen.
Niettegenstaande de intentieverklaringen om verharding tegen te gaan en het groen en blauw netwerk te ontwikkelen, stelt het BHG zelf vast dat de verstedelijking en verharding is blijven toenemen. Het BHG erkende bijgevolg zelf dat dit haar doelen inzake klimaatadaptatie en koolstofabsorptie ondermijnt.
De regelgevende instrumenten van het BHG zijn verouderd (het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, het Bestemmingsplan van 2001, bijzondere bestemmingsplannen, de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening van 2006, gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen). Het BHG engageerde zich om het Bestemmingsplan en de Stedenbouwkundige verordening te actualiseren, hierbij rekening te houden met klimaatverandering en -adaptatie en de bebouwbare ruimte te beperken. Op 11 maart 2025 werd nog een ontwerp van ordonnantie ingediend om een moratorium in te stellen op bepaalde vergunningen met betrekking tot projecten op publieke braakliggende gronden, in afwachting van de hervorming van het Bestemmingsplan.
Uit bovenstaande vaststellingen leidt de rechter af dat het BHG niet heeft gehandeld met de nodige voorzichtigheid en zorgvuldigheid. Het BHG heeft niet de noodzakelijke maatregelen genomen om de absorptiecapaciteit te behouden en versterken, terwijl ze sinds 2017 wist dat die capaciteit ruimschoots onvoldoende was. Het feit dat de procedure in gang is gezet om het Bestemmingsplan en de Stedenbouwkundige Verordening te herzien doet aan voorgaande vaststellingen volgens de rechter geen afbreuk.
Er bestaat een internationale en Europese consensus over de noodzaak en urgentie van het versterken van de absorptiecapaciteit van broeikasgassen om klimaatopwarming te beperken en zich aan te passen aan de effecten ervan. Er is eveneens consensus over het belang van het behoud en herstel van land, de bestrijding van verwoestijning en reductie van ontbossing, als bijdrage aan klimaatmitigatie en -adaptatie. Het BHG was sinds meer dan tien jaar volledig op de hoogte van deze context.
De hete adem van klimaatverandering en -beleid in de nek van (lokale) besturen
Het Brusselse vonnis bevestigt de tendens uit de Klimaatzaak: waar algemene normschendingen blijven voortduren, is de rechter steeds meer bereid specifieke, controleerbare maatregelen te bevelen.
Ook Vlaanderen heeft klimaatdoelstellingen en -intenties op het gebied van ruimtelijke ordening. De Vlaamse Regering wil een openruimtepact ontwikkelen in samenwerking met o.a. lokale besturen, wil inzetten op het terugdringen van het bijkomende ruimtebeslag naar 0 hectare/dag in 2040, wil ontharding laten doorwerken in de vergunningverlening en wil de oppervlakte aan stadsnatuur minstens in stand houden (Vlaams Regeerakkoord 2024-2029). Het Vlaams Klimaat‑ en Energieplan voorziet een LULUCF‑actieplan tegen eind 2025. Actie is echter dringend nodig, want tussen 2022 en 2023 is de verharding in Vlaanderen weer opgelopen met 10 hectare per dag.
De les uit Brussel is duidelijk: ruimtelijke ordening is klimaatbeleid. Zorgvuldige besturen verankeren klimaatmitigatie en -adaptatie in hun plannen en vergunningen en bouwen zo aan veerkrachtige kernen en open-ruimte-netwerken. Dat vereist een consequente klimaattoets, robuuste motivering en het durven kiezen voor ontharding, versterking van groene en blauwe ruimte en van koolstofputten – zeker bij grote onbebouwde percelen. Het valt nog af te wachten hoe het BHG uitvoering zal geven aan het vonnis, maar dat de maatregel(en) een impact zullen hebben op de vergunningverlening door lokale Brusselse besturen staat vast.
Lokale besturen kunnen of moeten het klimaat op verschillende gronden in hun besluitvorming betrekken. Denk aan de LULUCF-verordening, de klimaatzorgplicht die voortvloeit uit het Burgemeestersconvenant, de milieueffectenbeoordeling, de watertoets, artikel 2 en 8 EVRM, het zorgvuldigheidsbeginsel (geconcretiseerd door lokale, Vlaamse, nationale, Europese of internationale doelstellingen)…
De tijd van vrijblijvende intenties en goede voornemens is voorbij; de rechtsstaat verwacht een zorgvuldige uitvoering van het klimaatbeleid.
Bron: GD&A Advocaten
» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed















