Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen
Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)
Webinar op donderdag 2 juli 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Bouwcontracten:
20 (problematische) clausules
Mr. Jens Rediers en mr. Jef Feyaerts (Schoups)
Webinar op vrijdag 3 juli 2026
Bouwen over de gewestgrenzen heen: hoe zit het met beroepsbekwaamheid? (Desdalex)
Auteur: Desdalex
Drie gewesten, drie regels
Wie vandaag als aannemer in België actief is, merkt al snel dat de regels rond beroepsbekwaamheid verschillen per gewest. Waar Vlaanderen de vereisten grotendeels heeft afgeschaft, houden Brussel en Wallonië vast aan strengere voorwaarden.
Historische achtergrond
Met de programmawet van 10 februari 1998[i] wilde de wetgever zelfstandigen een basispakket ondernemersvaardigheden opleggen.
Voor de bouwsector kwam daar op 29 januari 2007 een koninklijk besluit[ii] bij dat bepaalt welke kwalificaties nodig zijn voor een aannemer, gaande van ruwbouwwerken tot afwerking. Zo zal de aannemer verplicht een attest beroepsbekwaamheid moeten kunnen voorleggen. Ook een attest basiskennis bedrijfsbeheer hoort tot één van de verplichtingen.
Dit is zeer verregaand nu de rechtspraak stelt dat een aannemingscontract gesloten tussen een bouwheer en een aannemer die op het ogenblik van het sluiten van het contract niet beschikt over de vereiste attesten voor de hem toevertrouwde werken, nietig is wegens strijdigheid met de openbare orde.[iii]
Bovendien is de architect verplicht om, in het kader van zijn verplichting tot bijstand en advies, de bouwheer bij te staan in de keuze van de aannemer en hem onder meer te wijzen op hogervermelde verplichting.[iv]
Sedert 2005 geldt in Europa echter de richtlijn 2005/36[v], die vertrekt van het principe dat diensten vrij moeten kunnen circuleren. Beperkingen, zoals een verplicht attest, mogen enkel blijven bestaan als ze noodzakelijk zijn voor het algemeen belang.[vi]
Gewestelijke aanpak
Vlaanderen
In het Vlaamse gewest heeft men besloten dat dat de voorwaarden geen algemeen belang dienden en schafte de verplichting af met ingang van 01/01/2019.[vii] Vlaamse aannemers hoeven dus geen bekwaamheidsattest meer te hebben.
Wallonië
Wallonië wijzigde niets aan hun regelgeving en bleef vasthouden aan de oude regels. Wil men als Waalse aannemer werken uitvoeren in Wallonië zal men dus nog steeds dienen te beschikken over zowel het attest beroepsbekwaamheid als het attest basiskennis bedrijfsbeheer.
Brussel
Brussel paste haar wetgeving aan in 2024.[viii] Het verplichte attest bedrijfsbeheer werd afgeschaft, maar het attest beroepsbekwaamheid bleef overeind.
Over de grens werken
Een Vlaamse aannemer die in Vlaanderen vrijgesteld is, komt in de problemen zodra hij in Brussel of Wallonië projecten uitvoert. De vraag is: moet hij daar alsnog een attest voorleggen?
Het idee van “wederzijdse erkenning” zou erop wijzen dat dat niet nodig is. Dit principe houdt immers in dat zodra je in één regio of lidstaat aan de regels voldoet, je die erkenning in principe kan meenemen naar een andere regio of lidstaat.
Maar: het principe is niet absoluut. Een gewest of lidstaat mag strengere regels opleggen als dat kan worden gerechtvaardigd door een “legitiem doel”. En daar wringt het nu: sommige rechters vinden dat Wallonië en Brussel wél extra eisen mogen opleggen aan Vlaamse aannemers, anderen interpreteren dat anders.
Rechtbanken spreken zich uit
Ondernemingsrechtbank Henegouwen (afd. Bergen) 17 april 2023[ix]
Het principe van wederzijdse erkenning geldt volgens de rechtbank alleen zolang de verschillende gewesten vergelijkbare regels hebben. Doordat Vlaanderen de verplichting heeft geschrapt, is die gelijkheid verdwenen. Het gevolg is dat Vlaamse aannemers die in Wallonië werken, zich tóch aan de Waalse regels moeten houden, ook al geldt dat in hun thuisregio niet meer.
De aannemingsovereenkomst werd dan ook nietig verklaard door de rechtbank. Partijen dienen dan in hun oorspornkelijke toestand te worden teruggeplaatst, hetgeen betekent dat de aannemer aan de bouwheer alle door hem/haar betaalde sommen moet terugbetalen. Voor de uitgevoerde werken krijgt de aannemer uiteraard wel een vergoeding, maar dit is vaak zonder de winstmarges en louter beperkt tot de materiaalkosten en het uurloon.
Rechtbank van eerste aanleg Waals-Brabant 22 mei 2024[x]
De rechtbank in Waals-Brabant oordeelde daarentegen in tegenovergestelde zin. Het aannemingscontract tussen de Vlaamse aannemer die werken in Waals-Brabant had uitgevoerd voor een Waalse bouwheer zonder een attest van beroepsbekwaamheid, werd geldig verklaard.
Zo verwees de rechtbank enerzijds naar de zesde staatshervorming en het feit dat gewesten sedertdien eigen regels mogen opleggen en, anderzijds, naar het principe van de vrijheid van ondernemen.
Conclusie
Voor Vlaamse ondernemers is de situatie dus hoogst onzeker. Ze riskeren namelijk dat hun contract nietig wordt verklaard in Brussel of Wallonië. Dat kan bijzonder zwaar doorwegen: de ontvangen sommen terugstorten en slechts een minimale vergoeding behouden.
Tot een hogere rechtbank of het Grondwettelijk Hof duidelijkheid schept, zullen aannemers uit Vlaanderen niet zonder risico over de taalgrens werken kunnen uitvoeren.
***
[i] Programmawet 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, BS 21 februari 1998.
[ii] KB 29 januari 2007 betreffende de beroepsbekwaamheid voor de uitoefening van zelfstandige activiteiten van het bouwvak en van de elektrotechniek, alsook van de algemene aanneming, BS 27 februari 2007.
[iii] Cass. 27 september 2018, JT 2019, afl. 6779-6780, 528.
[iv] Cass. 6 januari 2012, Arr. Cass. 2012, afl. 1, 46.
[v] Richtlijn (EU) nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, Pb. L. 255, 30 september 2005.
[vi] Overweging 15 Richtlijn (EU) nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, Pb. L. 255, 30 september 2005.
[vii] B. Vl. Reg. 19 oktober 2018 tot opheffing van het koninklijk besluit van 21 december 1974 tot bepaling van de eisen tot uitoefening van de beroepswerkzaamheid van installateur-frigorist in de kleine en middelgrote handels- en ambachtsondernemingen en het koninklijk besluit van 29 januari 2007 betreffende de beroepsbekwaamheid voor de uitoefening van zelfstandige activiteiten van het bouwvak en van de elektrotechniek, alsook van de algemene aanneming, BS 23 november 2018.
[viii] B. Br. Reg. 7 maart 2024 houdende diverse wijzigingen tot vereenvoudiging van de toegang tot het beroep, BS 29 maart 2024.
[ix] Ondrb. Henegouwen (afd. Bergen) 17 april 2023, Res. Jur. Imm. 2023, afl. 2-3, 127.
[x] Rb. Waals-Brabant 22 mei 2024, Res. Jur. Imm. 2024, afl. 3, 139.
Bron: Desdalex
» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed













