Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk

Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen

(Scale / Schoups)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen

Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)

Webinar op donderdag 2 juli 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Bouwcontracten:
20 (problematische) clausules

Mr. Jens Rediers en mr. Jef Feyaerts (Schoups)

Webinar op vrijdag 3 juli 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille

Bodemdecreet krijgt update: pragmatisme wint terrein (Andersen)

Auteur: Matias Osorio Olivera & Yves Sacreas (Andersen)

Op 23 maart 2026 treden enkele wijzigingen aan het Bodemdecreet in werking. Hoewel deze aanpassingen op het eerste gezicht eerder technisch lijken, spelen deze duidelijk in op het bestaande spanningsveld binnen het Vlaamse bodembeleid: de kloof tussen theoretische normen en hun praktische toepasbaarheid. Met deze hervorming kiest de decreetgever expliciet voor een meer wendbaar en uitvoerbaar kader.

1. De aanleiding

De aanleiding voor deze wijzigingen ligt in concrete uitvoeringsproblemen binnen het bestaande bodembeleid. Zo blijkt in de praktijk dat de richtwaarden voor bodemkwaliteit, binnen het beleid inzake bodemsanering, soms lager liggen dan de feitelijke achtergrondconcentraties in de bodem, onder meer bij stoffen zoals PFAS.

In bepaalde gevallen kan dit ertoe leiden dat bodemverontreiniging niet langer kan afgebakend worden en saneringsverplichtingen in de praktijk onuitvoerbaar worden. Daarnaast kan ook het hergebruik van bodemmaterialen bemoeilijkt worden, met aanzienlijke economische en ecologische gevolgen.

Met het wijzigingsdecreet van 27 februari 2026 wil de decreetgever hierop een antwoord bieden.

2. Flexibilisering van richtwaarden voor bodemkwaliteit

Een eerste wijziging betreft de vaststelling van de richtwaarden voor bodemkwaliteit. Voortaan kan de Vlaamse Regering expliciet rekening houden met de haalbaarheid van deze waarden. Meer concreet, wanneer het om wetenschappelijk-technische of socio-economische overwegingen niet haalbaar zou zijn, kunnen richtwaarden worden vastgesteld die het beoogde kwaliteitsniveau “zoveel als redelijkerwijze mogelijk” benaderen.

Dit is een toepassing van het ALARA-principe (‘as low as reasonably achievable’) in het bodembeleid. Dit moet voorkomen dat normen worden opgelegd die in de praktijk moeilijk of zelfs onmogelijk te realiseren zijn. De voorbereidende werken preciseren evenwel dat deze flexibilisering geen vrijgeleide is. Immers rijst de vraag hoe wordt beslist wat wel of niet ‘haalbaar’ is. De decreetgever is duidelijk: de richtwaarden moeten nog steeds in hoofdzaak gebaseerd blijven op de multifunctionele bodemkwaliteit en vergen een versterkte motivering. Nieuwe richtwaarden zijn bovendien inherent evolutief, zodat de Vlaamse Regering een actualisatieplicht heeft.

2. Aanpak bij ontbrekende bodemsaneringsnormen

Het wijzigingsdecreet verduidelijkt voortaan hoe moet worden omgegaan met verontreinigende stoffen waarvoor geen specifieke bodemsaneringsnormen bestaan. In dergelijke gevallen wordt expliciet teruggevallen op het saneringscriterium uit artikel 19 van het Bodemdecreet. Hoewel dit principe reeds impliciet gold, wordt het nu decretaal verankerd om de rechtszekerheid te waarborgen.

3. Nadere regels voor het gebruik van bodemmaterialen

Ook de regels rond het gebruik van bodemmaterialen worden verder verfijnd. De Vlaamse Regering krijgt de bevoegdheid om nadere voorwaarden en waarden vast te stellen, en het decreet bevestigt dat de waarden voor vrij gebruik worden afgestemd op de richtwaarden voor bodemkwaliteit. Op die manier wil men meer samenhang binnen het bodembeleid creëren en het duurzaam en circulair gebruik van uitgegraven bodem ondersteunen.

4. Versterking rol OVAM bij dataverzameling

Tot slot krijgt de OVAM de bevoegdheid om ambtshalve bodemstalen te nemen met het oog op het vaststellen van richtwaarden. Dit moet bijdragen aan een betere onderbouwing van beleidskeuzes en een meer data-gedreven aanpak van bodemkwaliteit.

Conclusie

Algemeen kan worden besloten dat de decreetgever met deze hervorming inzet op een evenwicht tussen milieubescherming en uitvoerbaarheid. Door het ALARA-principe explicieter te verankeren en tegelijk bijkomende instrumenten en verduidelijkingen te voorzien, wordt een kader gecreëerd dat beter aansluit bij de realiteit op het terrein. De effectiviteit van deze wijzigingen zal in belangrijke mate afhangen van de concrete toepassing en motivering in de praktijk, maar ze vormen in elk geval een duidelijke stap richting een meer wendbaar bodembeleid.

Bron: Andersen

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed

Boeken in de kijker: