Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk

Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen

(Scale / Schoups)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027

Bij een ondergrondse wadi is onwenselijk nog niet onvermijdbaar. Raad voor Vergunningsbetwistingen 30 april 2026 (UAntwerpen)

Auteur: Yannick Smeets (UAntwerpen)

Eind vorig jaar vestigde de minister in de Omzendbrief OMG/2025/02 de aandacht op enkele toegelaten uitzonderingen op de Hemelwaterverordening 2023 en riep de diverse vergunningverlenende overheden op daar voldoende aandacht voor te hebben.

Een van die uitzonderingen is de ondergrondse wadi of infiltratievoorziening. Sinds de Hemelwaterverordening 2023 is bovengronds de norm, tenzij een ondergrondse voorziening onvermijdbaar is.

De onvermijdbaarheid van een ondergrondse infiltratie kan onder andere voortvloeien uit ‘juridische redenen’.

Het technisch achtergronddocument bij de Hemelwaterverordening verduidelijkt die redenen als “𝘸𝘢𝘯𝘯𝘦𝘦𝘳 𝘸𝘦𝘵𝘵𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦 𝘣𝘦𝘱𝘢𝘭𝘪𝘯𝘨𝘦𝘯 𝘦𝘳𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘻𝘰𝘳𝘨𝘦𝘯 𝘥𝘢𝘵 𝘦𝘳 𝘨𝘦𝘦𝘯 𝘳𝘶𝘪𝘮𝘵𝘦 𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘪𝘬𝘣𝘢𝘢𝘳 𝘪𝘴 𝘷𝘰𝘰𝘳 (𝘦𝘯𝘬𝘦𝘭) 𝘦𝘦𝘯 𝘣𝘰𝘷𝘦𝘯𝘨𝘳𝘰𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘪𝘯𝘧𝘪𝘭𝘵𝘳𝘢𝘵𝘪𝘦𝘷𝘰𝘰𝘳𝘻𝘪𝘦𝘯𝘪𝘯𝘨”.

In een recent arrest van 30 april 2026 verduidelijkt de RvVb dat er geen sprake is van een juridische onvermijdbaarheid wanneer een vergunningsaanvraag de bouwmogelijkheden uit het geldende RUP maximaliseert en er daardoor geen ruimte meer over is voor een bovengrondse infiltratievoorziening.

Het RUP vereist volgens de Raad niet dat het volledige perceel volgebouwd moét worden en een bovengrondse daardoor onmogelijk zou zijn.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed

Boeken in de kijker: