Omgevingsrecht:
de laatste evoluties

Mr. Bart De Becker ( De Becker Advocaten)

Webinar op vrijdag 5 juni 2026


Appartementsrecht:
recente ontwikkelingen anno 2026

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Andersen)

Webinar op donderdag 12 februari 2026


Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen

Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)

Webinar op donderdag 2 juli 2026


Onderhoudsuitkeringen:
de impact van de ingrijpende fiscale wijzigingen

Mr. Steven Brouwers, advocaat-bemiddelaar

Webinar op vrijdag 3 juli 2026


Buitencontractuele aansprakelijkheidsregelingen:
een kritische benadering na de
invoering van Boek 6 BW

Prof. dr. Britt Weyts (UAntwerpen)

Webinar op vrijdag 5 juni 2026


Wet Breyne: de laatste ontwikkelingen
in (komende) wetgeving en rechtspraak

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven

(Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 26 mei 2026

Archeologische vondsten en de koop van vastgoed: een mogelijk verborgen gebrek met verstrekkende gevolgen? (Reya Advocaten)

Auteur: Tom Goemaere (Reya Advocaten)

Wat gebeurt er als na de aankoop van een onroerend blijkt dat de ondergrond niet enkel aarde en stenen bevat, maar ook de stille getuigen van een ver verleden? Een onverwachte archeologische vondst kan de plannen van de nieuwe eigenaar drastisch doorkruisen. Dit roept de vraag op of de aanwezigheid van, of zelfs het loutere potentieel voor, archeologische vondsten kan worden beschouwd als een verborgen gebrek dat de koopovereenkomst aantast als de verkoper hier weet van had.

Het archeologisch potentieel als functioneel gebrek

Volgens artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek is de verkoper gehouden tot vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak, die deze ongeschikt maken tot het gebruik waartoe men ze bestemt, of die dit gebruik zodanig verminderen dat de koper, indien hij de gebreken gekend had, de zaak niet of slechts voor een mindere prijs zou hebben gekocht. Een gebrek hoeft niet louter materieel van aard te zijn; ook juridische beperkingen die op het goed rusten, kunnen als een functioneel gebrek worden gekwalificeerd.

De impact van een archeologische vondst wordt niet primair bepaald door de vondst zelf, maar door de juridische kettingreactie die wordt geactiveerd door het Vlaamse Onroerenderfgoeddecreet. Zelfs een toevalsvondst kan, na melding, leiden tot de vaststelling van de locatie als een archeologische zone. Dit heeft een onmiddellijke en ingrijpende impact op de gebruiksmogelijkheden van het perceel. De nieuwe eigenaar wordt geconfronteerd met een strikt gereguleerd kader dat zijn eigendomsrecht aanzienlijk kan beperken.

Art. 5.4.1 Onroerenderfgoedecreet bepaalt dat wanneer een eigenaar een omgevingsvergunning wil aanvragen voor werken in een dergelijke zone, hij verplicht is een archeologienota te laten opstellen. Deze verplichting geldt al bij ingrepen in de bodem vanaf 100 m² op percelen die minstens 300 m² groot zijn.

De vergunningverlenende overheid zal de omgevingsvergunning pas afleveren nadat het Agentschap Onroerend Erfgoed akte heeft genomen van deze nota. Dit proces brengt niet alleen aanzienlijke studiekosten met zich mee, maar leidt ook onvermijdelijk tot vertraging. Bovendien kan de nota concluderen dat een volwaardig archeologisch vooronderzoek of zelfs een volledige opgraving noodzakelijk is, waarvan de kosten eveneens ten laste van de eigenaar vallen. De grond, gekocht om te bebouwen, wordt daardoor tijdelijk of permanent onbebouwbaar of enkel bebouwbaar na een aanzienlijke, onvoorziene meerkost. Dit raakt de kern van de functionele bestemming van het goed en vormt de basis voor een vordering wegens verborgen gebreken.

Het voornaamste tegenargument dat de verkoper kan opwerpen is dat de opname in het inventaris van archeologische zones an sich geen problemen zou mogen opleveren voor het bekomen van de omgevingsvergunning (of een machtiging of toelating) volgens art. Artikel 4.1.8. Onroerenderfgoeddecreet. Enkel de weg er naar toe zou dus beduidend moeilijker en duurder worden in bepaalde gevallen.

De visie van de rechtspraak en rechtsleer

Hoewel specifieke rechtspraak over archeologische vondsten als verborgen gebrek schaars is, kan een analogie worden gemaakt met andere gebreken zoals bodemverontreiniging of stedenbouwkundige inbreuken. Gelijklopend met het Onroerenderfgoedecreet leggen de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (V.C.R.O.) en het Bodemdecreet een wettelijke informatieverplichting op voor koper en makelaar in zowel publicatie als in de onderhandse en authentieke akte op. Echter, i.t.t. Het V.C.R.O en het Bodemdecreet ontbreekt de expliciete nietigheidssanctie in het Onroerend Erfgoeddecreet voor de schending van de informatieverplichting. De nietigheid zal dus op basis van een andere rechtsgrond moeten worden beargumenteerd.

De hoven en rechtbanken aanvaarden doorgaans dat dergelijke lasten een verborgen gebrek kunnen vormen, mits aan de klassieke voorwaarden is voldaan. De analyse door een rechter zal zich toespitsen op drie kernvragen.

Ten eerste, de ernst van het gebrek. Het loutere feit dat een perceel in een archeologische zone ligt, waardoor de procedure voor een vergunningsaanvraag verzwaard wordt, kan al als voldoende ernstig worden beschouwd. Indien dit daadwerkelijk leidt tot de verplichting van een duur en langdurig archeologisch onderzoek, is er ontegensprekelijk sprake van een ernstig gebrek.

Ten tweede, het verborgen karakter. Een koper wordt geacht een normaal en aandachtig onderzoek te voeren. De ‘vastgestelde inventaris van archeologische zones’ is een publiek consulteerbaar instrument. Indien het perceel hierin reeds was opgenomen vóór de verkoop, zou een rechter kunnen oordelen dat het gebrek niet werkelijk ‘verborgen’ was voor een zorgvuldige koper. De situatie is echter anders wanneer een toevalsvondst na de koop leidt tot de aanwijzing van een nieuwe zone. In dat geval was het gebrek wel degelijk verborgen. Doch moet hier eveneens gewezen worden op de wettelijke informatieverplichting in zowel publicatie (Artikel 6.4.8. Onroerenderfgoeddecreet) als in de onderhandse en autentieke akte (6.4.9. Onroerenderfgoeddecreet) die de verkoper en desgevallend zijn vastgoedmakelaar heeft.

Ten derde is de kennis van de verkoper van doorslaggevend belang. Was de verkoper op de hoogte van het archeologisch potentieel, bijvoorbeeld door een eerdere vondst die hij niet meldde, dan is hij te kwader trouw indien hij dit verzwijgt. In dat geval kan hij zich niet verschuilen achter een exoneratieclausule in de verkoopovereenkomst.

De gevolgen voor de positie van de koper

Wanneer een koper met succes de vordering wegens een verborgen gebrek instelt, biedt artikel 1644 van het Burgerlijk Wetboek hem een keuze. Hij kan de ontbinding van de verkoop vorderen en de volledige koopsom terugkrijgen, wat een passende oplossing is als zijn bouwplannen volledig onmogelijk of economisch onrendabel zijn geworden. Alternatief kan hij opteren voor behoud van het goed met een prijsvermindering. Deze vermindering wordt dan mogelijk begroot op de concrete kosten van de archeologienota, het archeologisch onderzoek en de eventuele waardevermindering van de grond door de opgelegde beperkingen.

Het is voor de koper van essentieel belang om de vordering binnen een ‘korte termijn’ in te stellen na de ontdekking van de archeologische problematiek. Wat deze korte termijn precies inhoudt, is een feitenkwestie.

Concluderend kan een archeologische vondst, en het daaruit voortvloeiende wettelijke kader, de gebruiksmogelijkheden van een onroerend goed drastisch beperken. De juridische verplichtingen die het Onroerenderfgoeddecreet oplegt, kunnen een zwaar en onvoorzien functioneel gebrek vormen.

Het voornaamste tegenargument dat kan opgeworpen worden is de inhoud van art. Artikel 4.1.8. Onroerenderfgoeddecreet, hetgeen bepaalt dat de opname in het inventaris van archeologische zones een omgevingsvergunning bekomen niet in de wegstaat.

In een steeds dichter bebouwd landschap met een groeiend erfgoedbewustzijn, wordt een grondig vooronderzoek door de koper, inclusief de consultatie van de inventaris van archeologische zones,  en een transparante informatieplicht voor de verkoper meer dan ooit onontbeerlijk.

Bron: Reya Advocaten

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed, Verbintenissen & Goederen

Boeken in de kijker: