Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk

Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen

(Scale / Schoups)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Omgevingsprocedure:
de allerlaatste ontwikkelingen

Mr. Bart De Becker (De Becker Advocaten)

Webinar op donderdag 26 november 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027

Afvalstraat, nachtlawaai en bewakingscamera’s in Oostende. En wat met de omgevingsvergunning? Cass. 15 september 2026 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc vandecasteele (Recht op zaterdag)

1. Vergunningsplicht voor de afvalstraat

De eisers voerden aan dat de afvalstraat een oppervlakte van meer dan 20 m² had en bijgevolg vergunningsplichtig was. Volgens hen moest niet alleen de oppervlakte van de afvalcontainers zelf worden meegerekend, maar ook:

  • de ruimte tot aan de houten paaltjes;
  • de ruimte die door voertuigen en vrachtwagens wordt ingenomen bij het ledigen van de containers;
  • de afbakeningen en de feitelijk ingenomen ruimte.

Het Hof verduidelijkt dat de “gezamenlijke oppervlakte” in artikel 10, 12°, van het Vrijstellingsbesluit betrekking heeft op het totale grondoppervlak waarop of waaronder de afvalhouders zich bevinden. Daarbij moet geen rekening worden gehouden met:

  • aangrenzende ruimte die de containers afbakent;
  • de ruimte die nodig is om de containers periodiek te ledigen.

De afvalcontainers zelf besloegen volgens de vaststellingen 16,89 m². De bijkomende ruimte tot aan de paaltjes — in totaal 26,83 m² — hoefde niet te worden meegerekend. De plaatsing viel dus onder de vrijstelling van de omgevingsvergunning.

2. Onderzoeksmaatregelen en recht van verdediging

De eisers klaagden aan dat het hof van beroep hun gevraagde onderzoeksmaatregelen niet had bevolen. Het Hof van Cassatie stelt evenwel vast dat het hof van beroep niet enkel had geoordeeld dat alleen de burgerlijke belangen aanhangig waren.

Het hof van beroep had ook gemotiveerd dat het:

  • het openbaar ministerie niet kon bevelen bepaalde onderzoeksdaden te stellen;
  • zelfs daartoe niet bevoegd zou zijn geweest indien ook de strafvordering nog aanhangig was;
  • op basis van de bestaande gegevens reeds kon besluiten dat geen fout of nalatigheid van de Stad Oostende was aangetoond.

De gevraagde onderzoeksmaatregelen konden volgens het hof van beroep dus niet tot een andere beoordeling leiden.

3. Nachtlawaai

De eisers stelden dat de afvalstraat nachtlawaai veroorzaakte en dat de Stad Oostende daarvoor aansprakelijk was, onder meer omdat:

  • de afvalstraat ’s nachts niet werd afgesloten;
  • de inrichting volgens hen een soort mini-containerpark vormde;
  • de zwaarste geluidshinder zich in het weekend voordeed;
  • de afvalstraat in een doodlopende straat was geplaatst.

Het Hof van Cassatie oordeelt dat het hof van beroep deze argumenten wel degelijk heeft beantwoord. Het had geoordeeld dat niet was bewezen dat de Stad Oostende zelf handelingen had gesteld die nachtlawaai veroorzaakten of dat zij zich schuldig nalatig had gedragen.

Daarbij werd onder meer rekening gehouden met stedelijke regels die nachtrustverstoring tussen 22.00 uur en 06.00 uur verbieden en het deponeren van glasafval slechts tussen 08.00 uur en 20.00 uur toestaan. Eventueel gebruik van de containers buiten die uren kon daarom niet zonder meer aan de Stad worden toegerekend.

4. Schade door bewakingscamera’s

Ten slotte voerden de eisers aan dat zij schade hadden geleden door het plaatsen van vaste bewakingscamera’s die volgens hen op hun woning waren gericht. Zij vorderden één euro provisionele schadevergoeding wegens materiële en morele schade.

Het Hof van Cassatie verklaart dit onderdeel niet-ontvankelijk. De beoordeling dat de eisers geen concrete schade als gevolg van het bewezen verklaarde cameramisdrijf hadden aangetoond, is volgens het Hof een feitelijke beoordeling waartegen in cassatie niet kan worden opgekomen.

Het feit dat slechts één euro provisioneel werd gevorderd, volstond volgens het Hof niet om de vereiste concrete schade aan te tonen.

Kern van het arrest

Het arrest bevestigt in essentie drie punten:

  1. Voor de vrijstelling van een omgevingsvergunning voor afvalhouders telt enkel de oppervlakte waarop of waaronder de houders zich bevinden, niet de omliggende afbakenings- of ledigingsruimte.
  2. Het hof van beroep kon oordelen dat geen fout of nalatigheid van de Stad Oostende met betrekking tot slagen, verwondingen of nachtlawaai was bewezen.
  3. Een loutere provisionele vordering van één euro ontslaat de burgerlijke partij niet van de verplichting om concrete schade aan te tonen.

De cassatieberoepen worden bijgevolg volledig verworpen.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed

Boeken in de kijker: