Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Bouwcontracten:
20 (problematische) clausules

Mr. Jens Rediers en mr. Jef Feyaerts (Schoups)

Webinar op vrijdag 3 juli 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen

Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)

Webinar op donderdag 2 juli 2026


Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk

Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen

(Scale / Schoups)

Webinar op donderdag 19 november 2026

Afbraak en heropbouw in mede-eigendom: wat zegt de wet? (Noma)

Auteur: Stefanie Claeys (Noma)

Een appartementsblok, een kantoorsite of een gemengd complex met woon- en handelsfuncties: wanneer een gebouw in mede-eigendom structureel verouderd is of niet langer voldoet aan de technische en wettelijke vereisten, is een afbraak en herontwikkeling vaak onvermijdelijk. Maar hoe neemt u als mede-eigenaar zo’n ingrijpend besluit op juridisch correcte wijze? Welke afspraken legt u op voorhand vast – ook als projectontwikkelaar – om het traject in goede banen te leiden? Advocaat Stefanie Claeys, gespecialiseerd in vastgoedrecht, licht de mogelijke valkuilen en regelgeving toe.

Herontwikkeling binnen een vereniging van mede-eigenaars: wat zegt artikel 3.88 BW?

Het Burgerlijk Wetboek stelt in artikel 3.88, 2° h dat de algemene vergadering van mede-eigenaars met een vier vijfde meerderheid beslist tot de volledige afbraak en heropbouw van het gebouw, tenzij de basisakte daar expliciet van afwijkt. Wordt die beslissing niet unaniem genomen, dan is een bekrachtiging door de vrederechter vereist.

“Dat klinkt helder op papier,” zegt Stefanie Claeys, “maar in de praktijk is dit zelden een evident parcours. Door de uitvoering van deze bouwwerken en de ganse juridische constrcutie daarrond, dringt de oprichting van een nieuwe vereniging van mede-eigenaar zich ook op. Zonder juridische structuur én zonder vooraf gemaakte afspraken wordt elke volgende stap al snel een bron van discussie.”

Duidelijke afspraken vóór de eerste steen verdwijnt

De heropbouw van een gebouw begint bij heldere afspraken. Wie neemt het initiatief? Hoe worden de kosten verdeeld? Wie krijgt wat na voltooiing? En wat als één mede-eigenaar alsnog afhaakt?

In de praktijk wordt vaak samengewerkt met een bouwpromotor, die de herontwikkeling uitvoert en in ruil bijkomende bouwrechten verwerft. Zo’n samenwerking vraagt een juridisch sluitend kader. Notulen van de algemene vergadering volstaan zelden. De ervaring leert dat bijkomende overeenkomsten nodig zijn, zowel tussen mede-eigenaars onderling als met de bouwpromotor, om het project juridisch én praktisch werkbaar te maken. Ook de opmaak van een nieuwe basisakte verdient van bij de start bijzondere aandacht.

Wat met artikel 3.88 BW en de projectontwikkelaar? Rollen, risico’s en vergunningen

Stapt u als projectontwikkelaar in een herontwikkelingsproject, dan gebeurt dat doorgaans in ruil voor het recht om bijkomende wooneenheden te ontwikkelen en te verkopen. Die betrokkenheid vraagt om een duidelijke rolafbakening: welke positie neemt u in binnen (of naast) de VME? Met wie sluit u contracten, en onder welke voorwaarden? Ook het vergunningstraject vereist een doordachte aanpak, van de aanvraag van een omgevingsvergunning tot mogelijke afwijkingen op stedenbouwkundige voorschriften. Heldere overeenkomsten van bij de start voorkomen discussies onderweg en vergroten de slaagkans van het volledige project.

Bron: Noma

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed

Boeken in de kijker: