Wet houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit: nieuwigheden op het gebied van de mobiliteitsbelasting (Claeys & Engels)

Auteur: Claeys & Engels

De wet die woensdag gestemd werd, wijzigt het wettelijk kader van het mobiliteitsbudget. Bovendien wil de wetgever de fiscale aftrekbaarheid van kosten voor bedrijfswagens beperken en de installatie van elektrische laadstations aanmoedigen.

Belangrijkste wijzigingen in de mobiliteitsbegroting

Er worden wijzigingen doorgevoerd om het mobiliteitsbudget te versterken. Met dit systeem kunnen werknemers hun (recht op een) bedrijfswagen inruilen voor een mobiliteitsbudget dat wordt berekend op basis van de Total Cost of Ownership (TCO) van de bedrijfswagen. Dit budget kan dan worden besteed aan mobiliteitsoplossingen. Het eventuele saldo wordt op een (para)fiscaal gunstige manier in geld uitbetaald.

Vanaf 1 januari 2022 zal de werkgever de mogelijkheid hebben om bij de bepaling van het mobiliteitsbudget geen rekening te houden met de kosten die voortvloeien uit het beroepsmatig gebruik van de bedrijfswagen, maar daartegenover staat de voorwaarde dat hij de kosten compenseert die de werknemer maakt voor zijn professionele verplaatsingen. Het jaarlijkse bedrag van het mobiliteitsbudget bedraagt minimaal 3.000 EUR en maximaal een vijfde van het totale jaarlijkse brutoloon, met een absoluut maximum van 16.000 EUR. Voor mobiliteitsbudgetten die vóór de datum van bekendmaking van de nieuwe wet zijn toegekend, zullen deze minimum- en maximumbedragen pas vanaf 1 januari 2023 van toepassing zijn. Er is ook voorzien dat de Koning een formule kan bepalen waarmee het bedrag van het mobiliteitsbudget wordt berekend.

Bovendien worden de wachttijden (3 maanden/12 maanden) die momenteel aan de werknemer worden opgelegd om van het mobiliteitsbudget te kunnen genieten, afgeschaft. Werknemers die daarvoor in aanmerking komen, zullen dus onmiddellijk een mobiliteitsbudget kunnen aanvragen.

Tot nu toe was de werkgever niet verplicht elk van de 3 pijlers aan te bieden. Voortaan is de werkgever verplicht de werknemers ten minste één aanbod te doen in het kader van pijler 2 (duurzame vervoer middelen).

Wat de keuzes in de pijlers betreft, merken we op dat vanaf 1 januari 2026 in pijler 1 alleen volledig elektrische auto’s als milieuvriendelijk zullen worden beschouwd.

In pijler 2 zal de verplichting om te kiezen voor een voertuig zonder CO2-uitstoot ook gelden voor alle gemotoriseerde voertuigen voor zachte mobiliteit, alsook voor oplossingen op het gebied van autodelen, carpoolen en autoverhuurdiensten met chauffeur. Bovendien wordt de financiering van abonnementen op het openbaar vervoer uitgebreid tot alle inwonende gezinsleden van de werknemer. Wat de financiering van huisvestingskosten door middel van pijler 2 betreft, moet de woonst voortaan binnen een straal van 10 kilometer van de gebruikelijke arbeidsplaats liggen in plaats van de huidige 5 kilometer. Tenslotte kan pijler 2 ook worden gebruikt om een voetgangersbonus toe te kennen of om bepaalde parkeerkosten te financieren.

Fiscale aftrekbaarheid van autokosten

Het doel van deze wet is het wagenpark van bedrijven emissievrij te maken. Zo zullen vanaf het inkomstenjaar 2026 alleen nog maar uitgaven met betrekking tot emissievrije bedrijfswagens aftrekbaar zijn. Voor voertuigen die vóór 1 januari 2026 zijn aangeschaft, is een overgangsperiode ingevoerd.

Samengevat: voor voertuigen die tot 31 december 2022 worden aangeschaft, blijft de huidige aftrekregeling van kracht. Met andere woorden hangt de fiscale aftrekbaarheid af van de CO2-uitstoot van het voertuig. Het principe is dat hoe hoger de CO2-uitstoot van het voertuig is, hoe lager het aftrekpercentage is.

Voor voertuigen die vanaf 1 juli 2023 worden aangeschaft, blijft de aftrekmethode dezelfde, behalve voor benzine- en dieselkosten waarvoor het aftrekpercentage niet meer dan 50% mag bedragen.

Voor voertuigen die vanaf 1 januari 2026 worden aangeschaft, zijn alleen de kosten in verband met het gebruik van een emissievrije wagen aftrekbaar. Bovendien zal de aftrekbaarheid in functie van de tijd afnemen. Het percentage zal 100% bedragen voor voertuigen die in 2026 worden aangeschaft, maar geleidelijk worden verlaagd tot 67,50% voor voertuigen die vanaf 2031 worden aangeschaft.

Fiscale incentives voor de installatie van laadstations

Deze wet voorziet, mits bepaalde voorwaarden vervuld zijn, in een verhoogd afschrijvingspercentage voor de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen die publiek toegankelijk zijn. Dit percentage bedraagt 200% voor investeringen tussen 1 september 2021 en 31 december 2022. Voor investeringen die tussen 1 januari 2023 en 31 augustus 2024 worden gedaan, wordt het tarief verlaagd tot 150%.

Bovendien wordt ook een belastingvermindering toegekend aan particulieren die een laadstation in of bij hun woning installeren. De belastingvermindering is gelijk aan 45% van de in 2021 of 2022 betaalde kosten. Daarna wordt het verlaagd tot 30% in 2023 en 15% in 2024. Het bedrag waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend, kan niet meer bedragen dan 1.500 EUR per laadpaal en per belastingplichtige. De toekenning is ook afhankelijk van de naleving van bepaalde voorwaarden. De belangrijkste voorwaarden zijn dat het om een intelligent laadstation moet gaan (d.w.z. met controle over laadtijd en laadvermogen) en dat de door het oplaadpunt gebruikte elektriciteit moet worden geleverd op basis van een groene stroom-contract.

Actiepunt

Er zijn veel wijzigingen aangebracht in de belastingheffing op mobiliteit. Het is belangrijk aandacht te besteden aan deze wijzigingen bij het opstellen van een car policy of een mobiliteitsbudget en rekening te houden met de fiscale gevolgen voor de werkgever aangezien de wet de fiscale aftrekbaarheid van bedrijfswagens in de toekomst wil beperken.

Bron: Claeys & Engels