Werkstabiliteit moet ook gewaarborgd worden bij afwisseling contracten bepaalde duur en vervangingscontracten (Crivits & Persyn)

Auteur: Crivits & Persyn

Het gebruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur is beperkt. In principe worden opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd, zonder onderbreking toe te schrijven aan de werknemer, verondersteld een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur uit te maken. Dit tenzij de werkgever het bewijs kan leveren dat deze overeenkomsten gerechtvaardigd waren wegens de aard van het werk of wegens andere wettige redenen. In afwijking van dit principe kunnen vier opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd worden gesloten op voorwaarde dat (i) elke overeenkomst minstens drie maanden bedraagt en (ii) de totale duur beperkt blijft tot twee jaar (mits voorafgaande toestemming van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten kunnen overeenkomsten met een minimale duur van zes maanden worden gesloten zonder dat de totale duur drie jaar mag overschrijden).

Opeenvolgende vervangingsovereenkomsten (overeenkomsten tot vervanging van een werknemer wiens arbeidsovereenkomst is geschorst om een andere reden dan gebrek aan werk wegens economische oorzaken, slecht weer, staking of lock-out) hebben ook een maximale duur van twee jaar. De overschrijding van twee jaar impliceert in beide gevallen dat de overeenkomst geacht wordt van onbepaalde duur te zijn.

Het Grondwettelijk Hof moest zich recent buigen over de situatie waarin een werknemer gedurende 16 jaar lang voor dezelfde werkgever had gewerkt en waarbij telkens arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur en vervangingsovereenkomsten werden afgewisseld. Vooraleer de termijn van 2 jaar werd overschreden, werd er telkens overgeschakeld naar het andere type overeenkomst. Toen na 16 jaar de dienstbetrekking tot een einde kwam, meende de werknemer dat intussen een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur was ontstaan, hetgeen werd betwist door de werkgever.

Het Arbeidshof Gent, afdeling Brugge stelde dan ook een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. Het Grondwettelijk Hof oordeelde bij arrest van 17 juni 2021 dat de wetsbepalingen zowel bij opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur als bij opeenvolgende vervangingsovereenkomsten ertoe strekken om de werknemer in beginsel na twee jaar de vastheid van betrekking te geven. Deze waarborg geldt niet indien arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur worden afgewisseld met vervangingsovereenkomsten bij eenzelfde werkgever. Dit acht het Grondwettelijk Hof in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het is aan de wetgever om hieraan tegemoet te komen, maar in afwachting daarvan besluit het Grondwettelijk Hof dat de verwijzende rechter de regels voor overeenkomsten van onbepaalde duur moet toepassen op de werknemer in een dergelijke situatie.

Bron: Crivits & Persyn