Discriminatie op de werkvloer:
de laatste ontwikkelingen
Mr. Inger Verhelst (Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 24 september 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026
Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Arbeidsovereenkomsten onder de loep:
een must in 2026
Mr. Kato Aerts en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op vrijdag 2 oktober 2026
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Loontransparantie anno 2027
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Werkloze wordt onbezoldigd bestuurder van een BV. Arbeidshof Luik 26 maart 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Feiten
Mevrouw B vroeg werkloosheidsuitkeringen aan vanaf 25 mei 2023 en verklaarde daarbij dat zij slechts haar beheer “uitleende” aan de vennootschap van haar zoon, zonder er effectief in te werken of er inkomsten uit te halen. De RVA stelde vast dat zij sinds 5 mei 2021 als bestuurder was benoemd in de BV, die actief was in de bouwsector, en meende dat zij daardoor een zelfstandige activiteit uitoefende. De administratie weigerde daarom het recht op uitkeringen vanaf 25 mei 2023.
Kernprobleem
De centrale vraag was of het loutere administratieve/managementmatige bestuur van een bouwvennootschap, zonder effectieve werfprestaties, onder het verbod van artikel 48, §1, 4, c van het werkloosheidsbesluit valt.
Daarachter zat ook de vraag of de activiteit als toegelaten bijkomstige activiteit kon worden beschouwd.
Zie de info ‘Mag u een bijberoep uitoefenen tijdens uw tijdelijke werkloosheid?‘ op de website van de RVA.
Het hof onderzoekt daarbij de samenhang tussen het werkloosheidsrecht en de wetgeving inzake bouwactiviteiten en basiskennis van beheer.
Oordeel van het hof
Het hof maakt een duidelijk onderscheid tussen bouwarbeid in strikte zin en louter administratief of beheersmatig werk in een bouwonderneming. Het stelt dat artikel 48, §1, 4, c vooral gericht is op de uitvoering van bouwarbeid zelf, niet op een administratieve beheerfunctie in een bouwvennootschap. Toch leidt dat mevrouw B niet tot succes, omdat het hof oordeelt dat haar rol als bestuurder en houder van de basiskennis inzake beheer wél een zelfstandige activiteit vormt die verder gaat dan het normaal beheer van eigen goederen.
Waarom geen uitkering
Volgens het hof kon mevrouw B niet geloofwaardig volhouden dat zij helemaal geen activiteit uitoefende. Haar officiële benoeming als bestuurder, haar eigen verklaringen dat zij jaarlijks documenten tekende, en het feit dat zij de vereiste managementkennis had “ingebracht”, maakten volgens het hof dat zij minstens een effectieve managementfunctie had. De door haar voorgelegde verklaringen van haar zoon en van een derde werden niet overtuigend geacht, onder meer wegens hun beperkte bewijskracht en het ontbreken van objectieve stukken zoals facturen.
Uitkomst
Het arbeidshof verklaart het hoger beroep ontvankelijk maar ongegrond. Het bevestigt het vonnis van de arbeidsrechtbank en dus ook de beslissing van de RVA om mevrouw B vanaf 25 mei 2023 uit te sluiten van werkloosheidsuitkeringen.
Praktische betekenis
Dit arrest is relevant omdat het bevestigt dat een formele of feitelijke bestuurs- of beheerfunctie in een vennootschap al snel als een zelfstandige activiteit kan worden beschouwd, ook zonder rechtstreeks uitvoerende arbeid of bezoldiging. Voor werkloosheidsrecht is dus niet alleen van belang wat men fysiek doet, maar ook welke rol men juridisch en economisch opneemt in de onderneming. In het bijzonder kijkt het hof streng naar verklaringen van familieleden en naar de consistentie tussen formele benoeming en feitelijke werking.
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid













