Werkend vennoot vordert herkwalificatie als werknemer. Arbeidshof Brussel 2 juni 2020 (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Publicatiedatum: 28/09/2020

De feiten

CG, zaakvoerder van de bvba AK, en EAR sloten op 1 april 2015 een overeenkomst waarbij de zaakvoerder CG 50 aandelen van AK overdroeg aan EAR voor een globale som van €10.000.
Op 1 oktober 2016 sloten EAR en AK een “overeenkomst werkend vennoot”. Volgens artikel 2 van deze overeenkomst werd zij aangegaan voor een onbepaalde duur, met (retroactieve) ingang vanaf 1 april 2015.

Volgens deze overeenkomst diende EAR de volgende taken waar te nemen:

  • Organisatie en opvolging van de technische werking van de afdeling stellingbouw
  • Commerciële contacten met klanten, prospectie van nieuwe klanten en onderhouden van bestaande klantenrelaties van de afdeling stellingbouw
  • Coördinatie en controle van de naleving van de veiligheidsvoorschriften binnen de afdeling stellingbouw
  • Uitstippelen van een investeringspolitiek binnen de afdeling stellingbouw in functie van de concrete materieelbehoeften, de marktomstandigheden en de technische evoluties
  • Het opbouwen en afbreken van stellingen.

Deze overeenkomst voorzag in een vaste jaarlijkse vergoeding van €30.000, betaalbaar in schijven van €3.000, aangevuld met een variabele vergoeding.

In de loop van 2017 ontstonden er discussies tussen EAR en CG, onder meer over de betaling van een variabele vergoeding. Deze discussie bereikte een hoogtepunt op 3 mei 2017: er had een handgemeen plaats.

CG werd hiervoor correctioneel veroordeeld wegens slagen en verwondingen aan EAR (het strafdossier wordt als stuk voorgelegd, doch het vonnis niet), EAR zou daarna geen prestaties meer geleverd hebben.

Op 20 april 2018 bracht EAR dagvaarding uit voor de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel en vroeg de veroordeling van AK tot betaling van  €72.726,08 provisioneel, te vermeerderen met intresten en kosten en tot afgifte van de aangepaste sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom.  In ondergeschikte orde vorderde hij de veroordeling van AK tot betaling van €23.682,47 provisioneel, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten en de kosten. Zijn vordering in hoofdorde is gesteund op een arbeidsrelatie als werknemer-bediende, waarnaar hij de herkwalificatie vroeg; de vordering in ondergeschikte orde, is gesteund op het behoud van een arbeidsrelatie als zelfstandige.

Het vonnis van de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel van 22 februari 2019

Met vonnis van 22 februari 2019 van de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel werd de hoofdvordering in hoofdorde van EAR ontvankelijk, doch ongegrond verklaard.

De herkwalificatie van de arbeidsrelatie naar een arbeidsovereenkomst werd niet aanvaard.

Het arrest van het Arbeidshof Brussel van 2 juni 2020

Partijen hebben voor hun samenwerking als werkend vennoot duidelijk  voor een arbeidsrelatie als zelfstandige gekozen. Er kan maar herkwalificatie plaatsvinden als er elementen blijken die onverenigbaar zijn met de gemaakte keuze (art. 332 arbeidsrelatiewet) en daartoe kan enkel worden gekeken naar de algemene criteria van art. 333 § 1 arbeidsrelatieswet (vrijheid van organisatie van de arbeidstijd en van het werk, en mogelijke hiërarchische controle).

Samen met de eerste rechter moet vastgesteld worden dat de opdrachten die EAR moest uitvoeren breed zijn geformuleerd in de overeenkomst van 1 oktober 2016 en dat ze impliceren dat hij de commerciële en operationele leiding had over de afdeling stellingbouw. Er zijn geen aanwijzingen voorhanden dat hij niet zelf kon kiezen welke personen hij tot klant maakte en tegen welke prijzen en/of dat hij niet vrij was in zijn keuze van leveranciers of onderaannemers. Hij erkent overigens op p. 7 van zijn conclusies in hoger beroep dat hij gelet op zijn belangrijke functie veel bewegingsvrijheid had, want dat hij anders zijn functie niet kon uitoefenen.  Ook voor de mogelijkheid om hiërarchische controle uit te oefenen, brengt EAR geen bewijzen aan.

Er moet dan ook vastgesteld worden dat geen afdoende bewijzen worden aangebracht van een feitelijke uitoefening van de arbeidsrelatie die de door de partijen gekozen juridische kwalificatie van zelfstandige werkend vennoot uitsluit. De voorlegging van het aandelenregister en de verslagen van de algemene vergaderingen van de vennootschap kunnen niet dienstig zijn om de aard van de arbeidsrelatie aan de hand van bovengenoemde algemene criteria te evalueren. De hoofdvordering in hoofdorde werd door de eerste rechter terecht afgewezen als ongegrond, het arbeidshof maakt de beoordeling van de eerste rechter tot de zijne. Het hoger beroep is ongegrond.

Lees hier het arrest van het Arbeidshof Brussel van 2 juni 2020