Werken op zondag : van een principieel verbod naar een principiële toelating ? (MPloy)

Auteur: Steven Renette (MPloy)

Publicatiedatum: 14/11/2018

Heeft U ooit van Herbeumont gehoord ? Herbeumont is een dorpje diep verscholen in de Ardennen dat om en bij de 1.500 inwoners telt. Het is een van de 59 gemeenten in België die een ministeriële erkenning hebben als “toeristisch centrum”.

Zulke erkenning is belangrijk voor de kleinhandelszaken die in deze plaatsen gevestigd zijn. Het laat de winkeliers – en trouwens ook de kappers – toe om af te wijken van het principieel verbod om werknemers op een zondag te werk te stellen.

Deze uitzondering werd met de wet van 11 oktober 2018 aangepast. Voor deze wetswijziging was het zo dat werknemers enkel op een zondag mochten worden tewerkgesteld (a) vanaf 1 mei tot en met 30 september (2) gedurende de kerst- en paasvakantie (c) en daarnaast nog eens gedurende maximaal 13 zondagen per jaar. Een snelle oefening leert dat dit 39 “werkzondagen” (22 + 4 + 13) oplevert en 13 “vrije” zondagen.

Over de manier waarop de “vrije zondagen” moesten worden ingevuld, bestond er op het terrein een flinke discussie . Met name stelde zich de vraag of deze “vrije zondagen” moesten bekeken worden op het niveau van de werknemer dan wel op het niveau van de werkgever (lees: de winkel). Afhankelijk van de ene of andere interpretatie komt men tot een andere uitkomst: indien het de bedoeling is van de wet om te waken over de zondagsrust van de werknemer, moet de werkgever er enkel op toezien dat hij de werknemer tijdens diens 13 “vrije zondagen” niet tewerkstelt. Dit verhindert niet dat de winkel toch 52 zondagen geopend kan zijn: de werkgever kan immers via een beurtrolsysteem voorzien in de nodige personeelsbezetting en dat zonder te raken aan de gegarandeerde “13 vrije zondagen” van de werknemer. Dat vergt wat puzzelwerk maar de meeste werkgevers namen er dit voor lief bij: het geld zou op een zondag immers sneller rollen dan door de week.

In zijn arrest van 10 november 2014 heeft het Hof van Cassatie deze zienswijze verworpen: volgens ons hoogste gerechtshof hebben de toegestane afwijkingen op de zondagsrust betrekking op het aantal zondagen waarop een werkgever een werknemer mag tewerkstellen. Anders gezegd: buiten deze uitzonderingen mag een werkgever geen personeel tewerkstellen (dus ook niet in een beurtrolsysteem).

Deze uitspraak kwam onverwacht en was duidelijk niet naar de zin van een aantal volksvertegenwoordigers. Het betrokken wetsartikel werd herschreven: voortaan mag een winkelier die gevestigd is in een badplaats, een luchtkuuroord of een toeristisch centrum zijn werknemers gedurende maximaal 39 zondagen per jaar tewerkstellen op een zondag. De mogelijkheid voor de winkelier om voortaan te werken met een beurtrolsysteem wordt hierdoor als het ware wettelijk verankerd.

Wat eerder al gold voor meubelwinkels en tuincentra, is nu ook het geval voor de kleinhandelszaken in toeristische centra. Het lijkt er op dat we geruisloos evolueren van een principieel verbod om werknemers ’s zondags tewerk te stellen naar een principiële toelating. Collectieve rustmomenten – voor werknemer én werkgever – worden schaars.

P.S.: Indien Herbeumont toch een belletje deed rinkelen, was dat misschien omdat het de gemeente is waar de onverschrokken boswachter Stephane Michaux op 23 april 1998 Marc Dutroux kon vatten na diens ontsnapping uit het gerechtsgebouw van Neufchateau. Het is weinig waarschijnlijk dat de erkenning van Herbeumont hier voor iets tussen zat.