Wanneer is wachttijd arbeidstijd? (Argus Advocaten)

Auteur: Merel Van De Voorde (Argus Advocaten)

Regelmatig rijst de vraag wanneer wachttijd als arbeidstijd aanzien moet worden. Denk hierbij aan een vrijwillige brandweerman, die een wachtdienst draait thuis of in de kazerne. Wanneer is er in een dergelijk geval sprake van arbeidstijd? En hoe zit het met de verloning?

Het Hof van Justitie heeft over wachttijd en arbeidstijd reeds eerder uitspraak gedaan in verschillende arresten (o.a. Matzak/Stad Nijvel dd. 21.02.2018 en R.J./Stadt Offenbach am Main dd. 09.03.2021). Op 15 juli 2021 heeft de Grote Kamer van het Hof van Justitie een arrest uitgesproken in de zaak B.K./Republika Slovenija dat een samenvatting geeft van haar rechtspraak over dit onderwerp.

Dit arrest kan in de volgende principes uiteengezet worden.

Voor alle wachtdiensten stelt het Hof zich in principe volgende vraag: “Worden tijdens de wachttijd aan de werknemer verplichtingen opgelegd die een objectieve en aanzienlijke impact hebben op de mogelijkheden om de wachtdienst vrij in te vullen en te besteden aan de eigen interesses van de werknemer?”

Indien deze vraag positief beantwoord wordt, is er wel degelijk sprake van arbeidstijd in de zin van de Arbeidstijdrichtlijn (richtlijn 2003/88/EG).

Indien daarentegen blijkt dat de verplichtingen minder intens zijn en de werknemer de mogelijkheid heeft om zich bezig te houden met zijn eigen interesses, is er geen sprake van arbeidstijd. Enkel de tijd besteed aan effectieve arbeidsprestaties zal dan als arbeidstijd aanzien worden.

Indien een werknemer zijn wachtdienst moet uitoefenen buiten zijn woning, geldt er echter een bijzondere invulling van dit beginsel. Dit principe geldt bijvoorbeeld wanneer een brandweerman zijn wachtdienst uitoefent in de kazerne of op een plaats waar hij niet zijn beroepsactiviteit gewoonlijk uitoefent. Deze persoon is dan gescheiden van zijn gezin en sociale omgeving en heeft weinig of geeb vrijheid om zijn tijd te besteden. In dat geval dient de héle wachtdienst beschouwd te worden als arbeidstijd in de zin van de Arbeidstijdrichtlijn, ongeacht welke arbeidsprestaties daadwerkelijk verricht worden tijdens die periode.

Betekent dit nu dat deze brandweerman voor de volledige wachtdienst die als arbeidstijd beschouwd wordt recht heeft op zijn normale loon? Deze conclusie kan in geen geval getrokken worden uit het arrest van 15 juli 2021.

Het Hof van Justitie doet immers geen uitspraak over de verloning met betrekking tot de wachtdiensten. Het is aan de lidstaten zelf om hierover regels te creëren. Het Hof benadrukt in het arrest B.K./Republika Slovenija dat de lidstaten zelf de wachttijd, waarin geen arbeid wordt verricht, op een andere wijze kunnen bezoldigen dan daadwerkelijke arbeid die verricht wordt tijdens een wachtdienst. Het Hof lijkt aldus te veronderstellen dat het logisch is dat ook de wachttijd waarin geen arbeid verricht wordt op de een of andere manier vergoed wordt. Onder meer wettelijke bepalingen, collectieve arbeidsovereenkomsten, reglementen en individuele arbeidsovereenkomsten kunnen voorzien in een dergelijke vergoeding.

In dit opzicht dient verwezen naar het arrest dat het Hof van Cassatie op 21 juni 2021 uitsprak. In dit arrest verbrak het hoogste rechtscollege een arrest van het Arbeidshof te Bergen waarin geoordeeld werd dat vrijwillige brandweerlieden recht hadden op het volle loon tijdens hun thuiswachtdiensten. Het Hof van Cassatie floot het Arbeidshof terug, aangezien er gemeentelijke reglementen zijn omtrent de organisatie van de brandweerdiensten die in een geringere vergoeding dan het normale loon voorzien voor thuiswachtdiensten.

Wat indien er geen bepaling bestaat waaruit blijkt dat er een vergoeding verschuldigd is? Dan zal de werknemer waarschijnlijk achterblijven met de billijkheid als enige mogelijke rechtsgrond voor een vergoeding… Of de Arbeidsrechtbanken deze rechtsgrond zullen aanvaarden, is evenwel nog maar de vraag.

Bron: Argus Advocaten