Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Boek 7 BW en de impact
voor IT-contracten
Mr. Stefan Van Camp (Timelex)
Webinar op vrijdag 2 oktober 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026
Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Discriminatie op de werkvloer:
de laatste ontwikkelingen
Mr. Inger Verhelst (Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 24 september 2026
Loontransparantie anno 2027
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Wanneer bewijs onbruikbaar wordt: de verregaande gevolgen van de Wet tot regeling van de private opsporing (WPO) bij een ontslag om dringende reden (Gevaco Advocaten)
Auteur: Stef Storms (Gevaco Advocaten)
Wie als werkgever een privaat onderzoek voert of laat voeren zonder de bepalingen en de grenzen van de Wet tot regeling van de private opsporing (WPO) strikt te respecteren, neemt een aanzienlijk risico.
Dit blijkt duidelijk uit de eerste uitspraken die op dat vlak geveld werden, meer bepaald het vonnis van 18 oktober 2025 van de Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen[1] en het arrest van 26 december 2025 van het Arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen[2].
In dossiers waarin een ontslag om dringende reden wordt overwogen, kan dat risico bijzonder zwaar doorwegen.
Een onderzoek dat te ver ging
In de betrokken zaak werd een personeelsafgevaardigde ervan verdacht fictieve kilometerregistraties in te voeren en een niet-gemelde nevenactiviteit uit te oefenen. Om de tijdsbesteding van de werknemer te controleren, deed de werkgever een beroep op een private onderzoeker, die gedurende drie maanden meerdere observaties uitvoerde.
Daar knelde het schoentje.
Artikel 90 WPO laat de observatie als onderzoeksdaad toe, doch voor zover deze beperkt in de tijd wordt uitgeoefend: minder dan vier opeenvolgende dagen (96 uur) of niet-opeenvolgende dagen, gespreid over maximaal één maand.
In dit geval werd de werknemer echter elf keer geobserveerd, verspreid over meerdere maanden. Zowel de arbeidsrechtbank als het arbeidshof oordeelden dat daarmee de wettelijke grenzen duidelijk werden overschreden.
De sanctie is bijzonder streng. Artikel 81 WPO — dat bepaalt dat private onderzoekers geen handelingen mogen stellen die exclusief zijn voorbehouden aan politiediensten — is voorgeschreven op straffe van nietigheid.
Vermits het onderzoeksrapport enkel gestoeld was op de (onregelmatig uitgevoerde) observaties, werd het volledig uit de debatten geweerd en aldus onbruikbaar als bewijs.
Twee instanties, twee uitkomsten
In eerste aanleg verwierp de rechtbank de dringende reden, aangezien de werkgever als bewijs uitsluitend verwees naar het uit de debatten geweerde eindrapport. De feiten werden bijgevolg niet bewezen geacht en de werkgever werd in het ongelijk gesteld.
Ook in hoger beroep bleef de nietigheid van het onderzoeksrapport overeind. Toch kwam het arbeidshof tot een andere conclusie. Naast het uitgesloten onderzoeksrapport beschikte de werkgever over bijkomende, en rechtmatig verkregen bewijsmiddelen, waaronder registraties in het IT-systeem en e-mailberichten. Op basis hiervan werd de dringende reden alsnog aanvaard.
Het verschil tussen falen en succes lag aldus niet in de interpretatie van de WPO, maar in het bestaan van aanvullend, rechtsgeldig bewijs.
Voorzichtigheid is geboden
Deze rechtspraak toont aan dat de WPO geen dode letter is. De observatieregels worden streng geïnterpreteerd. Zodra de wettelijke grenzen worden overschreden, kunnen de resultaten van de observaties of zelfs het volledige onderzoeksrapport uit de debatten worden geweerd.
Een aantal bepalingen van de WPO zijn bovendien voorgeschreven op straffe van nietigheid. Bij schending ervan wordt het bewijs automatisch uitgesloten, hetgeen verregaande gevolgen kan hebben. Wanneer het privaat onderzoek het enige of centrale bewijsmiddel vormt, dreigt een dringende reden niet bewezen te raken, met mogelijk zware financiële consequenties tot gevolg.
Werkgevers doen er dan ook goed aan de WPO strikt na te leven bij het inschakelen van private onderzoekers of het zelf voeren van een intern onderzoek binnen de onderneming.
Bron: Gevaco Advocaten
[1] Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen 18 oktober 2025.
[2] Arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen 26 december 2025.
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid, Privacy & Gegevensbescherming














