Discriminatie op de werkvloer:
de laatste ontwikkelingen
Mr. Inger Verhelst (Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 24 september 2026
Arbeidsovereenkomsten onder de loep:
een must in 2026
Mr. Kato Aerts en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op vrijdag 2 oktober 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026
Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Loontransparantie anno 2027
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Vrijstelling bedrijfsvoorheffing wetenschappelijk onderzoek en opgave realistische einddatum. Cass. 2 april 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Een vennootschap wilde gebruikmaken van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk onderzoek. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet het onderzoeksproject vooraf worden aangemeld bij het bevoegde overheidsorgaan (Belspo). Bij deze wettelijke aanmelding is men verplicht om zowel een verwachte aanvangsdatum als een vooropgestelde einddatum op te geven.
De vennootschap in kwestie diende in 2016 een aanmelding in, maar vulde als verwachte einddatum van het project 1 januari 2099 in.
Verweermiddelen
De onderneming vocht de uiteindelijke weigering van deze fiscale vrijstelling aan.
Zij betoogde in haar verweer dat de overheid het vertrouwensbeginsel en de rechtszekerheid had geschonden. Volgens de vennootschap had de belastingadministratie namelijk in het verleden regularisaties voor voorgaande jaren niet expliciet afgewezen op basis van deze merkwaardige einddatum. Hierdoor meende het bedrijf de gerechtvaardigde verwachting te hebben dat de aanmelding, mét deze fictieve datum in 2099, wel degelijk als correct en geldig werd bevonden door de administratie.
Principes
De wetgever heeft de specifieke aanmeldingsplicht destijds ingevoerd om mogelijke misbruiken te voorkomen en gerichte controles door de overheid mogelijk te maken. Om aan de wettelijke voorwaarden te voldoen en de controle te faciliteren, moet de opgegeven einddatum realistisch zijn. Een aanmelding zonder einddatum of met een compleet onrealistische datum (zoals het jaar 2099) voldoet simpelweg niet aan de strenge wettelijke voorwaarden. Wat betreft het opgewekte vertrouwen: een rechter oordeelt soeverein of er in de feiten daadwerkelijk sprake is van een redelijk vertrouwen. Aangezien eerdere beslissingen van de administratie slechts zeer summier gemotiveerd waren en er nooit een doordacht oordeel over deze specifieke datum van 2099 was geveld, kon de belastingplichtige hieruit onmogelijk een vaste, betrouwbare gedragsregel van de overheid afleiden.
Besluit
Het oordeel van de rechters in beroep blijft stevig overeind: de aanmelding met de vooropgestelde einddatum in 2099 is niet ernstig en voldoet daardoor niet aan de wettelijke vereisten. Het ingestelde beroep van de adviserende vennootschap wordt dan ook volledig verworpen. De onderneming trekt aan het kortste eind en wordt tevens veroordeeld tot het betalen van de gerechtskosten ten bedrage van 592,32 euro.
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid













