Update van het arbeidsreglement en
van de template arbeidsovereenkomst
in het licht van recente wetswijzigingen

Webinar op 20 januari 2023

Telewerken over de grenzen heen: de gevolgen inzake sociale zekerheid

Webinar op 9 december 2022

Een ernstig arbeidsongeval –
De verplichtingen van de werkgever en de houding van de inspectie

Webinar op 9 december 2022

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Arbeidstijd: vijf concrete probleemstellingen

Webinar on demand

Managementovereenkomsten

Webinar on demand

Vrijspraak voor belemmeren van het toezicht uitgeoefend door de sociale inspectie – Corr. Tongeren 9 december 2021 (Mploy)

Auteur: Steven Renette (Mploy)

Corr. Tongeren 9 december 2021, niet uitgegeven

De rechtbank spreekt een man vrij die beschuldigd werd van het belemmeren van het toezicht uitgeoefend door de sociale inspectie.

Een sociaal inspecteur die vanuit haar wagen foto’s neemt en dan wegrijdt, heeft haar controle beëindigd. Men kan het onderzoek van een sociaal controleur maar belemmeren als men ervan op de hoogte is dat er een onderzoek aan de gang is. Dat veronderstelt dat de sociaal inspecteur zich identificeert.

B.R. oefent zijn zelfstandige activiteit van thuis uit.  Op een bepaalde dag merkt hij op dat er vanuit een auto foto’s worden genomen van zijn garage, bestelwagen, aanhangwagen en van hemzelf. De auto rijdt weg nog voor B.R. de chauffeur kan aanspreken. Hij stapt in zijn wagen en zet de achtervolging in. Bij een wegversmalling moet de bestuurster stoppen en B.R. stapt naar haar wagen.  De bestuurster opent het autoraampje “ten belope van 5 cm” leest men in het vonnis. Zij maakt zich kenbaar als sociaal inspecteur. B.R. laat het daarbij en rijdt terug naar huis. Enige tijd later krijgt hij een dagvaarding in de bus waarin te lezen is dat hij vervolgd wordt voor het belemmeren van toezicht (artikel 209 Soc. Sw). Het betreft hier een misdrijf dat met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft (6 maanden gevangenisstraf tot 3 jaar en/of een strafrechtelijke geldboete van € 4.800 tot € 48.000).

De correctionele rechtbank te Tongeren spreekt de beklaagde vrij.

De uitspraak van de rechtbank kan volledig worden bijgetreden. Tot op het ogenblik dat hij aan haar autoraampje stond, wist B.R. niet dat de bestuurster een sociaal inspecteur was. Het misdrijf “belemmeren van het toezicht” (art. 209 Soc. Sw.) is een opzettelijk misdrijf, d.w.z. dat de openbaar ministerie moet aantonen dat de beklaagde opzettelijk en doelbewust heeft gehandeld. Dit veronderstelt dat de beklaagde op zijn minst ervan op de hoogte is dat er een controle wordt uitgevoerd door een sociaal inspecteur.  Dat was hier niet het geval. Bovendien kan het toezicht ook maar gehinderd worden tijdens de uitvoering ervan. Hier had de sociaal controleur de plaats van de feiten reeds verlaten. Met andere woorden : de controle was op dat ogenblik al afgelopen.

Het vonnis legt verder allicht onbedoeld nog een ander heikele kwestie bloot en dat is de vraag of een sociaal inspecteur ongevraagd foto’s mag nemen van een arbeidsplaats en van de mensen die daar kunnen worden aangetroffen.  Op het eerste gezicht lijkt het antwoord op deze vraag eenvoudig: het Sociaal Strafwetboek verleent een sociaal inspecteur expliciet de bevoegdheid om vaststellingen te doen door middel van het maken van beeldmateriaal (art. 39 Soc. Sw). Dit beeldmateriaal geldt tot het bewijs van het tegendeel indien het in een proces-verbaal wordt verwerkt dat voorzien is van een heel aantal verplichte vermeldingen (art. 39 §3 Soc. Sw).

De vraag die dan rijst, is of de sociaal inspecteur voorafgaand aan het maken van dit beeldmateriaal, de gecontroleerde van zijn hoedanigheid in kennis moet stellen.  Artikel 20 Soc. Sw. verplicht de sociaal inspecteur niet enkel om in het bezit te zijn van het legitimatiebewijs – zoals de inmiddels opgeheven Arbeidsinspectiewet voorschreef – maar ook om dit steeds voor te leggen (sic).

Kan de sociaal inspecteur dan geen enkele vaststelling meer doen zonder eerst zijn legitimatiebewijs voor te leggen ?

Aangenomen wordt dat de sociaal inspecteur dit legitimatiebewijs moet voorleggen van zodra hij gebruik maakt van de bijzondere bevoegdheden opgesomd in titel 2, hoofdstuk 2 van het Sociaal Strafwetboek: het handelt hier o.a. over de vrije toegang tot de arbeidsplaatsen (o.a. art. 23 Soc. Sw), het verhoor van personen (artikel 27 Soc. Sw.), het uitgebreide zoekingsrecht (art. 28 Soc. Sw.) maar ook het nemen van beeldmateriaal (art. 39 Soc. Sw.).

Kortom: de sociaal inspecteur kan dus nog steeds een eigen (zintuiglijke) waarneming doen zonder eerst zijn legitimatiebewijs voor te leggen. Indien hij zijn (zintuiglijke) waarneming op beeld wil vastleggen, zal hij zich wel moeten legitimeren.

Toemaatje: de naleving van de legitimatieplicht is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid. Het lot van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal ligt – eens te meer…  in handen van de rechter.

Bron: Mploy