Internationaal tewerkstellen van medewerkers:
concrete checklists

Mr. Sandrine Schaumont en mr. Lidia Belevitch (Deloitte)

Webinar op donderdag 7 mei 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update

Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)

Webinar op vrijdag 20 november 2026


Arbeidsongeschiktheid wegens ziekte en arbeidsduur: de grondige wijzigingen

Mr. Julie De Maere en mr. Sieglien Huyghe (Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 26 maart 2026


Conflicten met de RSZ:
aandachtspunten in 2026

Mr. Bart Adriaens en mr. Veerle Van Keirsbilck (Claeys & Engels)

Webinar op vrijdag 24 april 2026


Flexibele tewerkstellingsvormen anno 2026

Mr. Veerle Van Keirsbilck en mr. Ester Vets (Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 11 juni 2026

Uitzendsector: wetsvoorstel van 6 november 2025 wil gesloten circuit doorbreken (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

Dit wetsvoorstel heeft tot doel de obstakels voor rechtstreekse indienstneming van uitzendkrachten weg te nemen door de niet-afwervingsbedingen aan wettelijke regels te onderwerpen.

Zulke bedingen, die worden opgenomen in de overeenkomsten tussen de uitzendbureaus en hun klanten (in het Europees recht “inlenende ondernemingen” en in het Belgisch recht “gebruikers” genoemd), schrijven voor dat bij rechtstreekse indienstneming van een uitzendkracht de onderneming het uitzendbureau een – soms aanzienlijke – vergoeding moet betalen.

Dergelijke vergoedingen kunnen oplopen tot duizenden euro’s en gedurende meerdere maanden van toepassing zijn, waardoor ze de facto financieel ontradend werken voor werkgevers die een uitzendkracht vast in dienst willen nemen. De bedingen in kwestie sorteren het averechtse effect dat ze het welslagen van de uitzendopdracht zelf op de helling zetten, want hoe beter een werknemer zich integreert in de onderneming waar hij aan de slag is, hoe duurder het wordt hem vast in dienst te nemen.

Het wetsvoorstel heeft volgende doelstellingen:

  1. Automatische nietigheid van elk niet-afwervingsbeding wanneer een bedrijf een uitzendkracht een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van ten minste twaalf maanden wil aanbieden.
  2. Instellen van een wettelijke bovengrens voor de eventueel verschuldigde vergoedingen. Die moeten beperkt blijven tot een maand brutoloon en dienen uitsluitend ter dekking van de werkelijke kosten, die moeten kunnen worden verantwoord en gedocumenteerd.
  3. Een transparantieverplichting: het moet om schriftelijke, duidelijke en bevattelijke bedingen gaan, die bij het begin van de opdracht moeten worden meegedeeld aan zowel de inlenende onderneming als de uitzendkracht.
  4. Met het oog op de concurrentiekracht van kleinere bedrijven en organisaties, ook op personeelsvlak, zou een volledige uitzondering gelden voor kleine en middelgrote ondernemingen, alsook voor structuren uit de non-profitsector, die een uitzendkracht aan het einde van de uitzendopdracht zonder kosten in dienst moeten kunnen nemen.
  5. Een tweejaarlijkse evaluatie door de Nationale Arbeidsraad (NAR). Tijdens die evaluatie moeten de concrete effecten van de hervorming op de arbeidsmobiliteit, het economisch concurrentievermogen en de arbeidsstabiliteit worden gemeten, wat desgevallend tot aanpassingsvoorstellen moet leiden.

Lees hier de volledige fiche van het wetsvoorstel

» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid

Advocaat Arbeidsrecht

Senior Advocaat

Boeken in de kijker: