Terugdraaien van telewerk bij overheidspersoneel: aanvechtbaar voor de Raad van State? (Schoups)

Auteurs: Sara Cockx en Sophie Bleux (Schoups)

Publicatiedatum: 04/05/2021

Telewerken is inmiddels voor vele mensen een gekend gegeven en het is niet ondenkbaar dat bepaalde administraties (en personeelsleden) ervoor zullen kiezen om in de toekomst deze weg – minstens gedeeltelijk – verder te bewandelen.

Mogelijks zullen administraties zodoende in de toekomst moeten beslissen of zij telewerken al dan niet toestaan en desgevallend dienen terug te draaien.  Ongetwijfeld zal dit aanleiding geven tot onenigheden.

De vraag zal rijzen of een dergelijke beslissing aanvechtbaar is voor de Raad van State. Begin maart heeft de Raad van State zich kunnen uitspreken over dit ongetwijfeld actueel wordend topic en dit naar aanleiding van een vordering ingesteld tegen een beslissing uit 2017 tot onmiddellijke stopzetting van het telewerk.

Het telewerken was binnen deze administratie geregeld in een personeelshandleiding. Als uitgangspunt gold dat telewerken geen verplichting doch ook geen recht was en dat aanwezigheid op de werkplaats de regel bleef. Het voordeel van telewerken had zodoende een precair karakter.

De Raad van State kwam zo tot het oordeel dat een beslissing inzake het toekennen van telewerken of het terugdraaien ervan een maatregel van inwendige orde vormt dewelke in principe niet aanvechtbaar is.

Niettemin, merkt de Raad van State op, is dergelijke beslissing wel aanvechtbaar indien de maatregel het karakter van louter inwendige orde overstijgt omdat die ertoe strekt aan een verstoring van de dienst door het gedrag van een personeelslid te verhelpen. Eveneens is de maatregel aanvechtbaar wanneer de maatregel gebaseerd is op een procedure bepaald in het statuut en deze procedure miskend werd.

Afhankelijk van de concrete situatie zal dus een beroep tegen een beslissing inzake het al dan niet toekennen van telewerk en het desgevallend terugdraaien van telewerk aanvechtbaar zijn. De aard van de voorliggende beslissing zal moeten worden onderzocht en de verzoeker zal aannemelijk moeten maken dat de beslissing het karakter van een maatregel van inwendige orde overstijgt. Een andere mogelijkheid is dat het beroep steunt op een schending van de procedure inzake telewerken zoals vastgelegd door het statuut.

Met dit arrest lijkt de Raad van State alleszins de deur op een kier te zetten voor beroepen tegen beslissingen inzake telewerk wanneer het normale leven terugkeert.   

Lees hier het originele artikel