Update van het arbeidsreglement en
van de template arbeidsovereenkomst
in het licht van recente wetswijzigingen

Webinar op 20 januari 2023

Telewerken over de grenzen heen: de gevolgen inzake sociale zekerheid

Webinar op 9 december 2022

Een ernstig arbeidsongeval –
De verplichtingen van de werkgever en de houding van de inspectie

Webinar op 9 december 2022

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Arbeidstijd: vijf concrete probleemstellingen

Webinar on demand

Managementovereenkomsten

Webinar on demand

Sociale inspectie krijgt ruimere bevoegdheid om discriminatie op de arbeidsmarkt op te sporen (Crivits & Persyn)

Auteur: Crivits & Persyn

Wie zich het slachtoffer voelt van discriminatie, moet feiten kunnen aantonen die het bestaan van discriminatie, op grond van een beschermd criterium, doen vermoeden. Pas wanneer een vermoeden van discriminatie is geleverd, wordt de bewijslast omgekeerd en moet de verwerende partij aantonen dat er geen discriminatie is geweest.

Een vermoeden van discriminatie aantonen is niet steeds evident. Denk maar aan telefonische gesprekken waarbij een sollicitant (al dan niet expliciet) wordt afgewezen op basis van een discriminatiegrond als leeftijd, geslacht, herkomst, handicap, etc.

In het kader van de strijd tegen discriminatie op de arbeidsmarkt kregen sociaal inspecteurs in 2018 de bevoegdheid om discriminatoire inbreuken te onderzoeken en vast te stellen. Op die manier kon discriminatie op de arbeidsmarkt proactief worden opgespoord, bijvoorbeeld aan de hand van valse sollicitaties, zgn. mystery calls. In de praktijk veranderde evenwel niet veel. De sociaal inspecteurs werden geconfronteerd met bewijsproblemen. Een discriminatietest kon slechts gestart worden wanneer voldaan was aan drie cumulatieve voorwaarden.

Door een wet van 1 april 2022 (die in werking trad op 8 mei 2022) werden voormelde cumulatieve voorwaarden facultatief gemaakt, waardoor een discriminatietest nu kan worden opgestart:

  • bij objectieve aanwijzingen van discriminatie, of
  • na een onderbouwde klacht of melding, of
  • op basis van resultaten van datamining en datamatching.

De sociaal inspecteur zal wel steeds moeten beschikken over een schriftelijk en voorafgaand akkoord van de arbeidsauditeur of de procureur des Konings. Voor zover evenredig met het nagestreefde doel, mogen sociaal inspecteurs bij hun test zelfs strafbare feiten plegen (voorbeeld: valsheid in geschrifte), eveneens mits voorafgaand akkoord van de arbeidsauditeur of de procureur des Konings. Provocatie is weliswaar verboden.

Bron: Crivits & Persyn