Arbeidsovereenkomsten onder de loep:
een must in 2026
Mr. Kato Aerts en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op vrijdag 2 oktober 2026
Discriminatie op de werkvloer:
de laatste ontwikkelingen
Mr. Inger Verhelst (Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 24 september 2026
Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026
Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Loontransparantie:
wel of geen realiteit in 2026?
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op dinsdag 8 december 2026
Sociale fraude. Wat als maar 9 van de 23 buitenlandse werknemers die bezwarende verklaringen hadden afgelegd op de zitting komen getuigen? Cass. 12 mei 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Arresten van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 11 januari 2024 (tussenarrest) en 23 januari 2025 (eindarrest)
Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.d EVRM: veertien van de drieëntwintig als getuigen à charge opgeroepen medewerkers van de eisers konden niet worden ondervraagd. Voor negen onder hen stelt het eindarrest niet vast dat ze een ernstige reden hadden om niet ter rechtszitting als getuige te worden gehoord en gaat het niet na of hun belastende verklaring wel dan niet het enige of doorslaggevende element is waarop de schuldverklaring steunt en evenmin of er voldoende compenserende waarborgen bestaan voor het niet ondervragen.
Toch weigert het eindarrest de tijdens het onderzoek in Polen door deze medewerkers afgelegde verklaringen te weren als bewijs à charge en verwijst het naar de verklaringen van deze negen medewerkers voor de vaststelling van de schuld van de eisers.
Het arrest stelt vast en oordeelt dat:
- het openbaar ministerie alle redelijke inspanningen heeft geleverd om de aanwezigheid van getuigen ter rechtszitting te verzekeren;
- negen van de drieëntwintig personen die werden gedagvaard om te worden gehoord als getuige kwamen opdagen en werden verhoord;
- vijf van de drieëntwintig personen goede redenen opgaven om niet aanwezig zijn (gezondheidsredenen, handicap);
- uit de geloofwaardige verklaring van getuige K.P. blijkt dat de eiser 1 haar heeft benaderd om geen verklaring af te leggen, zij onder druk van de familie P. werd gezet om haar verklaring in te trekken en het benaderen door de familie van getuigen duidelijk ook een verklaring vormt voor de afwezigheid van verschillende getuigen;
- de verklaringen van de getuigen niet het enige noch het doorslaggevende bewijs vormen ten aanzien van de eisers en het strafdossier ook een massa aan documenten met betrekking tot de tewerkstelling van de niet-opdagende getuigen bevat;
- de eiser 1 al van in zijn eerste verhoor de stelling innam dat er geen verandering was in de loop der jaren in de manier van samenwerken met de medewerkers en enkel de personen en het loon veranderden zodat de verklaringen van de negen verschijnende getuigen geëxtrapoleerd mogen worden naar de situatie van de overige medewerkers;
- de verdediging in staat was bewijsmateriaal voor te leggen, inclusief de verklaringen van tijdens het proces afwezige getuigen tegen te spreken, de opdagende getuigen te ondervragen en te wijzen op inconsistenties van ander bewijsmateriaal;
- de onder eed gehoorde getuigen hun initiële verklaringen bevestigden en die verklaringen volledig parallel lopen met de verklaringen van de niet-verschijnende getuigen en deze verklaringen betrouwbaar zijn.
De visie van het Hof van Cassatie
Artikel 6.1 en 6.3.d EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, vereist dat om een belastende verklaring van een tijdens het vooronderzoek gehoorde persoon als bewijs in aanmerking te nemen, zonder dat de beklaagde de gelegenheid had die persoon als getuige op de rechtszitting te ondervragen, de rechter nagaat of:
- (i) er ernstige redenen zijn voor het niet-horen van de getuige, dit wil zeggen feitelijke of juridische gronden die de afwezigheid van de getuige op de rechtszitting kunnen verantwoorden;
- (ii) de belastende verklaring het enige of doorslaggevende element is waarop de schuldigverklaring steunt, waarbij onder doorslaggevend wordt verstaan bewijs dat dermate belangrijk is dat het aannemelijk is dat dit het resultaat van de zaak heeft bepaald;
- (iii) er voor het niet kunnen ondervragen van de getuige voldoende compenserende factoren zijn met inbegrip van sterke procedurele waarborgen. Dergelijke compenserende factoren kunnen onder meer bestaan in het voorliggen van bewijsmateriaal dat de inhoud van de tijdens het vooronderzoek afgelegde verklaringen ondersteunt of bevestigt, de gelegenheid die de beklaagde had om tijdens het vooronderzoek of ter rechtszitting andere getuigen te ondervragen of te doen ondervragen en de mogelijkheid voor de beklaagde om zijn standpunt kenbaar te maken over de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van verklaringen van deze getuigen of over interne strijdigheden in hun verklaringen of strijdigheid met verklaringen van andere getuigen.
In de regel zal de rechter de impact op het eerlijk proces van het niet-horen op de rechtszitting van een of meerdere getuigen die tijdens het vooronderzoek belastende verklaringen hebben afgelegd, beoordelen aan de hand van de drie voormelde criteria en in de vermelde volgorde. Wel kan de beoordeling van het ene criterium de beoordeling van de andere criteria versterken, vervolledigen of verduidelijken. Bij de beoordeling van verklaringen van personen die niet als getuigen konden worden gehoord, dienen de criteria in hun onderling verband te worden gelezen.
Het staat aan de rechter om, rekening houdend met het voormelde, te oordelen of door het niet-horen op de rechtszitting van getuigen die tijdens het vooronderzoek voor de beklaagde belastende verklaringen hebben afgelegd, diens recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd, met inbegrip van zijn recht van verdediging, wordt miskend. De rechter moet zijn beslissing steunen op concrete omstandigheden die hij aanwijst.
Indien een beklaagde het verhoor op de rechtszitting onder eed vraagt van meerdere getuigen die een belastende verklaring hebben afgelegd over eenzelfde aangelegenheid en het aannemelijk is dat die getuigen gelet op de omstandigheden van de zaak gelijkluidende of analoge verklaringen zullen afleggen, is het niet noodzakelijk dat de rechter voor elk van die getuigen waarvan het verhoor onder eed op de rechtszitting wordt gevraagd, afzonderlijk en concreet toetst aan de drie voormelde criteria.
Artikel 6.1 en 6.3.d EVRM noch enige wetsbepaling verzet zich ertegen dat de rechter aanneemt dat de toets aan de drie criteria die hij heeft verricht betreffende een aantal getuigen die niet onder eed werden gehoord op de rechtszitting, ook al hebben ze tijdens het opsporingsonderzoek een belastende verklaring afgelegd, en die het niet-horen ervan op de rechtszitting als getuige onder eed verantwoordt, ook het niet-horen op die rechtszitting als getuige onder eed van andere personen die tijdens het opsporingsonderzoek een belastende verklaring hebben afgelegd, kan verantwoorden.
Evenmin verzet artikel 6.1 en 6.3.d EVRM noch enige wetsbepaling zich ertegen dat de rechter de schuldbeoordeling grondt of mede grondt op de verklaringen van de niet-verhoorde getuigen indien redelijkerwijze kan worden aangenomen dat de verklaringen van de verhoorde getuigen kunnen gelden voor de niet-verhoorde getuigen en geen element van het strafdossier de extrapolatie naar de niet-verhoorde getuigen belet.
In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid
Sorry, we couldn't find any posts.












