Internationaal tewerkstellen van medewerkers:
concrete checklists
Mevr. Sandrine Schaumont, mevr. Dominique Wellens
en mevr. Leen Claesen (Deloitte)
Webinar op donderdag 7 mei 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Flexibele tewerkstellingsvormen anno 2026
Mr. Veerle Van Keirsbilck en mr. Ester Vets (Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 11 juni 2026
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Conflicten met de RSZ:
aandachtspunten in 2026
Mr. Bart Adriaens en mr. Veerle Van Keirsbilck (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 24 april 2026
Discriminatie op de werkvloer:
de laatste ontwikkelingen
Mr. Inger Verhelst (Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 24 september 2026
Roemeense onkostenvergoeding is geen onderdeel van het Belgische loon. Cass. 2 maart 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Een werknemer vorderde van zijn werkgever, een internationaal transportbedrijf, de betaling van achterstallig loon, eindejaarspremies, vakantiegeld en diverse andere vergoedingen (zoals ARAB- en verblijfsvergoedingen). Tijdens zijn tewerkstelling ontving hij onder Roemeens recht wel een “per diem” vergoeding. De werkgever had er echter structureel voor gekozen om de Belgische sectorale minimumlonen en vergoedingen niet uit te betalen voor de transportactiviteiten en prestaties van de werknemer.
Verweermiddelen
De werkgever voerde aan dat de vorderingen voor achterstallig loon deels verjaard waren en dat de termijn niet mocht starten aan het einde van de arbeidsovereenkomst. Daarnaast beargumenteerde het transportbedrijf dat de uitbetaalde Roemeense “per diem” vergoeding als loon beschouwd moest worden. Volgens de werkgever moest deze onkostenvergoeding dus meegeteld worden om te oordelen of het wettelijke Belgische minimumloon wel gerespecteerd was.
Principes
Het Hof stelt dat het niet tijdig betalen van loon een misdrijf is dat in principe meteen voltooid is op het moment van de niet-betaling. Echter, wanneer opeenvolgende niet-betalingen het gevolg zijn van eenzelfde misdadig opzet (een bewuste keuze en voortgezette wil om niet te betalen), is er sprake van een voortgezet misdrijf en begint de verjaring pas te lopen bij het laatste feit, in dit geval het einde van de arbeidsovereenkomst. Verder is het Hof uiterst duidelijk: een “per diem” naar Roemeens recht is een forfaitaire vergoeding om meeruitgaven (zoals verblijf, voeding en vervoer in het buitenland) te dekken. Aangezien deze vergoeding geen tegenprestatie is voor de geleverde arbeid, is het géén loon en mag hiermee geen rekening worden gehouden om te beoordelen of het Belgische minimumloon werd behaald.
Besluit
Het Hof van Cassatie verwerpt de voorziening van de werkgevers volledig. Hun argumenten over de verjaring en het aanzien van de buitenlandse onkostenvergoeding als loon worden van tafel geveegd.
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid














