Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update

Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)

Webinar op vrijdag 20 november 2026


Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026

Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026


Loontransparantie:
wel of geen realiteit in 2026?

Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck

(Claeys & Engels)

Webinar op dinsdag 8 december 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Discriminatie op de werkvloer:
de laatste ontwikkelingen

Mr. Inger Verhelst (Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 24 september 2026


Arbeidsovereenkomsten onder de loep:
een must in 2026

Mr. Kato Aerts en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)

Webinar op vrijdag 2 oktober 2026

Roemeense chauffeurs in dienst van een Slovaakse postbusvennootschap. Cass. 10 februari 2026 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

Arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 27 juni 2024

Het arrest stelt vast dat:

  • op 11 oktober 2014 een visitatiebezoek doorging op het adres van de eiseres en de inspectie op 1 december 2014 de eiser verhoorde in aanwezigheid van zijn raadsman;
  • het eerste IMI-verzoek nr. 36940 van de Belgische sociale inspectie aan de Slovaakse nationale arbeidsinspectie dateert van 7 november 2014 en dit verzoek op 16 januari 2015 werd beantwoord;
  • het tweede IMI-verzoek nr. 52182 op 26 april 2016 werd verzonden;
  • uit het antwoord van de Slovaakse socialezekerheidsinstelling van 27 mei 2016 duidelijk werd welke werknemers een A1-verklaring hadden;
  • het orgaan van ontvangst de vraag tot intrekking van de A1-verklaringen richtte aan het Slovaakse orgaan van afgifte op 26 oktober 2016;
  • dit eerste verzoek tot intrekking van de A1-verklaringen gemotiveerd was en als bijlage het antwoord van het IMI-verzoek 52182 was gevoegd;
  • het Slovaakse orgaan van afgifte op 20 december 2016 een antwoord verzond met de voorlopige intrekking van de A1-verklaringen en met een aantal bijkomende vragen;
  • het tweede verzoek tot intrekking van 22 september 2017 ook gemotiveerd was en uit dit verzoek blijkt dat de documenten van het onderzoek die wettelijk toegelaten waren om te delen, met het Slovaakse orgaan van afgifte werden gedeeld;
  • uit het antwoord van het Slovaakse orgaan van afgifte bij brief van 19 maart 2018 blijkt dat dit orgaan op basis van de vaststellingen en de door het orgaan van ontvangst bezorgde stukken standpunt heeft ingenomen met betrekking tot de feitelijke zetel van de vennootschap;
  • het Slovaakse orgaan van afgifte op 19 maart 2018 binnen een redelijke termijn standpunt heeft ingenomen over de door de Belgische RSZ verstrekte concrete gegevens die erop duiden dat de A1-verklaringen op frauduleuze wijze zijn verkregen, maar zij gelet op haar standpunt hierover deze A1-verklaringen niet binnen een redelijke termijn heeft nietig verklaard of (definitief) ingetrokken;
  • het Slovaakse orgaan van afgifte op 19 maart 2018 meedeelde dat het ervan overtuigd is dat de feitelijke zetel van de vennootschap MD Intercargo sro zich in België bevond;
  • desondanks het Slovaakse orgaan van afgifte deze A1-verklaringen niet nietig verklaarde noch deze verklaringen (definitief) introk, maar het hieraan voorwaarden koppelt.

Het arrest stelt vast dat:

  • hoewel de maatschappelijke zetel van MD Intercargo sro zich op papier in Bratislava bevond, de plaats van het centrale bestuur gevestigd was in Beernem;
  • het de maatschappelijke zetel van de eiseres was waar de documenten met betrekking tot MD Intercargo sro tijdens het visitatiebezoek werden gevonden;
  • er een grote verwevenheid blijkt tussen de vennootschappen, waaronder de eiseres en MD Intercargo sro, met steeds de eiser als bestuurder, en er geen lijn kan worden getrokken tussen wie de opdrachten uitvoert;
  • uit geen enkel stuk blijkt dat de werknemers in Slovakije werden aangeworven;
  • bij mail van M.B. van 12 juli 2013 aan de eiser afschriften van allerlei documenten van de chauffeurs worden overgemaakt om de arbeidscontracten te kunnen opmaken;
  • de eiser de opdrachten aan de chauffeurs geeft;
  • de chauffeurs zich vooral in België en in mindere mate in Nederland en Frankrijk bevonden, de vermelding SK (Slovakije) geen enkele keer voorkomt op de prestatielijsten en uit het IMI-rapport blijkt dat MD Intercargo sro enkel activiteiten heeft in Zwitserland, Luxemburg, Nederland en België, maar geen transporten van en naar Slovakije uitvoerde;
  • de eiser bijhoudt welke prestaties de chauffeurs de afgelopen maand hebben verricht en voor welk land ze per dag een dagvergoeding dienen te krijgen;
  • de eiser de lonen uitbetaalt, nadat deze zijn uitgerekend door tussenkomst van ISC Trans sro;
  • de chauffeurs hun dag- en weekrapporten in het Industriepark Noord te Beernem achterlaten;
  • de chauffeurs over een Belgisch oproepnummer beschikten;
  • uit het IMI-rapport van 16 januari 2015 blijkt dat er geen bedrijfsvestigingen van het bedrijf MD Intercargo sro op diens maatschappelijke adres waren in december 2014, terwijl de betrokken chauffeurs in dienst waren tot en met 31 december 2014.
    Het arrest stelt tevens vast dat MD Intercargo sro “een postbusvennootschap betrof, minstens een schijnvennootschap”.
De visie van het Hof van Cassatie

Op grond van deze vaststellingen kan het arrest van het hof van beroep te Antwerpen wettig oordelen “dat de Roemeense chauffeurs duidelijk aan het werk waren voor de [eisers] als werknemers” en dat “het duidelijk (is) dat de eisers de Belgische socialezekerheidsbijdragen voor haar Roemeense werknemers wilden ontwijken door middel van een postbusvennootschap (minstens een schijnvennootschap)”.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid

Boeken in de kijker: