Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Loontransparantie:
wel of geen realiteit in 2026?
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op dinsdag 8 december 2026
Arbeidsovereenkomsten onder de loep:
een must in 2026
Mr. Kato Aerts en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op vrijdag 2 oktober 2026
Discriminatie op de werkvloer:
de laatste ontwikkelingen
Mr. Inger Verhelst (Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 24 september 2026
Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026
Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Roemeense chauffeurs en Belgische vennootschappen als feitelijke werkgevers. Arbeidshof Antwerpen 22 juni 2023 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Een Roemeense vrachtwagenchauffeur werkte formeel voor een Roemeens transportbedrijf, maar voerde zijn opdrachten vrijwel uitsluitend uit vanuit Genk, België. Hij vertrok structureel vanuit de Belgische stelplaats, ontving instructies van Belgische planners en de vrachtwagens werden daar ter beschikking gesteld. Hij ontving een Roemeens loon en een buitenlandse onkostenvergoeding (‘diurna’), wat fors lager lag dan het Belgische minimumloon. De chauffeur eist nu achterstallig loon, vakantiegeld en vergoedingen van de twee Belgische vennootschappen waaraan hij feitelijk was uitgeleend.
Verweermiddelen
De Belgische transportbedrijven stellen dat zij absoluut niet de werkgever zijn, omdat de man uitsluitend een contract had met de Roemeense onderaannemer. Daarnaast werpen zij op dat de eisen van de chauffeur inmiddels volledig verjaard zijn. Tot slot beargumenteren zij dat uitsluitend het Roemeens recht van toepassing is en dat de dagelijkse onkostenvergoeding (‘diurna’) meegeteld moet worden als volwaardig loon.
Principes
Volgens de Rome I-verordening behoudt een werknemer áltijd de bescherming van het dwingende recht van het land waar hij gewoonlijk werkt, ongeacht de contractuele rechtskeuze. Omdat het zwaartepunt van de arbeidsprestaties overduidelijk in België lag, is de Belgische loonbeschermingswet dwingend van toepassing. Het zogeheten ‘feitelijk werkgeverschap’ wordt naar Belgisch recht bepaald door de partij die het daadwerkelijke juridische gezag, toezicht en de leiding uitoefent. Buitenlandse dagvergoedingen (zoals per diem) dekken specifieke verblijfskosten en mogen niet meetellen voor de berekening van het Belgische minimumloon. Omdat ernstige loonschendingen misdrijven zijn volgens het Sociaal Strafwetboek, geldt er een langere verjaringstermijn van 5 jaar voor de daaraan gekoppelde burgerlijke vordering.
Besluit
Het Arbeidshof oordeelt dat beide Belgische vennootschappen wel degelijk solidair aansprakelijk zijn als de feitelijke werkgevers. De vorderingen van de chauffeur zijn tijdig gestuit en dus niet verjaard, waardoor hij recht heeft op het Belgische sectorale minimumloon. Het debat is door de rechtbank ambtshalve heropend om de exacte loonachterstallen verder in detail te becijferen.
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid













