Internationaal tewerkstellen van medewerkers:
concrete checklists

Mevr. Sandrine Schaumont, mevr. Dominique Wellens

en mevr. Leen Claesen (Deloitte)

Webinar op donderdag 7 mei 2026


Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update

Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)

Webinar op vrijdag 20 november 2026


Flexibele tewerkstellingsvormen anno 2026

Mr. Veerle Van Keirsbilck en mr. Ester Vets (Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 11 juni 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Loontransparantie:
wel of geen realiteit in 2026?

Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck

(Claeys & Engels)

Webinar op dinsdag 8 december 2026


Discriminatie op de werkvloer:
de laatste ontwikkelingen

Mr. Inger Verhelst (Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 24 september 2026

Rechtspraak – een mislukt re-integratieverzoek (Mploy)

Auteur: Ludo Vermeulen (Mploy)

Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Tongeren-Borgloon 17 november 2025

Het verzoek tot re-integratie van een ontslagen personeelsafgevaardigde moet zorgvuldig worden gedaan door de nationale interprofessionele vakorganisatie. Anders is er geen geldig verzoek en ook geen recht voor die werkneemster op de “variabele” beschermingsvergoeding. Ook de vordering tot het bekomen van een vergoeding wegens discriminatie op grond van syndicale overtuiging wordt afgewezen.
De feiten en vorderingen

Een vzw heeft een langlopend conflict met een werkneemster X. die lid is van de ondernemingsraad en het comité preventie en bescherming. Nadat talrijke pogingen tot remediëring niet tot het door de vzw gewenste resultaat leiden, ontslaat de vzw mevrouw X. op staande voet op 23 oktober 2023 en betaalt zij de “vaste beschermingsvergoeding” uit in toepassing van artikel 16 van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités.

De secretaris van de bediendenvakbond waarbij X. was aangesloten stuurde op 17 november 2023 een aangetekende brief naar de vzw om de re-integratie van X. te vorderen. De vzw gaf geen gevolg aan dat verzoek. X. stapte vervolgens naar de rechtbank en vorderde een bijkomende beschermingsvergoeding van 23.948,93 euro. Daarnaast vorderde zij een vergoeding van 18.780,48 euro, zijnde zes maanden loon, wegens discriminatie op grond van syndicale overtuiging.

Vordering tweede deel beschermingsvergoeding

Een beschermde werknemer heeft naast de vaste vergoeding die afhangt van de anciënniteit en onmiddellijk bij een ontslag opeisbaar wordt, recht op “het loon voor het nog resterende gedeelte van de periode tot het einde van het mandaat van de leden die het personeel vertegenwoordigen bij de verkiezingen waarvoor hij kandidaat is geweest”. Dat recht ontstaat enkel “wanneer de werknemer of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen zijn re-integratie heeft aangevraagd en deze door de werkgever niet werd aanvaard binnen dertig dagen na de dag waarop het verzoek hem bij een ter post aangetekende brief werd gezonden”.

De secretaris van de bediendenvakbond vroeg op 17 november 2023 om de re-integratie van X. De vzw hield voor dat dat verzoek niet beantwoordde aan de vereisten van de wet. De bediendenvakbond is niet de “organisatie die (haar) kandidatuur heeft voorgedragen”. Bij de sociale verkiezingen kunnen immers enkel de drie nationale vakbonden ACV, ABVV en ACLVB kandidaten voordragen. (Ik laat de kaderleden even buiten beschouwing.)

X. beriep zich op de algemene volmacht die de voorzitter van de nationale vakbond in 2019 aan de secretaris van de bediendenvakbond had gegeven. Daarin gaf hij die laatste onder meer volmacht om kandidatenlijsten in te dienen maar ook om “re-integratie aan te vragen bij einde arbeidsovereenkomst van werknemers voorgedragen als kandidaat”.

De rechtbank laat in het midden of de nationale vakbond volmacht kan geven aan de bij haar aangesloten bediendenvakbond om een re-integratieverzoek in te dienen. Dat verzoek is om andere redenen niet conform de wet gedaan.

  • X. toont niet aan dat het verzoek uitging van de nationale vakbond zoals de wet van 1991 voorschrijft. Uit de bewoordingen van het re-integratieverzoek leidt de rechtbank af dat dat verzoek uitgaat van de bediendenvakbond en niet is gedaan namens en in opdracht van de nationale vakbond.
  • De nationale vakbond kon de beslissing om voor X. de re-integratie aan te vragen pas nemen na het ontslag. De volmacht aan de bediendenvakbond moet dus noodzakelijkerwijze dateren van ná de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een algemene machtiging vooraf komt er immers op neer dat de nationale interprofessionele vakbond de beslissing tot het indienen van een re-integratietegemoetkoming toebedeelt aan een vakorganisatie, wat in strijd is met de bewoordingen van de wet van 1991 die van openbare orde is en dus strikt moet geïnterpreteerd worden.
Aangezien er geen geldig verzoek om re-integratie was gedaan, is de vordering tot het bekomen van het tweede “variabele” deel van de beschermingsvergoeding ongegrond.
Discriminatie

Na grondig onderzoek stelt de rechtbank vast dat de vzw tot het ontslag besloot omwille van de “communicatiestijl” van X. en het mislukken van de pogingen om aan die stijl te remediëren door bijsturingstrajecten en functieaanpassingen. X. toonde geen feiten aan die een discriminatie kunnen doen vermoeden. Haar vordering tot het bekomen van een schadevergoeding wegens discriminatie wordt dus evenzeer afgewezen.

Bron: Mploy

» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid

Advocaat Arbeidsrecht

Boeken in de kijker: