Internationaal tewerkstellen van medewerkers:
concrete checklists
Mr. Sandrine Schaumont en mr. Lidia Belevitch (Deloitte)
Webinar op donderdag 7 mei 2026
Regels en afspraken op de werkvloer.
Arbeidsovereenkomst, arbeidsreglement of policy?
Mr. Sieglien Huyghe (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 27 februari 2026
Arbeidsongeschiktheid wegens ziekte en arbeidsduur: de grondige wijzigingen
Mr. Julie De Maere en mr. Sieglien Huyghe (Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 26 maart 2026
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Discriminatie op de werkvloer:
de laatste ontwikkelingen
Mr. Inger Verhelst (Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 12 februari 2026
Conflicten met de RSZ:
aandachtspunten in 2026
Mr. Bart Adriaens en mr. Veerle Van Keirsbilck (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 24 april 2026
Opeenvolgende arbeidsongevallen. Cass. 19 januari 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Het arrest van het Arbeidshof Bergen van 23 mei 2022
Het arrest stelt vast dat de eiser op 20 juni 2014 het slachtoffer was van een eerste arbeidsongeval en op 29 november 2016 van een tweede arbeidsongeval, en dat uit het verslag van de gerechtsdeskundige blijkt dat, “wat betreft het arbeidsongeval van 20 juni 2014, [de eiser] een trauma aan de linkerknie heeft opgelopen met een bucket-handle scheur van de mediale meniscus”, dat “de consolidatiedatum wordt vastgesteld op de werkhervatting van 1 oktober 2014”, dat “deze letsel niet als genezen wordt beschouwd” en dat de graad van blijvende gedeeltelijke ongeschiktheid 4% bedraagt.
Wat betreft “het arbeidsongeval van 29 november 2016” wordt vastgesteld dat “de lichamelijke toestand van [de eiser] op 28 november 2016 overeenstemt met de toestand na het ongeval van 20 juni 2014”, dat de eiser “een trauma aan de rechterknie heeft opgelopen met verstuiking en een bucket-handle scheur van de mediale meniscus en een waarschijnlijke kneuzing van de linkerknie”, dat “de consolidatiedatum wordt vastgesteld op 17 juni 2017”, dat “geen genezing is bekomen, noch van de rechterknie, noch van de linkerknie”, dat “het plotse voorval van 29 november 2016 een bucket-handle scheur van de mediale meniscus heeft veroorzaakt; zonder ongeval zou deze scheur zich zeker niet hebben voorgedaan”, en dat “eveneens een kneuzing van de linkerknie werd weerhouden, gelet op het soort trauma, en dat dit trauma het optreden van degeneratieve letsels heeft versneld die zich anders eventueel pas op lange termijn zouden hebben voorgedaan”.
De globale graad van blijvende gedeeltelijke ongeschiktheid wordt vastgesteld op 9% (3% voor de rechterknie ten gevolge van het arbeidsongeval van 29 november 2016 en 6% voor de linkerknie ten gevolge van het arbeidsongeval van 20 juni 2014 wegens een verergering van de toestand).
Het arrest vermeldt dat de deskundige “een fout maakt met betrekking tot de wijze waarop de arbeidsongevallenverzekeraar gehouden is de gevolgen van twee opeenvolgende arbeidsongevallen te vergoeden; meer bepaald lijkt de deskundige te oordelen dat de verzekeraar de blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid in twee fasen moet vergoeden: eerst, voor het arbeidsongeval van 20 juni 2014, enkel vanaf de consolidatiedatum, namelijk 1 oktober 2014, tot 17 juni 2017 (uitgesloten), dat wil zeggen tot de consolidatiedatum van het tweede ongeval van 29 november 2016, en dat tot een graad van 4% (letsels aan de linkerknie); vervolgens, vanaf 17 juni 2017, globaal voor de twee arbeidsongevallen van 20 juni 2014 en 29 november 2016, tot een graad van blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van 9% (letsels aan linker- en rechterknie).”
De visie van het Hof van Cassatie dat het arrest van het Arbeidshof verbreekt
Krachtens artikel 24, tweede lid, van de wet van 10 april 1971 betreffende de arbeidsongevallen, wordt, indien de ongeschiktheid blijvend is of blijvend wordt, een jaarlijkse vergoeding van 100%, berekend op basis van het grondloon en de graad van ongeschiktheid, toegekend ter vervanging van de dagvergoeding vanaf de dag waarop de ongeschiktheid het blijvend karakter vertoont; dit aanvangspunt wordt vastgesteld bij akkoord tussen de partijen of door een beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan.
De vergoeding die verschuldigd is wegens een blijvende arbeidsongeschiktheid voortvloeiend uit een arbeidsongeval strekt ertoe de werknemer te vergoeden in de mate waarin het ongeval zijn arbeidsvermogen heeft aangetast, met andere woorden zijn economische waarde op de arbeidsmarkt.
Deze economische waarde op de arbeidsmarkt wordt wettelijk vermoed tot uitdrukking te komen in het grondloon van het slachtoffer.
Wanneer een werknemer het slachtoffer is van opeenvolgende ongevallen en het laatste ongeval de gevolgen van een vroeger ongeval heeft verergerd, moet de rechter de blijvende arbeidsongeschiktheid van het slachtoffer in haar geheel beoordelen, wanneer de vastgestelde arbeidsongeschiktheid na het laatste ongeval, ook al is het gedeeltelijk, daarvan het gevolg is.
Hieruit volgt dat, om het percentage van arbeidsongeschiktheid te bepalen, de waarde van het slachtoffer op de arbeidsmarkt zonder enige aantasting door een voorafbestaande pathologische toestand of door een vroeger ongeval moet worden vergeleken met die waarde op de datum van de consolidatie van het laatste ongeval waarvan de gevolgen dienen te worden beoordeeld.
Het arrest, dat oordeelt dat “in werkelijkheid elk ongeval afzonderlijk moet worden vergoed naargelang de aantasting van de arbeidsbekwaamheid of van de economische waarde van het slachtoffer” en dat “de deskundige, door enkel voor het ongeval van 29 november 2016 een percentage van 9% te weerhouden, tweemaal rekening houdt met het percentage van 4% dat betrekking heeft op het eerste ongeval van 20 juni 2014”, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht wanneer het, om het bedrag van de verschuldigde wettelijke vergoedingen te bepalen, voor recht zegt dat “het ongeval dat [de eiser] op 20 juni 2014 heeft opgelopen, een blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid tot beloop van 4% heeft veroorzaakt” en dat “het arbeidsongeval dat hij op 29 november 2016 heeft opgelopen, een blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid tot beloop van 5% heeft veroorzaakt.”
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid














