Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Ontslag van A tot Z anno 2027
Mr. Kato Aerts, mr. Katrien Coenen
en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Arbeidsovereenkomsten onder de loep:
een must in 2026
Mr. Kato Aerts en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op vrijdag 2 oktober 2026
Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep
Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)
Webinar op donderdag 18 maart 2027
Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026
Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Loontransparantie anno 2027
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Ook tuchtprocedures ontsnappen niet aan de Wet Private Opsporing (Mploy)
Auteur: Hans Van Rompaey (Mploy)
Op 16 december 2024 trad de wet van 18 mei 2024 tot regeling van de private opsporing (hierna: ‘Wet Private Opsporing’) in werking.
Zeer kort samengevat, kan het doel van die wet als volgt worden beschreven:
- het herzien van de vroegere wet op de privédetective, die niet meer aangepast was aan de nieuwe ontwikkelingen en technologieën op het vlak van private opsporing;
- het wegwerken van een onevenwicht tussen private en publieke opsporingsautoriteiten;
- de noodzaak om de regelgeving rond private opsporing af te stemmen op de GDPR-regelgeving.
Die doelstellingen lijken op het eerste zicht niet meteen relevant voor (publieke en private) werkgevers.
Toch is de Wet Private Opsporing wel degelijk een nieuwe laag regelgeving bovenop de reeds talloze regels waarmee Belgische werkgevers rekening moeten houden. Het toepassingsgebied is immers zeer ruim omschreven: als ‘activiteiten van private opsporing’ worden beschouwd, de activiteiten die cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden:
- de activiteit wordt uitgevoerd door een natuurlijk persoon;
- de activiteit wordt uitgevoerd in opdracht van een opdrachtgever;
- de activiteit bestaat uit het verzamelen van inlichtingen verkregen door de verwerking van informatie over natuurlijke of rechtspersonen of aangaande de toedracht van door hen begane feiten;
- de activiteit heeft als doelstelling om de verzamelde inlichtingen te verschaffen aan de opdrachtgever om diens belangen in het kader van een effectief conflict of een mogelijk conflict te vrijwaren of om verdwenen personen of verloren of gestolen goederen op te sporen.
In arbeidsrechtelijke context wordt hierbij vaak gedacht aan een onderzoek door een medewerker van de personeelsdienst naar aanleiding van feiten die een ontslag om dringende reden kunnen rechtvaardigen.
Er zijn echter nog gevallen denkbaar waarin de verplichtingen van de Wet Private Opsporing gelden op werkvlak. Zo kunnen minstens bepaalde tuchtprocedures (al dan niet met het oog op de tuchtsanctie van het ontslag) onder de Wet Private Opsporing vallen. Hieronder een voorbeeld.
Een lokaal bestuur wenst een tuchtonderzoek te voeren ten aanzien van een statutaire ambtenaar. Volgens het Decreet Lokaal Bestuur dient er een ‘tuchtonderzoeker’ te worden aangesteld. De tuchtonderzoeker is niet degene die de eventuele latere tuchtsanctie oplegt (die bevoegdheid komt immers toe aan de overheidswerkgever). Die tuchtonderzoeker zal inlichtingen verzamelen in opdracht van het lokaal bestuur, waarbij de doelstelling is om de verzamelde inlichtingen mee te delen aan het lokaal bestuur om diens belangen in een effectief conflict te vrijwaren.
In het volgende voorbeeld lijkt het iets minder evident om te besluiten tot de toepasselijkheid van de Wet Private Opsporing.
Een schoolbestuur van een gesubsidieerde vrije onderwijsinstelling wenst een tuchtonderzoek te voeren ten aanzien van een vastbenoemd personeelslid. Doorgaans zal het bestuursorgaan van de vzw die het schoolbestuur uitmaakt een tuchtcommissie aanstellen, bestaande uit leden van de vzw. Die tuchtcommissie is ook bevoegd om de uiteindelijke tuchtsanctie op te leggen. De inlichtingen die de tuchtcommissie inwint, zijn dus niet bedoeld om informatie te verschaffen aan de (andere leden van de) vzw doch wel om zelf als tuchtcommissie/onderzoeker een beslissing te kunnen nemen.
Anderzijds handelt de tuchtcommissie wel in naam en voor rekening van de vzw en zal die laatste in het kader van een latere beroepsprocedure de vergaarde inlichtingen uit het tuchtdossier gebruiken ter verdediging van diens belangen. Dit pleit dan weer in het voordeel van de toepasselijkheid van de Wet Private Opsporing.
Een weinig praktische oplossing, die ook ingaat tegen de gangbare praktijk, om te ontkomen aan de verplichtingen van de Wet Private Opsporing lijkt er in dit geval in te bestaan om de tuchtprocedure te laten voeren door de vzw zelf, zonder delegatie van bevoegdheid.
Uiteraard moet steeds geval per geval worden ingeschat of de betrokken wet van toepassing is of niet.
De Wet Private Opsporing voorziet in een aantal zeer formalistische verplichtingen waar we hier niet verder op ingaan. Een aantal verplichtingen zijn zelfs op straffe van nietigheid voorgeschreven. De niet-naleving van de Wet Private Opsporing in tuchtprocedures die gevoerd worden sinds 16 december 2024 dreigt dus een hele tucht- of ontslagprocedure – en het bijhorende werk – onderuit te halen. Finaal beoordeelt de rechter welk bewijs hij in aanmerking neemt. En dan hebben we het nog niet gehad over het risico op een administratieve geldboete, die kan oplopen tot 25.000 euro.
Bron: Mploy
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid














