Summer Deal Sociaal recht
‘Welzijn op het werk’

Webinar on demand

Grensoverschrijdend gedrag: what’s in a name?

Webinar on demand

Individueel ontslag – Overzicht van recente rechtspraak, de impact van het akkoord over de arbeidsdeal

Webinar op 10 juni 2022

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Buitenlandse (dag)opdrachten voor werknemers van een Belgische onderneming

Webinar op 10 juni 2022

Arbeidstijd: vijf concrete probleemstellingen

Webinar on demand

Kennelijk onredelijk ontslaan en de opzeggingsvergoeding niet betalen zijn geen misdrijven (Bellaw/SoConsult)

Auteurs: Willy van Eeckhoutte, Ester Van Oostveldt en Ann Taghon (Bellaw/SoConsult)

1. Kennelijk onredelijk ontslaan is geen misdrijf. De opzeggingsvergoeding niet betalen trouwens ook niet.

Kennelijk onredelijk ontslaan

“Doe eens normaal en wees toch redelijk!”

Het zijn verzuchtingen die men niet alleen dezer dagen hoort ten aanzien van “pandemisten” allerkanten, maar die men zo lang als er arbeidsrelaties zijn, meer dan eens ook moet slaken tegen een werkgever die overgaat tot ontslag van een werknemer: doe dat toch enkel om een deugdelijke persoonlijke, economische of organisatorische reden.

Bakt een werkgever het al te bruin, dan volstaat zelfs een diepe verzuchting niet meer. Stelt hij zich manifest abnormaal en onredelijk op wat het ontslagmotief betreft, dan zetten de interprofessionele sociale partners hem dat sinds 2014 met de Cao nr. 109 betaald door oplegging van een schadevergoeding die overeenstemt met 3 tot 17 weken loon. Dat is het leerstuk van het kennelijk onredelijk ontslag.

Dat een werknemer kennelijk onredelijk ontslaan, kennelijk onbehoorlijk is, betekent echter nog niet dat ook sprake zou zijn van een misdrijf , dat leert het hieronder vermelde cassatiearrest van 20 december 2021.

Nochtans zou men anders kunnen denken. Het Sociaal Strafwetboek bestraft immers de werkgever die een inbreuk pleegt op een algemeenbindendverklaarde collectieve arbeidsovereenkomst. En de Cao nr. 109 is algemeen bindend verklaard.

Als men de cao echter goed leest, ziet men dat die eigenlijk geen verbod van kennelijk onredelijk ontslag inhoudt: nergens in de tekst is dergelijk verbod terug te vinden. Een werkgever die zich schuldig maakt aan kennelijk onredelijk ontslag, kan dan ook om die enkele reden geen administratieve geldboete (want dat is de sanctie die anders in beeld zou komen) opgelegd krijgen.

Zoals gezegd voorziet de Cao nr. 109 wel in een schadevergoeding die verschuldigd is door de werkgever die kennelijk onredelijk ontslaat. Maar dat betekent niet dat die werkgever om die enkele reden administratief kan worden beboet. Tot betaling van de schadevergoeding is de werkgever immers maar gehouden als de rechter op vordering van de ontslagen werknemer heeft geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk is en aan de werknemer op die grond een gepaste schadevergoeding heeft toegekend. De werkgever maakt zich dus niet eerder schuldig aan het niet of niet-volledig betalen daarvan, zodat hij pas dan inbreuk maakt op de Cao nr. 109.

Het gevolg van dat alles is dat een werknemer die aanvoert dat hij kennelijk onredelijk werd ontslagen en op die grond de toekenning vordert van een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, geen vordering stelt op grond van een misdrijf, meer bepaald wegens inbreuk op een algemeenbindendverklaarde cao. Hij vraagt slechts toepassing te maken van de Cao nr. 109, aldus het Hof van Cassatie.

Voor de vordering van schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag geldt dan ook niet de verjaringstermijn die geldt voor vorderingen “ex delicto”.

Een opzeggingsvergoeding niet betalen

Het Hof van Cassatie neemt in hetzelfde arrest overigens ook nog de twijfel weg over de vraag of het niet, onvolledig of niet op de datum van opeisbaarheid betalen van de opzeggingsvergoeding een misdrijf is. Het Sociaal Strafwetboek had die twijfel doen rijzen (zie Sociaal Compendium Arbeidsrecht 2021-2022, nr. 5325).

Het antwoord van het Hof is kort en krachtig: “Uit de structuur en de bewoordingen van de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek, samen met de wetsgeschiedenis, blijkt dat [artikel 162, eerste lid, 1°, van dat wetboek] wel van toepassing is op wat als loon verschuldigd is wegens de uitvoering of de schorsing van de dienstbetrekking, maar niet op vergoedingen die verschuldigd zijn omdat de dienstbetrekking een einde neemt”.

BRON: Cass. 20 december 2021, S.20.0019.N

2. Verlenging coronamaatregelen

In de voorbije week zijn opnieuw een aantal coronamaatregelen verlengd en/of uitgebreid:

  • de tijdelijke werkloosheid overmacht corona voor werknemers wiens kind niet naar het kinderdagverblijf, de school of het centrum voor de opvang voor personen met een handicap kan gaan, is verlengd tot 31 maart 2022 (zie hierover SoCompact 42-2020),
  • het vaccinatieverlof voor werknemers is verlengd tot 30 juni 2022 en is uitgebreid met een vaccinatieverlof voor de begeleiding van de minderjarige kinderen van de werknemer of meerderjarige kinderen met een handicap of de personen over wie hij het wettelijk voogdijschap uitoefent (zie hierover SoCompact 14-2021 en SoCompact 48-2021),
  • de mogelijkheid voor werkgevers die ernstige economische moeilijkheden ondervinden door COVID-19 om een bijzonder minnelijk afbetalingsplan te vragen aan de RSZ, wordt verlengd voor de aangegeven bijdragen voor het vierde kwartaal van 2021 en de tot 31 maart 2022 vervallen rechtzettingen van bijdragen (zie hierover RSZ-instructies).

Bron: Bellaw/SoConsult