Is uw sollicitant binnenkort in realiteit een sociaal inspecteur? (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 27/11/2017

Het op 9 november 2017 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers ingediende ‘Wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake werk’ voorziet dat sociaal inspecteurs specifieke bevoegdheden krijgen inzake onderzoek en vaststelling van ‘discriminatoire’ inbreuken teneinde het bewijs van het plegen van dergelijke inbreuken te vergemakkelijken.

Concreet gaat het om de techniek van ‘mystery shopping’: de mogelijkheid om met het oog op het opsporen en vaststellen van inbreuken op de antidiscriminatiewetgeving, bij objectieve aanwijzingen van discriminatie, ondersteund door de resultaten van datamining en datamatching, zich voor te doen als (potentiële) cliënten of (potentiële) werknemers om na te gaan of op grond van een wettelijk beschermd criterium gediscrimineerd werd of wordt.

‘Mystery shopping’ is niet nieuw: sedert 2013 is de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (de FSMA) hiertoe reeds gemachtigd en sedert 2014 voorziet ook het Wetboek van economisch recht dat ambtenaren, met het oog op het opsporen en vaststellen van bepaalde inbreuken die geciteerd worden, de bevoegdheid hebben de onderneming te benaderen door zich voor te doen als cliënten of potentiële cliënten, zonder dat zij hun hoedanigheid en de omstandigheid dat de bij deze gelegenheid gedane vaststellingen kunnen worden aangewend voor de uitoefening van het toezicht, moeten mededelen.

In het nu voorliggend wetsontwerp wordt benadrukt dat het doel van de techniek van ‘mystery shopping‘ het aantonen van verdoken discriminaties is. De Memorie van Toelichting omschrijft het als volgt: ‘het doel van ‘mystery shopping’ is niet het doen ontstaan van de intentie om een inbreuk te plegen, maar wel het bestaan ervan aan te tonen door de mogelijkheid te bieden om zich uit te drukken. De ambtenaar moet er dus over waken dat hij, door de manier waarop hij de ‘mystery shopping’ uitvoert, er niet van kan verdacht worden de strafbare gedraging te hebben uitgelokt.’

Het Wetsontwerp verduidelijkt verder: ‘De invoeging van artikel 42/1 in het Sociaal Strafwetboek voorziet dat, bij objectieve aanwijzingen van discriminatie, ondersteund door resultaten van datamining en datamatching, de sociaal inspecteurs een onderneming mogen benaderen door zich voor te doen als cliënten, potentiële cliënten, werknemers of potentiële werknemers, om na te gaan of op grond van een wettelijk beschermd criterium gediscrimineerd werd of wordt. De inspecteur dient zich hiervoor mede te steunen op datamatching en datamining om op een objectieve wijze potentiële discriminaties te identificeren.’Mystery calls’ kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden als bewijs bevorderend instrument in het geval van een gefundeerde klacht of melding tegen een dienstenchequebedrijf, uitzendonderneming of aanwervende werkgever. Het nabootsen van courante praktijksituaties in discriminatie-aangelegenheden is in de praktijk vaak enkel mogelijk door kleine strafrechtelijke overtredingen te plegen (bv. het gebruik van een valse naam, …). Omwille van deze reden wordt voorzien dat de sociaal inspecteurs die in dit kader strikt noodzakelijke strafbare feiten plegen vrij van straf blijven.’

Maar ‘mystery shopping’ kan niet eenzijdig beslist worden door de sociaal inspecteur te velde: alvorens de sociaal inspecteurs willen overgaan tot ‘mystery shopping’ dienen ze een schriftelijk en voorafgaand akkoord van de arbeidsauditeur of de procureur des Konings te hebben verkregen. Bovendien moeten ze alle acties die ze ondernemen en de resultaten nadien schriftelijk meedelen aan de arbeidsauditeur of de procureur des Konings.

Het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake werk leest u hier

Meester Tom Messiaen (advocaat-vennoot Monard Law) spreekt tijdens de studiedag ‘Ondernemingsstrafrecht’ op 1 december 2017 in Sint-Niklaas over het onderdeel ‘Sociaal strafrecht’