Invloed van het nieuw bewijsrecht op het arbeidsrecht (Argus Advocaten)

Auteur: Leen Vandenholt (Argus Advocaten)

Publicatiedatum: 25/06/2021

Door de wet van 13 april 2019 tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 “Bewijs” in dat Wetboek, trad een nieuw bewijsrecht in werking met ingang van 1 november 2020.

Overeenkomstig artikel 8.2 Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) zijn de bewijsregels van aanvullend recht, met uitzondering van de in boek 8 opgenomen definities en de gevallen waarin de wet anders bepaalt.

Welke invloed heeft dit nieuw bewijsrecht op het arbeidsrecht?

Indien er in het arbeidsrecht wordt voorzien in specifieke bewijsregels, zijn deze specifieke regels van toepassing.  In andersluidend geval dient gekeken te worden naar de bewijsregels van Boek 8 NBW.

Artikel 8.1, 1° NBW definieert het begrip geschrift als volgt: “een geheel van alfabetische tekens of van enige andere verstaanbare tekens aangebracht op een drager die de mogelijkheid biedt toegang ertoe te hebben gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de informatie kan dienen waarbij de integriteit ervan wordt beschermd, welke ook de drager en de transmissiemogelijkheden zijn”.

Door deze ruime omschrijving kunnen voortaan ook elektronische documenten, e-mails, sms’en, Whatsappberichten, Facebook- en Twitterberichten, … als geschrift worden beschouwd.

Het arbeidsrecht verwijst in bepaalde situaties naar concrete (vorm)voorwaarden inzake het gebruik van een geschrift.

Zo bepaalt artikel 37 Arbeidsovereenkomstenwet dat de kennisgeving van de opzegging uitgaande van de werknemer geschiedt, op straffe van nietigheid, door (1) de afgifte van een geschrift aan de werkgever, (2) een ter post aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na de datum van verzending, (3) een gerechtsdeurwaardersexploot.

Ook artikel 35 Arbeidsovereenkomstenwet voorziet in specifieke regels m.b.t. het gebruik van een geschrift. De kennisgeving van de dringende reden dient te geschieden, op straffe van nietigheid, (1) bij een ter post aangetekende brief, (2) bij gerechtsdeurwaardersexploot, (3) door afgifte van een geschrift aan de andere partij.

Door de ruime gemeenrechtelijke definitie van een “geschrift” worden de regels m.b.t. de kennisgeving van de opzegging uitgaande van de werknemer en de kennisgeving van de dringende reden versoepeld.

Volgens de regels van het nieuw bewijsrecht zou een werknemer aldus beschikken over de mogelijkheid om zijn arbeidsovereenkomst op te zeggen door middel van een gewone brief, e-mail, sms, …. .

De kennisgeving van de dringende reden zou door middel van een schrijven per gewone post, dan wel een mail, sms, … ter kennis gebracht kunnen worden aan de tegenpartij.

De Arbeidsovereenkomstenwet schrijft voor dat zowel bij een ontslagname door de werknemer als bij een ontslag om dringende reden een handtekening op het duplicaat van het geschrift vereist is. Deze handtekening wordt beschouwd als een bericht van ontvangst van de kennisgeving.

Door de ruime interpretatie van het begrip geschrift zou er vanuit gegaan kunnen worden dat de ontvangstbevestiging ook op een andere manier kan volstaat, vb. door middel van een leesbevestiging.

Het is in elk geval nog af te wachten welk oordeel de Arbeidsgerechten zijn toegedaan wanneer er een betwisting voordoet aangaande de wijze van kennisgeving van het ontslag (om dringende reden) dan wel de ontvangstbevestiging.

Daarom valt het aan te raden om zowel het ontslag als de ontvangstbevestiging via de klassieke weg te laten verlopen teneinde discussies te vermijden. 

Lees hier het originele artikel