Loontransparantie anno 2027
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep
Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)
Webinar op donderdag 18 maart 2027
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Bonusbeleid anno 2027.
Warrants en CAO nr. 90 onder de juridische loep
Mr. Mieke Deconinck en mr. Jan Lein (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Cryptomunten en de fiscaliteit
Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)
Webinar op donderdag 28 januari 2027
Impact van de meerwaardebelasting op aandelenopties (Eska Law)
Auteur: Eska Law
Met de inwerkingtreding van de Belgische meerwaardebelasting op 1 januari 2026 rijst de vraag in welke mate deze nieuwe belasting impact heeft op aandelenopties die onder het gunstige fiscale regime van de Aandelenoptiewet van 26 maart 1999 werden toegekend.
Wie onder de Aandelenoptiewet valt, wordt belast op het ogenblik van de toekenning van de optie. Wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, is bij de latere uitoefening van de optie in principe geen bijkomende belasting verschuldigd. Ook de nieuwe meerwaardebelasting brengt hierin geen verandering. Op het moment waarop de optie wordt uitgeoefend en de aandelen worden verkregen, ontstaat dus geen bijkomende belasting op de meerwaarde die tijdens de looptijd van de optie werd opgebouwd.
De meerwaardebelasting kan echter wel van toepassing zijn wanneer de verkregen aandelen nadien worden verkocht. In dat geval moet worden nagegaan of er tussen het ogenblik van de uitoefening van de optie en de uiteindelijke verkoop van de aandelen een meerwaarde werd gerealiseerd.
De belastbare meerwaarde wordt dan berekend als het verschil tussen de waarde van de aandelen op het moment van de uitoefening van de optie en de prijs waarvoor deze aandelen later worden verkocht. Enkel deze bijkomende waardestijging komt in aanmerking voor de meerwaardebelasting.
Ook de vrijstellingen binnen het nieuwe regime blijven hierbij relevant. Indien de verkregen aandelen een aanmerkelijk belang vertegenwoordigen, met name een participatie van minstens 20% in de betrokken vennootschap, kan een beroep worden gedaan op het specifieke vrijstellingsregime waarbij de eerste 1 miljoen euro meerwaarde wordt vrijgesteld. Het gedeelte boven de vrijstelling is dan belastbaar aan progressieve tarieven met een maximum van 10%. Wanneer geen sprake is van een aanmerkelijk belang, kan de gerealiseerde meerwaarde in aanmerking komen voor de algemene voetvrijstelling van 10.000 euro. Het surplus is in principe belastbaar tegen het algemene tarief van 10%.
Wanneer de uitoefening van de optie en de verkoop van de aandelen elkaar kort opvolgen, wordt doorgaans geen of slechts een beperkte bijkomende meerwaarde gerealiseerd. In veel gevallen zal deze meerwaarde dan ook volledig worden geneutraliseerd door de toepasselijke vrijstelling.
De uitoefening van de optie op zich geeft aldus geen aanleiding tot toepassing van de meerwaardebelasting. Enkel de eventuele waardestijging die wordt gerealiseerd tussen de verkrijging van de aandelen bij uitoefening en hun latere verkoop kan aanleiding geven tot belastingheffing
Bron: Eska Law
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid, Successie & Vermogen















