Impact van COVID-19 op internationale tewerkstelling (Cazimir)

Auteur: Cazimir Advocaten

Publicatiedatum: 26/07/2021

Dit artikel is relevant voor alle werknemers en voor alle bestuurders van een vennootschap belast met de dagelijkse werkzaamheden van leidinggevende of technische aard, die hun gewoonlijk internationale tewerkstellingspatroon hebben aangepast in navolging van de corona-maatregelen.

Als gevolg van corona-maatregelen is de internationale tewerkstellingssituatie van veel individuen gewijzigd. Hoewel de OESO haar lidstaten al aan het begin van de pandemie heeft opgeroepen om de impact van de corona-maatregelen als overmacht te aanzien met (para)fiscale neutraliteit tot gevolg, stellen wij anderhalf jaar later vast dat er nog steeds geen overkoepelend afsprakenkader voorhanden is. Dit heeft tot gevolg dat elke Staat op een andere manier naar de (para)fiscale gevolgen van de corona-maatregelen kijkt, wat de rechtszekerheid niet ten goede komt.

In dit artikel bieden wij u een overzicht van de posities die de Belgische fiscale en sociaal zekerheidsrechtelijke administraties in deze hebben ingenomen.

Graag benadrukken wij hier dat dit per definitie een eenzijdige weergave is, en dat wat geldt vanuit Belgisch perspectief niet per se doorwerkt naar de andere Staten waar u voor of juist door de corona-maatregelen werkzaam was.

Indien u zich in een situatie van internationale tewerkstelling bevindt, en deze situatie in navolging van de corona-maatregelen wijzigde, is het dan ook raadzaam in concreto te onderzoeken wat de impact hiervan is op uw (para)fiscale situatie, alvorens uw Belgische belastingaangifte in te dienen. Aarzel niet ons te contacteren indien wij u hierbij kunnen helpen.

1. FISCALITEIT – ENKEL AKKOORDEN MET AANPALENDE BUURLANDEN

België heeft enkel met LuxemburgFrankrijkNederland en Duitsland akkoorden afgesloten die de fiscale neutraliteit herbergen van thuiswerk in navolging van de corona-maatregelen. Deze akkoorden werden al in maart 2020 afgesloten, en meermaals verlengd. Momenteel zijn deze akkoorden geldig tot en met 30 september 2021.

Wat houden deze akkoorden in?

In het algemeen bepalen deze akkoorden dat werknemers die in navolging van de corona-maatregelen (in grotere mate) van thuis uit werken, belastbaar kunnen blijven in de Staat waar ze deze activiteiten normaal gezien (lees: zonder corona-maatregelen) zouden hebben verricht.

Er wordt met andere woorden abstractie gemaakt van de impact die dit (verhoogde) telewerk kan hebben op de verdeling van de heffingsbevoegdheid van het verdiende salaris.

Bijvoorbeeld:

  • Alfred is een inwoner van België;
  • Alfred is een werknemer van een Franse werkgever;
  • Alfred verricht zijn werkzaamheden normaliter uitsluitend in Frankrijk;
  • Als gevolg hiervan is Alfreds salaris in principe belastbaar in Frankrijk (en vrijgesteld in België met voorbehoud van progressie)
  • Sinds het begin van de pandemie, en als gevolg van de corona-maatregelen, is Alfred evenwel uitsluitend actief vanuit zijn thuiskantoor in België;
  • in navolging van het akkoord afgesloten tussen België & Frankrijk, zal Alfreds salaris alsnog belastbaar blijven in Frankrijk (en vrijgesteld zijn in België met voorbehoud van progressie).

Om van deze neutraliteit te kunnen genieten, dienen twee voorwaarden te zijn voldaan.

Ten eerste bepaalt het akkoord dat de thuiswerkdagen moeten voortkomen uit de corona-maatregelen. Zo vallen “thuiswerkdagen die reeds bepaald werden voor de inwerkingtreding van de bijzondere maatregelen, door de arbeidsovereenkomst of in overeenstemming met de werkgever, niet onder de toepassing van dit Akkoord.”
De bewijslast in deze ligt bij de belastingplichtige, en om hieraan te kunnen voldoen wordt aangeraden dat uw werkgever een attest voorziet dat bevestigt dat het telewerk dat – in bovenstaand voorbeeld – in België werd uitgevoerd een gevolg is van de van toepassing zijnde corona-maatregelen, en dat – indien deze maatregelen er niet hadden geweest – de werkzaamheden zoals normaal in – bvb. – Frankrijk zouden zijn verricht.
Dit attest is tevens relevant in hoofde van de werkgever als onderbouwing voor een ongewijzigde positie inzake inhouding bedrijfsvoorheffing.

Ten tweede bevatten de akkoorden een subject-to-tax vereiste: de inkomsten verbonden aan de extra thuiswerkdagen ingevolge de corona-maatregelen moeten daadwerkelijk worden belast in de werkstaat waar de werknemer de activiteit zou hebben uitgeoefend hadden er geen corona-maatregelen geweest. Indien – in bovenstaand voorbeeld – Frankrijk niet over zou gaan tot een effectieve heffing van die extra thuiswerkdagen, zal België Alfreds salaris niet vrijstellen.

Voor de volledigheid merken wij graag op dat de OESO vergoedingen in ruil voor niet-gewerkte dagen gelijk stelt met vergoedingen waarop een werknemer recht heeft tijdens betaalde afwezigheidsperioden (bv.. vakantieperiode en ziekteverlof). Bijgevolg zal opnieuw de staat waar de werknemer normaliter, dus voor COVID-19, zou hebben gewerkt, het recht hebben om te belasten. Enkel in het akkoord met Nederland werd in deze een specifieke verwijzing opgenomen.
Ook ten aanzien van ontslaguitkeringen stelt OESO hetzelfde neutraliteitsprincipe voorop. In de akkoorden die België afsloot vinden we hiervan evenwel geen formalisering terug.

Wie valt er binnen het toepassingsgebied van deze akkoorden?

Alle werknemers die

  • inwoner zijn van België en gebruikelijk werkzaam zijn in Nederland, Duitsland, Luxemburg en/of Frankrijk, of omgekeerd inwoner zijn van Nederland, Duitsland, Luxemburg of Frankrijk en gebruikelijk werkzaam zijn in België; en
  • hun grensoverschrijdend tewerkstellingspatroon hebben aangepast in navolging van de corona-maatregelen.

Daarnaast kan worden aangenomen dat ook bestuurders van een vennootschap die belast zijn met de dagelijkse werkzaamheden van leidinggevende of technische aard van die vennootschap, zich op deze akkoorden kunnen beroepen daar ook de heffingsbevoegdheid ten aanzien van hun bezoldiging op basis van fysieke aanwezigheid wordt verdeeld.

Wie valt er buiten het toepassingsgebied van deze akkoorden?

Rekening houdende met de tekst van deze akkoorden, kunnen de volgende belastingplichtige zich niet op de neutraliteit zullen kunnen beroepen:

  • Werknemers die geen fiscaal inwoner zijn van België, Frankrijk, Duitsland, Nederland of Luxemburg.
    • hieronder vallen ook individuen die genieten van het bijzonder statuut van buitenlandse kaderleden, en
      geen fiscaal inwoner zijn van Luxemburg, Frankrijk, Nederland en Duitsland zouden zijn.
  • Werknemers die niet gebruikelijk in België, Frankrijk, Duitsland, Nederland of Luxemburg actief zijn;
  • Bestuurders in de strikte zin, zelfstandigen en vrije beroepers:
    • De heffingsbevoegdheid ten aanzien van hun salaris wordt immers niet verdeeld basis van fysieke
      aanwezigheid.
  • Individuen in wiens hoofde de voormelde voorwaarden om de neutraliteit te kunnen genieten niet vervuld zijn.

Gelet op de algemene benadering die de OESO al sinds het begin van de crisis vooropstelt, lijkt het ons evenwel minstens verdedigbaar te stellen dat voormelde ook geldt, of zou moeten gelden, ten aanzien van inwoners van andere landen (bvb. Italië, Spanje, US) die gebruikelijk als werknemer actief zijn in België, en omgekeerd, inwoners van België die gebruikelijk als werknemer actief zijn in andere landen dan Nederland, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg.

2. SOCIALE ZEKERHEID – NATIONALE BELEIDSBESLISSINGEN

Een gewijzigde werksituatie in navolging van de corona-maatregelen kan tevens een impact hebben op de van toepassing zijnde sociale zekerheidswetgeving. Ook daar speelt fysieke aanwezigheid immers een belangrijke rol.

Om hieraan tegemoet te komen besliste de Dienst Internationale Betrekkingen [hierna “DIB”] al bij aanvang van de pandemie dat “Het niet wenselijk (is) dat wijzigingen in werkpatronen die rechtstreeks en uitsluitend gelinkt zijn aan de COVID maatregelen en beperkt zijn tot de duur van de uitzonderlijke situatie, een wijziging van socialezekerheidsstelsel meebrengen.”
En hoewel de DIB ermee rekening houdt dat (toegenomen) telewerk in de praktijk de meest voorkomende situatie zal zijn die de van toepassing zijnde sociale zekerheidswetgeving kan wijzigen, wordt de neutraliteit ook aanvaard “bij detacheringen waarbij de gedetacheerde werknemer langer dan gepland vastzit in zijn tijdelijke werkland, indiensttredingen waarbij de persoon in België zal werken maar hij tijdelijk nog niet naar hier kan komen en dus maar vanuit het land waar hij momenteel verblijft zal werken, enzovoort.”

Bijvoorbeeld:

  • Alfred is een inwoner van België;
  • Alfred is een werknemer van een Franse werkgever;
  • Alfred verricht zijn werkzaamheden normaliter uitsluitend in Frankrijk;
  • Als gevolg hiervan is Alfred onderworpen aan de Franse sociale zekerheidswetgeving;
  • Sinds het begin van de pandemie, en als gevolg van de corona-maatregelen, is Alfred evenwel uitsluitend
    actief vanuit zijn thuiskantoor in België;
  • In navolging van de positie ingenomen door de Dienst Internationale Betrekkingen, kan Alfred evenwel aan
  • de Franse sociale zekerheidswetgeving onderworpen blijven.

Hoewel er in principe geen strikte formaliteiten(1) nageleefd moeten worden om van de neutraliteit te kunnen genieten, wordt als voorwaarde vooropgesteld dat

  • het gewijzigde arbeidspatroon enkel te wijten is aan de corona-maatregelen; en
  • het arbeidspatroon terug moet “normaliseren” van zodra de corona-beperkingen opgeheven zijn.
    Beide elementen moeten worden opgevolgd door de betrokken personeelsafdeling.

Met name de tweede voorwaarde doet de vraag rijzen naar de impact van deze tolerantie op situaties waar de corona-maatregelen zullen zorgen voor een permanente wijziging in de manier van (grensoverschrijdend werken); Indien Alfred ook na de corona-pandemie (hoofdzakelijk) telewerkt omdat tijdens de pandemie is gebleken dat hij zijn werkzaamheden via die weg even goed kan uitoefenen, had hij dan wel aan de Franse sociale zekerheidswetgeving onderworpen mogen blijven? De toekomst zal moeten uitwijzen hoe de DIB naar deze situaties zal kijken.

Het standpunt van de DIB werd ondertussen al meermaals verlengd, en is momenteel geldig tot en met 31 december 2021.
Frankrijk, Luxemburg, Denemarken en Duitsland zouden een gelijkaardige stelling hebben ingenomen.

3. CONCLUSIE

Is uw internationale tewerkstellingssituatie gewijzigd als een gevolg van de corona-maatregelen, en wil u graag weten wat hiervan de impact is in België én in het buitenland en of u wel of niet beroep wenst te doen op voormelde toleranties? Aarzel dan niet ons te contacteren zodat wij dit samen met u kunnen bekijken, ook indien u niet binnen het toepassingsgebied van voormelde toleranties valt. Daar ook in die situaties overmacht geldt, is het naar onze mening ook in die situaties minstens verdedigbaar de neutraliteit toe te passen.


(1)Wanneer de grensoverschrijdende tewerkstellingssituatie betrekking heeft op landen buiten de EER + Zwitserland, moet de Dienst Internationale Betrekking op de hoogte worden gesteld zodat zij een individueel onderzoek kan uitvoeren. Dit vooral om te vermijden dat er een situatie van dubbele onderwerping zou ontstaan.

Lees hier het originele artikel