HR en Exit-strategie: wat verandert er vanaf 4 mei 2020? (Reliance)

Auteur: Reliance

Publicatiedatum: mei 2020

Op 30 april 2020 werd een ministerieel besluit gepubliceerd dat voorziet in een versoepeling van de lockdown met het oog op een geleidelijke hervatting van de economische activiteit.

Deze maatregelen zijn van toepassing vanaf 4 mei 2020 en in principe tot 11 mei 2020.

Wat te onthouden voor uw bedrijf ?

1. Toestemming om bepaalde commerciële en economische activiteiten te hervatten

Sinds het begin van de lockdown konden bepaalde bedrijven en activiteiten blijven functioneren (voedingswinkels, hotels, levering van maaltijden, krantenwinkels, cruciale sectoren, enz.).

Vanaf 4 mei 2020 kunnen de volgende handelszaken weer opengaan: gespecialiseerde detailhandelszaken die kledingstoffen verkopen en gespecialiseerde detailhandelszaken die breigarens, handwerken en fournituren verkopen.

Daarnaast zullen noodzakelijke infrastructuren voor de uitoefening van fysieke activiteiten in open lucht die geen fysieke contacten impliceren, weer open kunnen gaan, met uitzondering van de kleedkamers, douches en cafetaria’s.

2. Mogelijkheid om werknemers terug te laten komen naar kantoor of de werkplaats door eerst preventieve maatregelen te nemen en te communiceren.

Tot nu toe was telethuiswerken verplicht voor functies die zich daartoe lenen, en konden bedrijven in niet-essentiële sectoren hun personeel alleen op de werkplaats laten werken onder de strikte voorwaarde dat zij social distancing konden garanderen (1,5 m). Bedrijven in cruciale of essentiële sectoren moesten alles in het werk stellen om aan deze regels te voldoen, maar waren daartoe niet verplicht.

Het ministerieel besluit van 30 april 2020 brengt op dit punt een belangrijke verandering teweeg, die een zekere heropleving van de economische activiteit zou moeten stimuleren, zelfs in niet-essentiële bedrijven.

Concreet, voor niet-essentiële bedrijven welke grootte zij ook hebben:

  • Telethuiswerken is niet langer verplicht voor functies die zich daartoe lenen, maar wordt slechts aanbevolen;
  • Als telethuiswerk niet wordt toegepast, dan moet de werkgever:
    • social distancing (1,5 m) in zijn gebouwen en eigen vervoermiddelen toepassen; of
    • als de social distancing (1,5 m) niet mogelijk is, zorgen voor een minstens gelijkwaardig beschermingsniveau (bijv. met instructies voor het dragen van een masker of de installatie van scheidingswanden, etc.).
  • Of social distancing nu wel of niet mogelijk is, de werkgever moet ook tijdig (d.w.z. wanneer hij van plan is de werknemers weer naar de werkplaats te laten komen):
    • preventieve maatregelen nemen op basis van de Generieke Gids van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (https://werk.belgie.be/sites/default/files/content/news/Generiekegids_light.pdf) en op basis van sectorale richtlijnen wanneer die er zijn;
    • de sociale overlegorganen (OR, CPBW, VA, of zelfs de werknemers zelf) en de diensten voor preventie en bescherming op het werk (IDPBW, EDPBW) bij de reflectie betrekken;
    • deze maatregelen communiceren aan werknemers en derden die de werkplek bezoeken. Informatie via e-mail, posters, pictogrammen, etc. is toegestaan.

Bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten en die hun activiteiten niet hebben onderbroken en die zelf reeds de nodige veiligheidsmaatregelen hebben genomen, moeten zich niet aan deze maatregelen houden. Zij worden enkel aanbevolen om de Generieke Gids van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg als inspiratiebron te beschouwen.

3. De toegang tot de lokalen voor derden moet beperkt blijven.

Het nieuwe ministerieel besluit bepaalt ook dat voor bedrijven in niet-essentiële sectoren de lokalen slechts toegankelijk zijn voor derden die professioneel zijn en naar behoren zijn geïnformeerd over de genomen preventiemaatregelen.

De lokalen en werkplaatsen van de ondernemingen van de cruciale sectoren en de essentiële diensten zijn toegankelijk voor alle publiek, al dan niet professioneel, en voor zover de interacties met het publiek niet kunnen plaatsvinden op afstand (videoconferentie, telefoon, enz.). De regels van social distancing en de gelijkwaardige bescherming moeten in de mate van het mogelijke worden nageleefd.

4. Economische werkloosheid na de exit-strategie: sommige sectoren reguleren

De toevlucht tot tijdelijke werkloosheid “Coronavirus” wordt door de RVA gehandhaafd tot 31 mei 2020.

Het is echter zeer waarschijnlijk dat bedrijven na 31 mei 2020 hun toevlucht zullen moeten nemen tot “klassieke” economische werkloosheid wegens gebrek aan werk. In principe zullen de gebruikelijke procedures weer van toepassing zijn.

In het kader van de klassieke procedure voor economische werkloosheid wegens “gebrek aan werk” moet de werkgever rekening houden met een bepaalde periode (soms meerdere weken) tussen het moment waarop hij beslist om deze maatregel toe te passen en het moment waarop hij de werknemers daadwerkelijk economisch werkloos kan maken (gedeeltelijk of volledig).

Als u denkt na 31 mei uw toevlucht te moeten nemen tot economische werkloosheid, is het daarom sterk aangeraden om u hierover reeds te beraden en eventueel de procedures te starten.

Sommige sectoren hebben zich hier al op voorbereid. Dit is met name het geval voor de HORECA-sector (PC 302). In een koninklijk besluit dat op 30 april 2020 werd gepubliceerd, werden de termijnen en grenzen voor het beroep op economische werkloosheid wegens “gebrek aan werk” voor HORECA-bedrijven gewijzigd, onder meer om bedrijven in de sector de mogelijkheid te bieden om van nu af aan deeltijdse economische werkloosheid te organiseren voor periodes gaande tot 6 maanden. Deze maatregelen zijn geldig tot 30 april 2022.

5. Groepsverzekering: mogelijkheid om de dekking voort te zetten (of niet) tijdens perioden van tijdelijke werkloosheid.

Een aandachtspunt voor de werkgevers: tijdens de plenaire vergadering van de Kamer op 30 april 2020 is een wetsvoorstel aangenomen dat werkgevers in staat moet stellen (zonder hen te verplichten) om de voortzetting van de groepsverzekering tijdens perioden van tijdelijke werkloosheid te organiseren. Wij zullen u ten gepaste tijde op de hoogte brengen van de publicatie van de wettelijke of reglementaire bepalingen.

Wat moet u onthouden?

In principe wordt de dekking (leven, overlijden, invaliditeit en soms ziekenhuisopname) opgeschort tijdens perioden van tijdelijke werkloosheid. Concreet zijn de premies (patronale en persoonlijke) niet meer verschuldigd en zijn de risico’s niet meer gedekt.

Het wetsvoorstel bepaalt het volgende :

  • Verzekeraars zullen aan de werkgevers moeten meedelen dat de periodes van tijdelijke werkloosheid de bestaande contracten niet zullen opschorten;
  • De werkgever heeft 30 dagen de tijd om aan de verzekeraar mee te delen dat hij echter de normale voorwaarden voor de toepassing van zijn reglement wil handhaven en dus de schorsing van de contracten wil toepassen tijdens de periodes van tijdelijke werkloosheid (deze mogelijkheid is echter uitgesloten voor de dekking bij overlijden);
  • Als de werkgever niet reageert of de keuze bevestigt om de schorsing niet toe te passen, zal hij de premies moeten betalen (de patronale en de persoonlijke), maar kan hij genieten van betalingstermijnen;
  • De werkgever moet de werknemers informeren over deze maatregelen en de mogelijke gevolgen ervan voor de betaling van persoonlijke premies.
6. Andere recente maatregelen ter bevordering van het economisch herstel (terbeschikkingstelling, studentenarbeid, opeenvolgende contracten voor bepaalde tijd, enz.)

We hebben u afgelopen vrijdag al geïnformeerd over een reeks uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen die op 28 april 2020 zijn gepubliceerd en die sectoren met een tekort aan arbeidskrachten in staat stellen om er gemakkelijk een beroep op te doen (versoepeling van opeenvolgende contracten voor bepaalde duur, versoepelde terbeschikkingstelling, meer gebruik van studentenarbeid, enz.).

Zie onze link.

Lees hier het originele artikel