Sociale inspectie:
wat brengt 2023?

Webinar op 3 februari 2023

Re-integratie en ontslag van langdurig/veelvuldig zieke werknemers

Webinar op 27 januari 2023

Het stakingsrecht
gewikt en gewogen

Webinar op 10 maart 2023

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Arbeidstijd: vijf concrete probleemstellingen

Webinar on demand

Managementovereenkomsten

Webinar on demand

Havensector moet toepassingsvoorwaarden BV-vrijstellingen havenbreed toetsen: belangrijke impact voor ploegenarbeid (Tiberghien)

Auteurs: Daan Buylaert, Kimberley De Plucker, Charlotte Meskens en Gauthier Vandenbossche (Tiberghien)

Erkende werkgeversorganisaties van havenbedrijven moeten op havenbreed niveau voldoen aan de toepassingsvoorwaarden van de BV-vrijstellingen. Dat bevestigt een nieuw wetsontwerp houdende diverse fiscale en financiële bepalingen. Die organisaties zullen worden aangemerkt als de werkgever van alle havenarbeiders die in een havengebied werken. Vooral wat betreft de BV-vrijstelling voor ploegenarbeid heeft dit een belangrijke impact op de werkgeversorganisaties en individuele havenbedrijven.

Havensector: erkende werkgeversorganisaties en havenbedrijven

Voor de toepassing van de gedeeltelijke vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing moet de werkgever die de bezoldigingen betaalt en de bedrijfsvoorheffing inhoudt in principe dezelfde zijn als de werkgever die aan de vrijstellingsvoorwaarden voldoet. Bij de vrijstelling voor ploegen- en nachtarbeid wordt een expliciete uitzondering op dat principe voorzien voor uitzendarbeid.

In de praktijk sprongen de centrale diensten van de fiscus ook soepel om met dat principe voor de havensector (PC 301 voor het havenbedrijf). Werkgevers die in een havengebied havenarbeiders tewerkstellen, worden namelijk door de wet Major verplicht om zich te laten vertegenwoordigen door een erkende organisatie van werkgevers. Die erkende werkgeversorganisaties staan in voor organisatie van de arbeid over de haven heen en vervullen diverse verplichtingen met betrekking tot de tewerkstelling van havenarbeiders voor de werkgevers-havenbedrijven die in hun gebied actief zijn.

Wet 5 juli 2022 houdende diverse fiscale bepalingen: erkende organisaties gelijkgesteld met individuele werkgevers in havengebied

Om de rechtszekerheid te garanderen, werd met de wet van 5 juli 2022 houdende diverse fiscale bepalingen een wettelijke gelijkstelling ingevoerd. Die bepaling stelt dat, voor de BV-vrijstellingen, erkende werkgeversorganisaties in de havensector worden gelijkgesteld met de werkgever van de havenarbeiders die zij vertegenwoordigen.

De parlementaire voorbereidingsstukken van voormelde wet bepaalden dat het niet de bedoeling was om een erkende werkgeversorganisatie aan te merken als één grote werkgever voor de diverse BV-vrijstellingen. Er ontstond daardoor onzekerheid over het niveau waarop de vrijstellingen moeten worden getoetst. Een nieuw wetsontwerp houdende diverse fiscale en financiële bepalingen (Parl.St. Kamer 2021-22, nr. 55-2899/001) moet die onduidelijkheid nu wegnemen.

Wetsontwerp houdende diverse fiscale en financiële bepalingen: erkende organisaties werkgever van alle havenarbeiders

Uit overleg met de sector bleek immers dat de erkende werkgeversorganisaties bij de toepassing van de BV-vrijstellingen doorgaans op havenbreed niveau toetsen of zij voor alle werknemers waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd voldoen aan de toepassingsvoorwaarden. Door de specifieke context waarin havenarbeid wordt georganiseerd, is een toetsing op het niveau van elk individueel havenbedrijf weinig evident.

Om de continuïteit van die werkwijze van de havenbrede toepassing te verzekeren, wordt de wettelijke gelijkstelling nu aangepast. Voortaan zou de erkende werkgeversorganisatie worden aangemerkt als de werkgever van alle in een bepaald havengebied tewerkgestelde havenarbeiders voor de toepassing van de BV-vrijstellingen.

Dit geldt voor alle BV-vrijstellingen in het WIB92 (onderzoek en ontwikkeling, startende ondernemingen, ploegen- of nachtarbeid…).

Bijgevolg kan er geen twijfel meer bestaan dat de werkgeversorganisaties – en niet de individuele havenbedrijven – die de bezoldigingen uitbetalen van de havenarbeiders als schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing worden aangemerkt. Wanneer een dergelijke erkende werkgeversorganisatie een BV-vrijstelling toepast voor havenarbeiders, moet zij dan ook alle noodzakelijke (aangifte) formaliteiten daartoe vervullen.

BV-vrijstelling ploegenarbeid: beoordeling toepassingsvoorwaarden op havenbreed niveau

Vooral voor de BV-vrijstelling voor ploegenarbeid heeft dit een belangrijke impact, aangezien de erkende werkgeversorganisatie voortaan in haar geheel zal moeten kwalificeren als een onderneming waar ploegenarbeid wordt verricht. In tegenstelling tot wat de oorspronkelijke toelichting bij de gelijkstelling leek te impliceren, moeten de fiscale voorwaarden van ploegenarbeid dus niet worden getoetst op het niveau van de individuele havenbedrijven, maar wel op havenbreed niveau. Dit is o.m. van belang voor de beoordeling van de inhoud en omvang van het werk dat wordt uitgevoerd door de ploegen havenarbeiders, die hetzelfde (of vergelijkbaar) moet zijn – een beoordeling die in de havensector dus op havenbreed niveau moet gebeuren.

Overige verduidelijkingen aan gelijkstelling havensector: niet optioneel en (beperkt) toepassingsgebied

Verder vermeldt de memorie van toelichting nu dat de toepassing van de vrijstelling door de werkgeversorganisatie, in plaats van door het individuele havenbedrijf, niet optioneel is. De erkende organisaties en individuele havenbedrijven hebben dus geen keuze om de fictiebepaling van de gelijkstelling al dan niet toe te passen.

Tot slot vallen niet alle werknemers onder het toepassingsgebied van de gelijkstelling: werknemers die niet als (erkende) havenarbeider kunnen worden aangemerkt en die hun bezoldigingen niet verkrijgen via een erkende werkgeversorganisatie, vallen niet onder het toepassingsgebied. Concreet kan een individueel havenbedrijf de vrijstelling voor ploegen- of nachtarbeid dus niet zelf aanvragen voor de bezoldigingen van de havenarbeiders die door de erkende werkgeversorganisatie worden betaald of toegekend, maar wel voor de werknemers die niet onder het toepassingsgebied van de gelijkstelling vallen (m.n. de werknemers die niet als havenarbeider kunnen worden aangemerkt en die hun bezoldigingen dus niet verkrijgen via een erkende werkgeversorganisatie) – indien aan alle toepassingsvoorwaarden is voldaan.

Dat zorgt voor bijkomende vraagstukken: hoe zal een individueel havenbedrijf de vrijstellingsvoorwaarden moeten toetsen, indien zij nog andere werknemers heeft dan havenarbeiders? En mogen de erkende werkgeversorganisaties voor de havenbrede toetsing van de omvang van het werk rekening houden met alle aanwezige werknemers die werken in ploegen, ook als zij niet kwalificeren als havenarbeider?

Bron: Tiberghien