Gevolgen van de Brexit, deel II (SoConsult/Bellaw)

Auteur: Ester Van Oostveldt (SoConsult/Bellaw)

Publicatiedatum: februari 2021

Sinds 1 februari 2020 is het Verenigd Koninkrijk geen lid meer van de Europese Unie (hierna EU). In een overgangsperiode die liep tot 31 december 2020, bleef evenwel het meeste bij het oude. 

Sinds 1 januari 2021 is die overgangsperiode afgelopen. Dit heeft o.m. tot gevolg dat sinds 1 januari 2021:

  • Britten in beginsel een arbeidskaart of single permit nodig hebben om in België te kunnen werken,
  • voor het bepalen van het toepasselijk socialezekerheidsrecht bij grensoverschrijdende arbeidssituaties waarbij één of meer EU-lidstaten en het Verenigd Koninkrijk betrokken zijn, in beginsel geen toepassing meer kan gemaakt worden van de Europese aanwijzingsregels ingeschreven in de Verordening nr. 883/2004 (zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2020-2021, nr. 138 – nr. 139).

Toch kunnen bepaalde Britten, ondanks de afloop van de overgangsperiode, ook na 1 januari 2021 zonder arbeidskaart of single permit in België werken en wordt het toepasselijke socialezekerheidsrecht in bepaalde grensoverschrijdende arbeidssituaties met het Verenigd Koninkrijk ook na 1 januari 2021 nog vastgesteld op grond van de Europese aanwijzingsregels.

1. Tewerkstelling van Britten in België zonder arbeidskaart of single permit

Afgelopen week werd een KB gepubliceerd dat ervoor zorgt dat Britten die:

  • al vóór 1 januari 2021 in België werkten​, en
  • vóór 31 december 2021 de status aanvragen van “begunstigde van het terugtrekkingsakkoord”​,

ook na 1 januari 2021 zonder arbeidskaart of single permit in België kunnen werken.

2. Vaststelling van het toepasselijk socialezekerheidsrecht op grensoverschrijdende arbeidssituaties EU – VK

Conform het Terugtrekkingsakkoord gesloten tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk (art. 30 – 36 Terugtrekkingsakkoord) blijven de Europese aanwijzingsregels van de Verordening nr. 883/2004 en haar toepassingsverordening nr. 987/2009 van toepassing op grensoverschrijdende arbeidssituaties die aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • bij de grensoverschrijdende arbeidssituatie zijn één of meer EU-lidstaten en het Verenigd Koninkrijk betrokken,
  • de grensoverschrijdende arbeidssituatie is ten laatste op 31 december 2020 aangevangen,
  • de grensoverschrijdende arbeidssituatie is ononderbroken.

Voor een uitgebreide toelichting van deze toepassingsvoorwaarden, zie international.socialsecurity.be.

Is de grensoverschrijdende arbeidssituatie ontstaan (of onderbroken) na 31 december 2020, dan wordt het toepasselijk socialezekerheidsrecht vastgesteld op grond van de regels ingeschreven in de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU. Deze overeenkomst regelt via een Protocol de socialezekerheidsaspecten van grensoverschrijdende arbeidssituaties EU-VK die niet onder de “uitlooprechten” van het Terugtrekkingsakkoord vallen.

De aanwijzingsregels van het protocol gelijken erg op deze in de Europese coördinatieverordeningen:

  • de toepasselijke socialezekerheidswetgeving is in beginsel die van het werkland,
  • bij detachering (tijdelijke tewerkstelling voor rekening van de gewone werkgever in een ander land (lidstaat of VK) dan het normale werkland), blijft de socialezekerheidswetgeving van het normale werkland van toepassing op voorwaarde dat de duur van de detachering niet meer dan 24 maanden bedraagt.

Lees hier het originele artikel

BRON:

KB 27 januari 2021 tot wijziging van het KB van 2 september 2018 houdende uitvoering van de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden, betreffende de Brexit (BS 19 februari 2021)
RSZ-instructies 1ste kwartaal 2021 (www.socialsecurity.be)

Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2019/C 384 I/01)

Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (Pb. 2020, L 444/14)